*

 

'Fucking Amal' hoog op publieksenquête

Jann Ruyters − 02/02/00, 00:00

recensie In de fantasie zijn films nog wilder dan in het echt. 'Liefde in Parijs tussen een Afrikaanse stratenveger en een Franse operazangeres'. 'Dochter van Koning Lodewijk de Vijftiende ontworstelt zich aan de greep van het hof in Versailles'. 'Tweederangs circus blijft steken in Polen, gevangen tussen Hitler en Stalin bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog'.

Dit zijn de premisses van drie van de vijftien scenario's die maandagavond werden gepresenteerd op de Rotterdamse Cinemart door studenten van het Maurits Binger Film Instituut. De bedoeling van de bijeenkomst was dat de scenarioschrijvers in vijf minuten de in de daktuin van het Golden Tulip Hotel verzamelde producenten voor hun script wisten te interesseren. Het was een zenuwachtig gedoe - 'blij dat ik nooit een Oscar heb gewonnen', verzucht schrijfster/actrice Gwen Eckhaus voor aanvang van haar speechje - maar het werkt. Hoeveel van deze scripts zullen leiden tot succesvolle films, valt aan de wilde ideeën moeilijk af te lezen.

Hoog op de publieksenquête van Rotterdam prijkt na zes dagen festival 'Fucking Amal', een film waarvan het basisidee 'twee Zweedse schoolmeisjes in provinciestad worden verliefd' voor originaliteit geen hoge ogen gooit. Ook de vorm - hoekige, handheld camera, grove filter - is na al die Scandinavische Dogmafilms niet meer extreem of uniek. Toch is de film wel origineel als geheel, en hartveroverend, dankzij de grappige, puntige dialogen, de chemie tussen de twee ontwapenende, jonge hoofdrolspeelsters, en de herkenbaarheid van het slagveld van de middelbare school.

Juist de eenvoud van 'Fucking Amal' zet aan het denken over het geheim van een geslaagd huwelijk tussen (scenario-)schrijver en regisseur. Wat te denken van het idee achter de 'Virgin suicides': vijf dochters uit Amerikaans buitenwijk-gezin plegen zelfmoord, ergens tijdens de slome jaren zeventig? De film van Sofia Coppola (dochter van de beroemde Francis Ford, inderdaad, en verloofde van nieuwkomer Spike Jonze die ook in Rotterdam furore maakt met de film 'Being John Malkovich') is gebaseerd op de gelijknamige roman van Jeffrey Eugenides. Het is een onmiddellijk aansprekend idee; de wonder years met morbide ondertoon. Vijf mooie blonde tieners, een control-freakerige moeder die de angst verbergt achter een nette, geruite overgooier en een zich zelfs in zijn leunstoel schrap zettende vader die met moeite het wiskundige hoofd bij zijn vijf meisjes houdt. De opening van Sofia Coppola's verfilming is dromerig en verwachtingsvol: tinkelende muziek, langharig blond meisje met lollie, bloemen en grasperkjes, en de filmtitels in alle varianten van de gekrulde letters van het love-tijdperk. Alleen, dromerig blijft het, zonder kern. We zien de vijf blondines vallen - de eerste vrijwel meteen letterlijk op de spijlen van het tuinhek, de andere vier aan het slot per strop, pillen, uitlaat en oven - en het waarom blijft gehuld in een waas van glimlachjes, Laura-Ashley-jurken en de muziek van Janis Ian en Todd Rundgren. Na afloop wil je toch de boekhandel in om in de oorspronkelijke roman terug te lezen wat je nu eigenlijk gezien hebt.

Dat kan ook anders. De 29-jarige regisseuse van 'The ratcatcher', Lynne Ramsay, is op het festival niet alleen aanwezig met haar speelfilmdebuut, maar ook met de korte film 'Gas man', onderdeel van 'The future of British cinema is female', een progamma van korte films van talentvolle Britse regisseurs die volgens samenstelster Jane Giles, geheel toevallig allemaal vrouw blijken te zijn. In 'Gas man' lukt het de filmmaakster een klein gegeven (twee meisjes ontmoeten elkaar op kerstfeestje) tot het laatste beeld toe gewicht te geven. In deze poëtische, kleine film roept ieder shot een vraag op, maar je blijft je van begin tot eind ook ervan bewust dat de regisseur je naar het antwoord stuurt.

mailIcon print |