*

 

In Wroclaw zijn de monumenten authentiek

Koos Dijksterhuis − 02/09/00, 00:00

recensie Het witgestucte centraal station van de Poolse stad Wroclaw steekt met twee kasteeltorens uit boven een chaos van geparkeerde auto's, klingelende trams, fruitstalletjes en stoepranden met morsige mannetjes. Rond dit stationsplein liggen brede, drukke wegen. Een hoogbejaarde vrachtwagen stopt midden op de Pitsudskiego, de breedste en drukste aller wegen, en blijft daar dieselwalmen staan uitbraken. Geblindeerde Mercedessen van de nieuwe, fossiele Skoda's van de oude rijken slalommen er toeterend omheen.

Wroclaw ligt op de route naar toeristentrekker Krakow. Het is met zowat 700.000 inwoners iets kleiner dan Krakow, dat het met zijn oude stad geschopt heeft tot culturele hoofdstad van Europa. Krakow is daarmee verzekerd van nog meer bezoekers. Over Wroclaw hoor je nooit iemand. Het paragraafje in de reisgids meldt: in de Tweede Wereldoorlog meer dan 70 procent verwoest. Stad vol fantasieloze betonblokken. En inderdaad is de Kollataja, de verkeersader die van het stationsplein kaarsrecht naar de oude stad wijst, geflankeerd door proletarische betonkolossen. Met fleurige bloembakken proberen de flatbewoners hun grijze balkons op te luisteren. Een enkel vooroorlogs pand heeft standgehouden, zwartgeblakerd van kolendamp. Maar na 600 meter bereikt de weg de Podwale, de gracht met daarbinnen de met knoestige bomen begroeide stadswal. Waar de wal de weg kruist rijst een bastion op dat nu een uitgaanscentrum is. Op straatniveau dreunt uit het stenen gevaarte de beat van een discotheek voor jongere ouderen. Stenen trappen rond het half-cirkelvormige gebouw leiden naar hooggelegen terrassen, waar jongeren flaneren, kinderen bij een vijver spelen, gezinnen naar live-muziek luisteren. Vanuit caravans wordt door een luikje bier en ijs verkocht. Tot na middernacht genieten Wroclawers hier van hun zwoele zomeravonden.

Dit levendige krachtpatsersgebouw is eind negentiende eeuw neergezet door de Pruisen, die Wroclaw (spreek uit: Wrodzjwaf) in Breslau omdoopten. Breslau werd in 1945 door de nazi's vurig verdedigd tegen het Rode Leger. De stad was hun laatste bolwerk en capituleerde vier dagen na Berlijn. In de drie maanden durende strijd ging twee derde van de bebouwing tegen de vlakte. Inmiddels zijn de meeste monumenten herbouwd of gerestaureerd. Van de 52 gotische kerken zijn er nu nog (of weer) 48 en de schilderachtige gevels rond de Rynek en het aangrenzende Plac Solny (zoutplein) staan er pico bello bij. De Rynek is het immense marktplein midden in de stad. Elke oude stad in Polen heeft een Rynek en altijd staat er in het midden een stadhuis of ander groot gebouw, waardoor je nauwelijks nog van één plein kunt spreken. In Wroclaw heeft dat stadhuis de beschietingen ongeschonden doorstaan. Het werd gedurende de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw gebouwd, in gotische, resp. renaissance-stijl. Rond het stadhuis staat de markt vol terrassen van de cafés die in de herbouwde, middeleeuwse pandjes gevestigd zijn.

Hoewel op de Rynek, net als in Krakow, straatmuzikanten, goochelaars, bedelaars en ballonverkopers opereren en er naast Piast ook Guinness en Heineken getapt worden, zijn de gevolgen van de commercialisering hier minder zichtbaar. Waar in Kra-kow van de stadhuistoren de advertentievlaggen van Nationale-Nederlanden wapperen, probeert de Zachodni-bank op de Wroclawse Rynek haar eerste onhandige neonreclame uit. In Wroclaw kun je tussen de hartverwarmende vriendelijkheid nog wel eens op stalinistische wijze afgeblaft worden, bijvoorbeeld als je in het rokerige eetzaaltje van een naargeestig hotel een ontbijt bestelt zonder direct met een ontbijtbonnetje te zwaaien. Krakows binnenstad is in de oorlog niet gebombardeerd en de achttiende- en negentiende-eeuwse gevels zijn authentiek. Toch maken de opnieuw geconstrueerde gevels van Wroclaw een nog oorspronkelijker indruk. Niet omdat ze ouder lijken met hun zestiende- in plaats van negentiende-eeuwse verschijning. Wel omdat ze rommelig zijn nagemaakt, met de asymmetrische, scheve ramen van weleer en een verfje waar je de nieuwigheid niet van ruikt. En ook doordat de markt niet zoals in Warschau tot de laatste straatlantaren in dezelfde achttiende-eeuwse stijl is opgetrokken, wat tot Anton Pieckerige kitsch leidde, maar doordat hier de werkelijke, vooroorlogse situatie is herbouwd, met alle bouwstijlen die er sinds de Middeleeuwen toegepast waren. Hoewel de huizen tot op hun achterplaatsjes in oude glorie hersteld zijn, verstoort hier en daar een proletarische betonkolos de idylle. Daar worden de neo-monumenten alleen maar echter van.

mailIcon print |