*

 

Beaux Arts Trio geniet nog steeds van muziek maken

Sandra Kooke − 19/01/00, 00:00

recensie Hij is 78 jaar, grijs en kaal. Maar Menahem Pressler, de pianist van het Reaux Arts Trio, is nog steeds de energieke, muzikale kern van dit trio dat hij 45 jaar geleden oprichtte.

Afgelopen maandag kon het publiek in de kleine zaal van het Concertgebouw horen, dat Pressler zijn beroemde fluwelen toucher nog altijd combineert met de kracht van een klavierleeuw. En dat, vooral dankzij zijn spel, dit trio tot de absolute wereldtop behoort. Het Beaux Arts Trio bracht zijn uitgebalanceerde interpretaties van trio's van Beethoven, Ravel en Brahms met een spontaniteit en musiceervreugde zoals maar zelden te horen valt.

Pressler vierde in de jaren vijftig en zestig al triomfen met de Beethoventrio's. Toen speelde hij met violist Daniel Guilet (in de jaren zestig vervangen door Isidore Cohen) en cellist Bernard Greenhouse. Sinds 1997 speelt Pressler met violist Young Uck Kim en cellist Antonio Meneses.

Het trio klinkt in deze samenstelling al net zo homogeen als de oorspronkelijke drie musici. Ook de prachtige warme klank is gebleven. Maar het meest opvallende aan hun spel is de overgave aan de muziek: het Beaux Arts Trio laat zich volledig gaan en mijdt geen enkel risico. Hun spel klinkt goed doordacht en tegelijkertijd spontaan.

Beethovens trio opus 1 nummer 3 begon als een razende stormwind, snel en enigszins gejaagd. Het tweede langzame variatiedeel daarentegen werd liefdevol en verzorgd gespeeld. Het derde en vierde deel waren weer gepassioneerd en razendsnel. Vooral Presslers parelende spel was adembenemend.

Na de expressieve Beethoven volgde Ravels trio. Hoewel het karakter van dit stuk totaal anders is dan dat van Beethoven, klonk Ravel al even spannend in de uitvoering van dit trio. Net als in Beethoven vielen in de langzame delen van dit trio de prachtige klank en lyriek op. Van de lange melancholieke melodie uit het derde deel, dat begint met de lage tonen van de piano en uitmondt in desolate flageolettonen op de viool, maakten zij puur drama.

Bij het tweede trio van Brahms kregen violist en cellist de kans Pressler van goed tegenspel te voorzien. Had met name Meneses zich voor de pauze iets te bescheiden opgesteld, in Brahms kon hij zich revancheren. Nu viel des te beter op dat ook zijn cello een mooie toon bezat en dat hij dezelfde emotie in zijn spel kon leggen.

mailIcon print |