*

 

Fichte und Deutschland über alles, über alles in der Welt

HANS DIJKUIS − 09/02/96, 00:00

recensie J. G. Fichte: Over het begrip van de wetenschapsleer. Inleiding, vertaling en annotatie Ernst-Otto Onnasch. Boom, Amsterdam/Meppel; 147 blz. - ¿ 32,50.

Dit blijkt uit zijn voorwoord bij de tweede druk van het boekje waarin hij de beginselen van zijn eigen filosofie uiteenzet: 'Over het begrip van de wetenschapsleer' (1794).

In dit nu vertaalde geschrift doet Fichte wat de grote Kant volgens hem weliswaar had bedoeld maar zelf niet had gedaan: de aanzet geven tot een 'systeem van de menselijke geest', dat de onfeilbare en immer-geldige grondslag moet vormen voor alle wetenschap. “Er moet”, schrijft hij, “onvoorwaardelijk en zonder meer niet alleen worden bepaald wat de mens slechts in de huidige fase van zijn existentie, maar in alle mogelijke en denkbare fases daarvan kan weten.” Ondanks de wat kromme vertaling is de enorme pretentie duidelijk. Fichte meende dat hij in wezen het laatste woord had gezegd met zijn filosofie, die hij liever 'wetenschapsleer' noemde, al was zij in feite een metafysica.

Deze pretentie gaat bovendien gepaard met een onverbloemd nationalisme, waar Fichte ook in andere werken blijk van geeft. Omdat de nieuwe filosofie in Duitsland tot ontwikkeling is gekomen, is het volgens hem niet meer dan billijk dat haar naam en terminologie aan de Duitse taal zullen worden ontleend. Hij voegde er in de eerste editie nog een opmerking aan toe die hij in de tweede wijselijk heeft weggelaten: “De taal zelf, net als de natie die deze taal spreekt, zal hierdoor een beslissend overwicht op alle andere talen en naties krijgen.” Kant zou het niet uit zijn pen hebben gekregen.

Toch valt niet te ontkennen dat juist dank zij Kant de Duitse filosofie nog vele jaren een hoofdrol zou spelen in de geschiedenis van de wijsbegeerte. Fichte's filosofie was wel niet de definitieve, zoals hij in zijn jeugdige overmoed hoopte, maar zij was in ieder geval een onmisbare schakel tussen Kant en die van Hegel, de volgende reus. Het is dan ook terecht dat dit toegankelijk geschreven geschrift is vertaald. Veel nuttige informatie over deze belangrijke tussenfase vindt de lezer in de uitgebreide inleiding. Overigens komt de metafysica van het Ik, waardoor Fichte vooral bekend is geworden, in zijn eersteling slechts kort ter sprake, in de allerlaatste paragraaf.

mailIcon print |