recensie Drs. Hans Bronkhorst, Bloed, zweet en vrede? Kok Voorhoeve, Kampen; 117 blz. - f 19,90.
Hij vertelt uitvoerig waarom de Engelsen aan het eind van de vorige eeuw en in het begin van onze eeuw sympathie voor het zionisme kregen. De Engelse puriteinen van de zeventiende eeuw voorzagen al de stichting van een joodse staat en hun gedachten bleven in het Engelse volk leven. Verder leek het de Engelsen wel handig om dicht bij het Suez-kanaal en bij de rijke olievelden van het Midden-Oosten een staat te hebben die altijd pro-Engels zou zijn. Tenslotte kwamen er aan het eind van de negentiende eeuw veel joodse immigranten uit Oost-Europa naar hun land. Ze wisten niet eens hoeveel dat er waren: de schattingen liepen uiteen van 80 000 tot 750 000.
Met het oog op hun gemoedsrust leek het hun goed dat in ieder geval een deel van hen naar Palestina zou vertrekken. Zo kwam het in 1917 tot de Balfour-verklaring, waarin de joden in Palestina een 'nationaal tehuis' werd beloofd; of dat 'nationale tehuis' zou uitgroeien tot een staat liet de Engelse regering in het midden.
Maar voor 1917 hadden de Engelsen ook al andere beloften gedaan. Turkije streed in de Eerste Wereldoorlog aan de zijde van Duitsland. Zij beloofden de sharif van Mekka dat hij, als hij met zijn Arabieren in opstand zou komen tegen de Turken, een groot rijk zou kunnen vormen dat niet alleen het Arabische schiereiland maar ook het huidige Irak en het huidige Syrie zou omvatten; in dat grote rijk zou een zoon van de sharif dan kalief kunnen worden en zo zou een oude Arabische droom in vervulling gaan.
Alsof dit alles nog niet genoeg was sloten de Engelsen en de Fransen in 1916 de Sykes-Picot-overeenkomst: beide partijen zouden na de ondergang van het Turkse rijk een invloedssfeer in het Midden-Oosten krijgen.
Beknibbelen
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog overal in het Midden-Oosten woede en verbittering. Eerst bij de Arabieren, later ook bij de joden. Toen de Engelsen namelijk zagen hoe fel het verzet onder de Arabieren tegen de vestiging van een joods 'nationaal tehuis' in Palestina was begonnen ze op hun aan de joden gedane toezeggingen te beknibbelen. Toen Hitler het Europese jodendom naar de keel vloog hadden de Engelsen immigratie van joden naar Palestina zo goed als onmogelijk gemaakt.
Dan geeft Bronkhorst een overzicht van alle militaire conflicten waarbij de staat Israel na zijn stichting in 1948 betrokken is geweest en hij eindigt met een overzicht van de stappen naar vrede die sinds de overeenkomst tussen Egypte en Israel in 1979 gedaan worden. (Bij de vredesbesprekingen in Camp David vond Carter dat alle aanwezigen in tenniskleding moesten verschijnen. Dat zou, dacht de Amerikaanse president, de sfeer wat ontspannen.)
Maar ook als er vrede gesloten wordt blijft de voorziening met water van het Midden-Oosten nog een enorm probleem. De vraag hoe het beschikbare water verdeeld moet worden is niet alleen een twistpunt tussen de staat Israel en zijn buren, maar ook tussen Turkije aan de ene kant en Syrie en Irak aan de andere kant. Toen Turkije een stuwdam in de Eufraat had aangelegd en een grote watervoorraad had opgebouwd protesteerden Syrie en Irak. Bij de opening van de stuwdam zei de Turkse premier: wij zeggen niet dat de helft van jullie olie van ons is, zeg dan ook niet dat ons water van jullie is.'
Bronkhorst geeft in een kort bestek een objectief overzicht van een groot aantal feiten. Een vraag is wel of wat hij over de bezette gebieden uit de VN resolutie 242 zegt ter zake is. Hij meent dat er volkenrechtelijk alleen sprake is van bezette gebieden wanneer een mogendheid grondgebied van een andere mogendheid bezet. Welnu, na 1948 hebben Egypte en Jordanie de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever, delen van het vroegere Engelse mandaatsgebied, in bezit genomen maar dat is nooit door de Verenigde Naties erkend. De Gazastrook en de westelijke Jordaanoever zouden dan, volgens Bronkhorst, een soort gevonden voorwerpen zijn waarvan de status onduidelijk is. Maar werpt het besluit van de VN van 1947 om het land in een Israelisch en een Arabisch gedeelte te verdelen voor hem volkenrechtelijk dan geen gewicht in de schaal? Ik dacht dat de Palestijnen volkenrechtelijk goede papieren hadden om aanspraak te maken op de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever.
Een andere vraag. Bronkhorst spreekt wel over de betekenis van Jeruzalem voor de joden en voor de moslims, maar hij zwijgt over de betekenis van Jeruzalem voor christenen.
Dat het Vaticaan daar zijn opvattingen over heeft is bekend, maar wat denken protestanten daarvan?
om maar bij hen te horen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.