*

 

De listigheid van de slang en de onschuld van de duif

HANS ACHTERHUIS − 22/01/00, 00:00

recensie Na de val van De Muur beleeft de politieke filosofie een ware renaissance. Hiervóór verlamde de Koude Oorlog het denken over politiek. De tweedelingen waren vaak absoluut, nuances en alternatieven kregen weinig aandacht. Sinds 1989 staat de politiek echter weer prominent op de agenda. Oude staten vallen uiteen en nieuwe ontstaan, vragen over burgerschap en mensenrechten worden allerwegen gesteld, manieren waarop het zegevierende globale kapitalisme kan worden ingetoomd en gestuurd, worden gezocht.

In deze verwarrende politieke werkelijkheid is er steeds meer belangstelling voor hedendaagse en vroege denkers over politiek. Het is daarom zonder meer een gouden greep van A. Hoogerwerf, emeritus hoogleraar bestuurskunde van de Universiteit Twente, om een tiental oude en nieuwe politieke denkers uit de christelijke traditie in een toegankelijke studie bijeen te brengen.

'Christelijke denkers over politiek' begint met een verhelderend inleidend hoofdstuk. Hoogerwerf maakt hierin duidelijk dat er geen directe en rechte lijn loopt van de christelijke levensbeschouwing naar een bepaalde politieke opvatting. Voor de denkers die hij behandelt is het eerder zo dat ze zowel uit de gehele cultuur waarin zij leven als uit hun christelijk geloof argumenten en inspiratie putten om hun politieke visie te verwoorden.

De portretten die Hoogerwerf van deze klassieken schetst, zijn degelijk maar niet verrassend. Er is waarschijnlijk al zoveel over elk van hen geschreven en de keus van deze vier is zo voor de hand liggend dat een oorspronkelijke visie te veel gevraagd is.

Spannender is zowel de keuze als de behandeling van het negental twintigste-eeuwse denkers dat hierna aan bod komt. Dat Karl Barth en Dietrich Bonhoeffer niet mogen ontbreken, spreekt nog min of meer vanzelf. Hoogerwerf geeft van beide denkers een liefdevol en aansprekend overzicht, waarbij hij vooral Barth zijn kritiek niet spaart. Deze had vanuit het primaat dat hij aan de dogmatiek gaf te weinig oog voor de politiek als doelbewuste vormgeving van de samenleving door middel van argumentatie en machtsuitoefening.

Als politicoloog is Hoogerwerf duidelijk meer te spreken over de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr. Deze waarschuwde voortdurend tegen de te gemakkelijke verkondiging van grote christelijke idealen in de politiek. Wie het ideaal van de gerechtigheid maatschappelijk maar een klein beetje wil realiseren -en dat gold zeker voor Niebuhr zelf- moet eerst op een realistische wijze het politiek bedrijf bestuderen om te kijken wat haalbaar is.

In zijn bekendste boek 'Moral Man and Immoral Society' maakt Niebuhr een onderscheid tussen de moraal van de individuele mens en de politiek van collectiviteiten, van groepen en landen. Individuen kunnen in persoonlijke relaties soms onzelfzuchtig zijn, voor maatschappelijke groepen en organisaties gaat dit veel minder op. Als deze te gemakkelijk grote idealen belijden, is volgens Niebuhr een gezonde argwaan op zijn plaats.

De basis voor zijn politiek realisme dat in dienst blijft staan van het ideaal van gerechtigheid, haalt Niebuhr uit de Bijbel. Daar krijgt de mens de vrijheid om tussen goed en kwaad te kiezen, een vrijheid die de mens zowel creatief maakt als potentieel destructief en gevaarlijk. Wie dit laatste onderkent, zal proberen het eigenbelang en het streven naar macht maatschappelijk zo goed mogelijk in het gareel te brengen. Christenen die zich hiervoor inzetten, dienen volgens het bijbelse woord zowel over de listigheid van de slangen als de onschuld van de duiven te beschikken. Zij moeten de macht van het eigenbelang erkennen en begrijpen, zonder dit moreel te rechtvaardigen.

Veel kritischer dan over Niebuhr is Hoogerwerf over de Duitse theologe Dorothee Sölle. Zeker, zij is een begaafd publiciste die weet hoe zij haar lezers moet raken en motiveren. Maar volgens Hoogerwerf blijft zij te gemakkelijk steken in ethische en bewogen oproepen. Zij ziet te weinig dat het politieke denken ook een analyse vereist van maatschappelijke problemen en hun oorzaken. Alleen op grond van dat laatste kunnen vervolgens politieke wegen gezocht worden om de gesignaleerde problemen op te lossen. Sölle's 'nee' tegen de wereld zoals die er tegenwoordig uitziet, komt nauwelijks toe aan een concrete poging om haar te verbeteren. Hoogerwerf deelt het kritische 'nee' met Sölle maar hij stelt als politicoloog met recht dat naast politiek idealisme ook kennis van de politieke en maatschappelijke realiteit nodig is.

Dichtbij Dorothee Sölle staat de Zuid-Amerikaanse katholieke theoloog Gustavo Guttiérez. Hij is de belangrijkste vertegenwoordiger van de bevrijdingstheologie die stem wil geven aan de allerarmsten en verdrukten in de derde wereld. Hoogerwerf onderstreept dat de Bijbel ons inderdaad uitnodigt om de wereld te bekijken vanuit de gezichtshoek van de armen en van andere mensen die lijden. Hij vraagt zich wel af of deze gezichtshoek automatisch samenvalt met die van het marxisme zoals Guttiérez soms lijkt te suggereren.

mailIcon print |