*

 

'Levenskunst' moet humanisten onderscheiden

Oscar Hofman − 25/01/00, 00:00

recensie Een maatschappelijk moreel debat op gang brengen en zichzelf een nieuw profiel geven, niet meer dat van de antireligieuze zuil, maar van een open kosmopolitische beweging. Dat beoogt het Humanistisch verbond met 'Werken aan waarden', een bundel met humanistische visies op normbesef en 21 agendapunten voor een ander profiel.

Het was opmerkelijk genoeg Lodewijk de Waal, de voorzitter van het FNV, die vrijdag het eerste exemplaar van de discussiebundel 'Werken aan waarden' in ontvangst nam. Een vakbond is, zoals De Waal zelf opmerkte, geen levensbeschouwelijke organisatie, maar ook binnen het FNV wordt tegenwoordig een discussie over waarden, normen en visies gevoerd. Thema's als levenskunst en burgerschap zijn, aldus De Waal, van groter belang dan de vier procent loonsverhoging die wel altijd uitgebreid de pers haalt. Nu niemand de waarheid meer in pacht heeft, is de discussie tussen zelfstandige individuen bepalend voor de doelen van een organisatie.

De Waal ziet deze tijd met zijn verregaande individualisering zelfs als het hoogtepunt van de emancipatie van de arbeider. De technologie brengt iedereen kennis en dus wordt de macht gedemocratiseerd en is de zelfstandige burger 'heerlijk' kritisch.

Daarmee sloot De Waal natuurlijk naadloos aan bij het traditionele humanistische gedachtegoed waarin de nadruk wordt gelegd op het individu, autonomie en rationaliteit. Toch is het humanisme in deze tijd juist met zichzelf in een geweldige worsteling geraakt over de toekomst en de geldigheid van dat gedachtengoed.

Zoals de hoogleraar filosofie aan de Universiteit voor Humanistiek Harry Kunneman in de bundel betoogt, is het levensbeschouwelijk humanisme in het verleden vaak toch wat 'bijziend' geweest. Men richtte de aandacht vooral op autonomie en ratio, terwijl onderwerpen als geweld, eros, macht en zorg weinig aan de orde kwamen. De soms dogmatische antireligieuze houding uit het verleden voldoet niet meer volgens Kunneman, een seculiere levensbeschouwing alleen is niet voldoende.

Kunneman stelt daarvoor in de plaats als leidraad 'het goede leven met en voor anderen'. Levenskunst en burgerschap wil hij als tegenwicht zien tegen de versnelling van de moderne samenleving met haar overweldigende technologie en enorme welvaart. Actief burgerschap vergroot door betrokkenheid bij de omgeving en in organisaties het blikveld van mensen omdat het hen in contact brengt met maatschappelijke en ethische vragen. Het gaat niet alleen om de BV Nederland, maar om kwesties die de hele wereld aangaan. Kunneman noemt dat de trage vragen in een snelle tijd, de vragen naar zingeving en sociale verantwoordelijkheid.

In het boekje pleit Ed van Thijn ervoor het unieke van de individuele mens als uitgangspunt te nemen in het humanisme. Praktische sociale vooruitgang moet voorop staan, bijvoorbeeld de benoeming van meer gekleurde bestuurders in Nederland. Individuen moeten met elkaar overeenkomsten of zelfs universele waarden zoeken, zoals de rechten van de mens.

De directeur van de welzijnsorganisatie Humanitas, Marius Ernsting, stelt dat er meer aandacht moet komen voor illegalen, ex-gedetineerden en armen. De paarse tijdgeest van consumentisme, het haastig consumeren, geeft geen echt plezier. Het maken van eigen keuzes en sociale verantwoordelijkheid moeten centraal komen te staan. En dat is levenskunst.

In de bundel worden verder 21 agendapunten genoemd, waarmee het humanisme zich de komende jaren wil profileren en waarover het een debat op gang wil brengen. Verantwoordelijkheid, matigheid, veiligheid op straat mensenrechten, pluriformiteit, ethiek en techniek, er komt heel veel aan de orde.

Een van de punten waarover in de zaal werd gediscussieerd was de voorgestelde zorgplicht. Marius Ernsting van Humanitas merkte daarover kritisch op dat het niet zo best is als zorg een plicht wordt. Zorgen was volgens hem meer een eigenschap, een vanzelfsprekendheid, waarvoor het grote aantal vrijwilligers in de zorgsector al het bewijs vormt. Hij waarschuwde tegen het te makkelijk van de daken roepen van wat idealen, als een 'krachteloze koddebeier'.

Toch bracht dat wel het zwakke punt van het humanisme aan de oppervlakte. Voortgekomen uit een traditie van rationaliteit en vooruitgangsoptimisme is er geen gebrek aan idealen. Ook beschikt het Humanistisch verbond over een aantal praktische organisaties die veel werk verzetten. Maar in het intellectuele filosoferen over idealen en normen komt de psychologische dimensie van de mens niet aan de orde, zoals Fons Elders, hoogleraar aan de Universiteit voor humanistiek opmerkte.

Elders stelde dat wij bij straatgeweld en andere vormen van normloos gedrag te maken hebben met emoties die uit het onbewuste voortkomen. In dat duistere deel van de geest houden zich de verdrongen angsten op van de moderne mens die zich niet laten temmen door intellectuele welwillendheid. Er is weinig aandacht of uitdrukkingsmogelijkheid voor het onbewuste in deze tijd en daardoor gaat het onbewuste gevoelsleven verwrongen paden bewandelen, wat in extreme gevallen tot geweld kan leiden.

Met die kritische opmerkingen voerde Elders de discussie tot aan de grenzen van spiritualiteit en religie en daarmee natuurlijk ook van het humanisme. Want juist het vervat zijn in een groter religieus verhaal, gaf de mens altijd een ervaring van zin en onbewuste gevoelens van schuld en angst een effectieve uitdrukkingsmogelijkheid. Daarmee heeft het humanisme radicaal gebroken, en daaraan ontleent het ook zijn identiteit.

Met deze agenda voor een moreel debat zoekt het humanisme voor zichzelf een nieuwe richting, maar lijkt het direct ook met zijn beperkingen te worden geconfronteerd.

mailIcon print |