recensie De Koninklijke Schouwburg in Den Haag opent morgen na ruim tweeenhalf jaar weer haar deuren. De ingrijpende renovatie heeft de vorm van de zaal - een naar het toneel toegeknepen hoefijzer - gelukkig intact gelaten.
De Koninklijke Schouwburg aan het Haagse Voorhout is eigenlijk al sinds 1804 in verbouwing. Toen is tegen de achterzijde van het stadspaleisje, als een soort schoenendoos, een toneelzaal geschoven. Sindsdien is er vrijwel voortdurend aan het gebouw gesleuteld en gerommeld.
In 1863 kreeg de zaal de huidige hoefijzervorm, in de stijl van Italiaanse theaters. In 1911 werd het theater op last van de brandweer gesloten omdat het volstrekt niet voldeed aan de toenmalige eisen van toegankelijkheid en veiligheid. Sloopplannen verhitten de gemoederen van de Haagse burgerij, maar in 1914 werd wegens geldgebrek afgezien van pompeuze nieuwbouw en gekozen voor een verbouwing.
In het begin van de jaren negentig dreigde de brandweer opnieuw in te grijpen. ,,Het gebouw was zeer onveilig'', zegt projectleider Jan Nies van de gemeente Den Haag, ,,door het ontbreken van brandcompartimenten en door ontoereikende vluchtwegen, waarin zelfs garderobes stonden. Een tocht door het gebouw was een onoverzichtelijk kruip-door-sluip-door en was voor minder validen een onmogelijke opgave.''
De schouwburg kampte met achterstallig onderhoud en met constructieve problemen. Nies: ,,Het gebouw was bouwtechnisch meer een decor dan een solide constructie. Er was geen ventilatie in de zaal, de rioleringen stonken, de toneeltoren was niet bestand tegen grotere gewichten en de technische infrastructuur dateerde uit de tijd van het gaslicht. De schouwburg was van adel, maar verarmd.''
De gemeenteraad ging in 1995 accoord met een sobere renovatie (31,3 miljoen), waarmee uiteindelijk pas in de zomer van 1997 (Den Haag stond toen nog financieel onder curatele van het rijk) kon worden begonnen. De Belgische architect Charles Vandenhove (die eerder al een glazen kassa aan de zijgevel ontwierp) vond een volgens schouwburgdirecteur Hans van Westreenen 'geniale oplossing' voor de ontsluiting van het gebouw.
Vandenhove heeft alle trappen weggehaald en vervangen door door twee glazen, subtiel verlichte trappenkolommen aan weerszijden van het gebouw, op de plaats waar het paleisje overgaat in de toneelzaal. Dit maakte het mogelijk de publieksvoorzieningen rond de zaal totaal te herschikken en uit te breiden. In een van de nieuwe foyers, genoemd naar de eerste mecenas van de schouwburg, koning Willem I, ligt een fraaie parketvloer uit het voormalige Paleis Lange Voorhout. Deze vloer moest wijken toen het paleis begin jaren '90 museum werd.
Het gebouw heeft voorts noodtrappenhuizen en vluchtwegen gekregen. Hoe ingewikkeld het gebouw is, blijkt uit de nieuwe publiekslift die maar liefst twaalf stopplaatsen heeft. De hogere en bredere toneeltoren is compleet nieuw, inclusief een nieuwe elektrische trekkeninstallatie. Die, in toneeljargon, met 67 trekken voor een goed behangen kap zorgt. Aan de zijkant is een nieuwe expeditieruimte waarin wind- en regenvrij kan worden gelost en geladen.
Aan de vorm van de zaal is niet gesleuteld: het publiek zit dicht op het toneel, de akoestiek is uitstekend en de acteurs hoeven nooit hun stem te verheffen om tot in de uithoeken van de zaal gehoord te worden. En tot op het derde balkon is de kleinste beweging goed zichtbaar. Ger Thijs, artistiek leider van het huisgezelschap Het Nationale Toneel: ,,De toneelopening is smal en er zijn stemmen opgegaan die enkele meters te verbreden. Dat zou een ramp zijn geweest, een onherstelbare aantasting. De schouwburg heb ik altijd beschouwd als het prettigste theater van Nederland. Ik heb weinig met alternatieve locaties, zoals een zwembad of een stadion. Ik houd van lijsttoneel. Toen ik de zaal inkeek, zag ik nieuwe stoelen, donkerder kleuren en een grotere toneelvloer met meer mogelijkheden. Maar ik zag ook: dit is nog steeds de oude schouwburg, het is mijn zaal gebleven.''
Dat de oude sierlijst rond het toneel is verdwenen (de toneelopening is daardoor 9,50 meter geworden), maakt volgens Thijs niets uit. Door het weghalen van die lijst, kon de zijbelichting (een zwak punt: de acteurs moesten vaak naar achteren om in het licht te spelen) aanzienlijk worden verbeterd. Het enige wat Ger Thijs deze week tijdens de try-outs opviel, was dat er iets aan de akoestiek is veranderd. Thijs: ,,Wat precies weet ik nog niet. Er zijn meer harde materialen en het geluid kan nu ook links en rechts van het toneel weg.''
De heropening van de Koninklijke Schouwburg kan nauwelijks Haagser: morgenavond gaat 'Oude Mensen' in première, een toneelbewerking van Willem Jan Otten van Louis Couperus' roman 'Van oude Mensen, de dingen die voorbijgaan'. Het is een Haags familiedrama over hoe een familiegeheim het leven van meerdere generaties vergiftigd. Regisseur Ger Thijs vindt Couperus een prettige romanschrijver: ,,Hij schrijft in scènes. Daarom is zijn werk zo geschikt voor toneel.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.