recensie J. G. Kikkert: Geld, macht & amp; eer - Willem 1, Koning der Nederlanders en Belgen, 1772-1843. Scheffers, Utrecht; geïll., 254 blz. - ¿ 49,90.
In februari 1802 zat Willem Frederik van Oranje-Nassau in Parijs aan het ontbijt met Napoleon. In oktober werd hij vorst van Fulda, een geseculariseerd bisdom. Ruim twee maanden nadat zijn vader stierf, 9 april 1806, en hij dus stadhouder had moeten worden, werd een Corsicaan, Lodewijk Napoleon, koning van Holland. Kort daarop verloor hij zijn Duitse vorstendom aan de Fransen. 34 was hij.
Eind 1813 werd hem gevraagd naar zijn vaderland terug te keren. Hij werd uitgeroepen tot soeverein vorst. Wat kan de loop der geschiedenis toch wonderlijk zijn. Ruim twee eeuwen meenden de gewestelijke staten, dat zij soeverein waren. Toen werd na de Bataafse revolutie de soevereiniteit bij de burgers gelegd. En de uitkomst van alle verwarring was, dat de soevereiniteit, zij het gekoppeld aan een grondwet, werd opgedragen aan iemand die men nauwelijks kende. En wie schreef de proclamatie? Een voormalig patriot.
In 1815 werd Willem Frederik koning van een met de Zuidelijke Nederlanden uitgebreide staat. Lange dagen bracht hij door achter zijn bureau. Koophandel en nijverheid bevorderde hij. In 1830 stortte zijn levenswerk in: de Belgen scheidden zich af. Negen jaar sleepte het conflict zich voort. In 1840 trad hij af. In 1843 stierf hij, 71 jaar oud, in Berlijn.
En nu, een nieuwe biografie. De auteur, J. G. Kikkert (1930), schreef sinds 1976 22 boeken, werkte (al langer) mee aan schoolboeken en bewerkte diverse reisgidsen van Jo Dominicus.
Waar haalt-ie het vandaan? Die zakelijke vraag behoort bij elk geschiedkundig werk gesteld te worden. Een goede auteur laat zich op de vingers kijken. Kikkerts boek ziet er vertrouwenwekkend uit: na de tekst volgen noten, bronnen en literatuur. Edoch, de schijn bedriegt. Onder 'bronnen' staat bij nader inzien een simpel afkortingenlijstje met vooral tijdschriften, maar gelukkig ook nog een paar archieven. Het Koninklijk Huisarchief bijvoorbeeld. Alleen al over Willem I is daar 34 meter. Zou Kikkert er geweest zijn? Vast niet. In de weinige noten die rechtstreeks naar documenten in het archief verwijzen, wordt daar inhoudelijk niks uit gehaald.
En het is maar de vraag, of Kikkert wel in het Algemeen Rijksarchief - voor 's konings publieke optreden zeker zo belangrijk - en de gemeentearchieven van Breda en Den Haag is geweest. Geen serieuze bronnenstudie dus. Maar misschien is dat voor een tekst van 200 bladzijden ook niet nodig. Ook met de bestaande literatuur kan men een heel eind komen. Zo niet Kikkert. Een derde deel van de 148 titels uit de literatuurlijst wordt in de noten niet benut. Kikkert heeft er een handje van naar de verkeerde literatuur te verwijzen. Uit ongeannoteerde, uitsluitend op literatuur gebaseerde verhandelingen kun je rustig een scherpzinnige conclusie of een mooie typering citeren, maar je moet er nooit harde feiten uit halen; daarvoor verwijs je naar literatuur die dichter bij de bronnen staat. Raadselachtig, waarom Kikkert zo'n loze façade opzet, die zo omver geblazen wordt.
Ook inhoudelijk rammelt er het een en ander. In 1795 schrijft Willem V in Engeland de 'brieven van Kew': de koloniën zouden zich onder Britse bescherming moeten stellen. Een onderzoek leidde ertoe, schrijft Kikkert, “dat tegen de vroegere stadhouder bij verstek de doodstraf werd geëist”. Daar kijk ik van op. Het spoort niet met wat ik denk te weten over het toenmalige strafrecht. Voor de doodstraf had men, dacht ik, altijd een bekentenis nodig en daarvoor moet men de verdachte toch in handen hebben. En zolang die er niet is, heeft zo'n concrete eis geen zin. Maar misschien heb ik het mis. Bij welke rechtbank zou er door wie geëist zijn? Hoe luidde het vonnis? Kikkert vertelt het niet. Dus kijk ik in de noot. Verwezen wordt naar een boekje van H. A. van Wijnen, maar die betoogt slechts dat Willem V een veroordeling wegens hoogverraad verdiend had.
Nog een voorbeeld. Henriëtte d'Oultremont - de hofdame met wie Willem in 1841 trouwde - zou al twee onechte kinderen van hem hebben. Maar gelukkig, drie bladzijden verderop worden de spruiten onbewezen genoemd. Ondertussen heeft ze nog wel een eerste echtgenoot en een 'echte' zoon, kamerheer van de koning, in de schoenen geschoven gekregen. Nou, dat tweetal heeft ook nooit bestaan.
Zo staat het boek vol met slordige, onbewezen en onnodig geheimzinnige beweringen, al zullen de meeste feiten vast wel kloppen en zijn sommige passages best mooi geschreven. De compositie is zwak. Er hangt een miezerig sfeertje in het boek. Een eigen visie heeft Kikkert niet. Hij komt niet verder dan het kritiekloos verzamelen en aandikken van kritiek uit andere literatuur.
Willem I, schrijft Kikkert in de laatste alinea van het boek, kreeg “een taak op zijn schouders gelegd, die wellicht voor hem wat hoog gegrepen was”. Wat ik wel zeker weet: zo'n biografie schrijven, dat is voor J. G. Kikkert veel te hoog gegrepen. Broddelwerk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.