recensie Elisabeth Keesing: Hoe ruim een kooi ook is - Leven en lot van Kartini en haar werk. Querido, Amsterdam; 212 blz. - ¿ 35.
Het wil voor de goede verstaander zeggen dat het nieuwe boek van Elisabeth Keesing over het leven en lot van Kartini daar een afdoende einde aan zal maken. En, moet ik constateren, de uitgever heeft gelijk. Het is een prachtig en inspirerend boek geworden.
De Javaanse regentendochter Kartini (1879-1904) is de schrijfster van een bundel postuum uitgegeven brieven onder de titel 'Door Duisternis tot Licht' en geen historicus die over de Nederlandse 'ethische' politiek schrijft van rond de eeuwwisseling zal het ongenoemd laten. Kenmerkend voor Kartini's leven was dat zij gekooid was achter de muren van haar ouderlijk huis, dat haar middelbaar onderwijs werd onthouden (meisje mogen niet doorleren) en dat zij op jonge leeftijd werd uitgehuweliJkt aan een oudere weduwnaar met vijf kinderen. Dat, door de 'adat' bepaalde leven, vormt de kern van haar gebundelde brieven aan Nederlandse geestverwanten.
In Indonesië geldt Kartini in de eerste plaats als een vrijheidsstrijder. Zij is een van de officiële negentig 'nationale helden' en haar naam wordt veelvuldig verbonden met scholen, opvoedingsinstituten, humanitaire en politieke instellingen en wat al niet. Haar portret siert het biljet van 10 000 rupiahs.
Zij was, zo schrijft Elisabeth Keesing, “een geboren leidster en een gevangene: een opstandige en een gehoorzame” en het is daaron niet verwonderlijk dat iedereen, rond wat Kartini heeft geschreven, zijn eigen mythe kan scheppen. Inderdaad, inmiddels een 'onontwarbare kluwen'.
Een belangrijke oorzaak daarvoor is dat de verzorger van de brieven van Kartini, J. H. Abendanon, in 1911 “slechts die gedeelten liet overschrijven welke ik dacht dat de schrijfster voor openbaarmaking geschikt zou hebben geacht”. Het betekende dat veel kritische opmerkingen in de persoonlijke sfeer werden weggelaten, waardoor het geheel toch wel erg in de 'verheven' sfeer werd getild. Let wel, wij schrijven 1911.
In 1990 verscheen gelukkig een sterk uitgebreide en 'ongekuiste' versie van haar complete briefwisseling, alsmede tweeënveertig brieven van tijdgenoten, voornamelijk van haar zuster Roekmini. Die was, evenals haar zuster Kardinah lid van het 'klaverblad van drie', dat zich inzette voor de emancipatie van de Javaanse vrouw.
Die nieuwe brievenuitgave toont een veel genuanceerder beeld van Kartini, maar ook hoe de vader - de man die zoveel had verboden - op zijn beurt een gevangene was in zijn maatschappij: onderworpen aan het Nederlandse gezag, aan het oordeel van zijn familie en mede-Javanen, en aan de vanzelfsprekendheid van zijn tijd.
Maar Elisabeth Keesing deed meer om de figuur van Kartini tot haar volle recht te doen komen. Zij analyseerde bijvoorbeeld de schaarse artikelen, die Kartini destijds schreef voor een aantal Nederlandse bladen waarbij zij niet als briefschrijfster aan bekenden, maar als schrijfster voor onbekenden haar verhaal kwijt moest. Zo biedt het verslag van een beleefdheidsbezoek aan een Nederlands Marineschip op de rede een heel andere Kartini, dan die uit de 'hooggestemde' verhandelingen in haar brieven over het opheffen van het volk.
Keesing concludeert dan ook: “Zij kon heel goed haar westerse scholing en Javaanse aanleg in evenwicht houden. Soms leed ze onder haar veelzijdigheid, maar ze kon tegelljk intellectueel en intuïtief zijn, liefhebbend en strijdbaar, beheerst en innerlijk kokend.” Ze was kortom, hoe verscheurd ook door de verschillende loyaliteiten en plichten,een baanbreekster in de meest brede betekenis van het woord. “Mijn pen kunnen ze me niet ontnemen”, schrijft Kartini ergens en wij kunnen haar niet dankbaar genoeg om zijn.
Elisabeth Keesing betrekt in haar boek ook een aantal moderne Indonesische schrijfsters, die in de geeft van Kartini schreven, en haar biografie door Pramoedya Ananta Toer. Het is ook daarom dat haar boek veel meer is geworden dan een biografie alleen, gestoeld op historische feiten. Het is een scherp en vooral geestdriftig portret geworden van Kartini “als geboren leidster en een gevangene: een opstandige en een gehoorzame”. En wie wil daar niet graag over lezen.
Zij besluit haar boek als volgt: “Nog altijd kan iemand die zich opgesloten, geplaagd, gefrustreerd voelt, troost en kracht putten uit haar voorbeeld, zo jong, zo gevangen, zo zacht en sterk als ze was.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.