recensie Louis Andriessen, wellicht Nederlands belangrijkste maar in ieder geval -internationaal gezien- Nederlands bekendste componist, hekelde laatst in een vraaggesprek op de televisie de cultuurimperialistische instelling van collega's die elementen uit muziek van andere volkeren pikken om er hun eigen muziek mee te verfraaien. 'Wereldmuziek', hij verfoeide het fenomeen. Respect voor andermans culturele eigenheid, daar draait het bij Andriessen om.
De vraag is of dat respect altijd zo goed uitpakt. Het project Iraq'n Jazz (waaraan op het laatste moment de term 'Experiment' werd toegevoegd), dat de leden van het Nederlandse Yuri Honing Trio dinsdag op het podium van het hoofdstedelijke Paradiso verbond met musici uit het Tchalgi Bagdadi Ensemble van zangeres Farida Mohammed Ali en musici uit het orkest van de grote Iraakse qanun-bespeler Salen Hussein, ging aan een overschot aan respect ten onder.
Op papier zag het er aantrekkelijk uit. Saxofonist Yuri Honing, bassist Tony Overwater en slagwerker Joost Lijbaart werken al langer graag buiten de gebaande jazzpaden. Ze brachten hun eigen muziek in het Midden-Oosten en speelden daar ook met plaatselijke musici. Daar klikte het zozeer, dat ze het aandurfden om ook in eigen land de confrontatie met Arabische muziek aan te gaan. Ondanks enkele repetities, waarin de musici uit Irak en Nederland elkaar uitvoerig verkenden, bereikten ze in Paradiso in een alsmaar uitdijend concert geen overeenstemming over de te volgen koers. Of juist wel: namelijk de koers van de Iraakse ensemble van Farida Mohammed Ali (dat vanuit Nederland werkt) en het Yuri Honing Trio. De Nederlandse jazzmusici hadden geen of nauwelijks enige inbreng en de Irakezen kwamen nauwelijks los van hun eigen basis.
Toch viel er af en toe wel degelijk te genieten, al was het maar van de individuele prestaties. Zo was het een genot om de 88-jarige Salem Hussein te horen op zijn qanun, een citer-achtig instrument waarop hij in klassieke Iraakse muziek virtuoze versieringen speelde. ondersteund door een tweede qanun, twee djoze (strijkinstrument met een soort kalebas als klankkast), een ud (Arabische luit) en Arabische percussie.
Zangeres Farida Mohammed Ali beschikt over een fors stemgeluid waarmee ze alle schakeringen van de oosterse stemmingen weet te verklanken. In het Tchalgi Bagdadi Ensemble kreeg ze krachtig weerwerk van Wussem Alazzawi op santour (een soort hakkebord).
Van de Nederlanders kwamen Overwater en Lijbaart nog het beste uit de verf. Daar waar het was afgesproken of op momenten dat ze het aandurfden, versterkten ze de muziek met sonoor gestreken lijnen en fraaie ritsels. Honing zelf trof het niet. De klank van zijn tenorsaxofoon paste niet bij het oosterse geluid. Zijn sopraansax had hij echter thuisgelaten. Misschien kleurt dat de volgende keren beter. Met wat minder respect en een grotere, spontane inbreng van de Nederlanders kan het 'Iraq'n Jazz Experiment' dan best nog wel wat worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.