recensie 'Onder welke geduchte Godsgerichten leeft ons volk toch (. . .). Wie merkt ze op; wie gaat er schuldig gebukt onder? Wat anders dan onze zonden hebben ze van de hemel afgeroepen?'
Nee, het betreft hier geen oproep van een oudtestamentische profeet zich te bekeren; het is een gedeelte van een artikel uit 1949 van ds. Pieter Zandt, leider van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), bij de verjaardag (sic!) van koningin Juliana.
Gedurende zijn bijna 36-jarige Kamerlidmaatschap zijn van Zandt (1880-1961) dergelijke aanmaningen voortdurend te horen geweest. Of het nu om de plaats van de Volkenbond, de vaccinatie- en verzekeringsplicht of de zondagsheiliging ging - telkens opnieuw achtte Zandt het zijn taak het Nederlandse volk voor te houden: 'O land, land, land, hoor des Heeren Woord en geef acht op de roede en Wie ze besteld heeft!' Het stemmig zwart van zijn kleding (inclusief de hoge witte boord en streepjespantalon) completeerde het beeld van een 'boetgezant'.
Omdat hij met repeterende regelmaat van zijn verlangen naar een theocratische samenleving getuigde, werd weleens spottend opgemerkt dat Zandt herhaalde wat hij zei en zei wat hij herhaalde. Het kwam onder meer tot uiting in zijn steeds weer terugkerende waarschuwing voor een 'verroomsing' van Nederland. Nog in de jaren vijftig bond hij de strijd aan tegen het vijfentwintig-gulden-biljet, waarop hij de beeltenis van Sint Martinus, 'voor Rome de meest vereerde heilige in het westen van Europa', had ontwaard. . .
Het bovenstaande is niet bedoeld om van Zandt een karikatuur te maken of om zelfs, door zijn eigenzinnige optreden, zijn persoon en politieke vrienden te ridiculiseren. Integendeel: juist om het stereotiepe beeld van de SGP'er te ontzenuwen, moet een biografie over een van de belangrijkste vertegenwoordigers van die partij dankbaar worden verwelkomd.
Helaas schiet het boek van H. Hille met betrekking tot Zandts parlementaire loopbaan ernstig tekort. Hij mag in zijn inleiding schrijven “dat ds. Zandt meer predikant dan politicus is geweest”, of daardoor diens betekenis voor de Nederlandse samenleving “meer gelegen (is) in zijn geestelijk leiderschap dan in zijn politieke bekwaamheden” mag toch ernstig worden betwijfeld. Was Zandts positie in de Nederlandse Hervormde Kerk - waar hij tot de uiterste rechtervleugel behoorde en zich graag beriep op theologen van de Nadere Reformatie - juist niet veel minder dominant dan die van zijn politieke medestander Kersten binnen de Gereformeerde Gemeenten?
Een kleine vijftig pagina's slechts wijdt de auteur aan Zandts landelijke politieke optreden en die bevatten, eerlijk gezegd, nauwelijks nieuws. Erger nog: Hille citeert braaf en schaamteloos gedeelten uit eerdere biografische schetsen - met inbegrip van de nodige archaïsche zinswendingen -, zonder overal zijn bronnen te vermelden, daarmee suggererend dat dat deel van zijn boek uit zijn eigen pen is gevloeid.
Graag zou de lezer daarnaast meer te weten zijn gekomen over Zandts plaats in de Kamer, over zijn invloed in de partij (waarvoor hij als predikant in de grote Nederlandse Hervormde Kerk een belangrijk stemmentrekker was), zijn houding in de bezettingstijd, zijn denkbeelden ten aanzien van de sociale nood in de jaren dertig en óók over de mens-achter-de-politicus.
Hille blijft met betrekking tot al deze aspecten erg oppervlakkig en uiterst volgzaam. Aan de oprechte overtuiging van de SGP-politicus hoeft vermoedelijk niet te worden getwijfeld, maar juist omdat - in de woorden van de auteur - “Zandt bang voor zelfverheffing was”, had de nodige kritische distantie tot zijn held de biograaf niet misstaan.
Stelt het boek op dit punt teleur, anderzijds toont Hille zich een ware kenner van de 'kleine kerkgeschiedenis'. In Delft, Zandts laatste predikantsplaats, woedde in de eerste helft van deze eeuw een ware kerkstrijd. Ethischen, confessionelen, Bonders en bevindelijken bestreden elkaar bijna te vuur en te zwaard, speciaal waar het te beroepen predikanten en de personele samenstelling van allerlei kerkelijke organen betrof. Dat Zandt daarbij een scherpslijpersrol vervulde, mag ondertussen niet worden verzwegen. Zo weigerde hij in kerkdiensten waar hij voorging dikwijls collecten aan te bevelen, wanneer hij het met de bestemming van de inzameling oneens was. Ook in de contacten met zijn collega-predikanten liet hij zich vaak van zijn meest onverdraagzame kant zien. Ondanks het soms weinig verheffende karakter van de kerkelijke schermutselingen zijn deze hoofdstukken de boeiendste uit Als een vogel uit een boom geschoten (de titel verwijst naar Zandts eigen bekeringsverhaal). De lezer moet dan overigens niet opzien tegen 'kenmerkenprediking' en predikanten van 'voorwerpelijke' of 'onderwerpelijke' ligging, begrippen die Hille als bekend veronderstelt.
De toekomstige biograaf van Pieter Zandt zal sommige informatie uit het boek van Hille best kunnen gebruiken, waarbij op basis van gedegen eigen onderzoek speciaal Zandts politieke betekenis nauwkeurig(er) zal dienen te worden beschreven. Hopelijk ontstaat dan een evenwichtig(er) beeld van deze 'moderne Ezechiël, een boetprediker. Een strenge verschijning uit lang vervlogen tijden', zoals Zandt in 1961 in Trouw werd herdacht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.