recensie De Koninklijke Nederlandsche Voetbalbond ontvangt jaarlijks bijna 65 miljoen gulden voor de uitzendrechten van competitiewedstrijden - amper tien jaar geleden werd er een overeenkomst voor nauwelijks twee miljoen gulden gesloten. Toegangskaarten worden in eerste instantie massaal aan vip's gegund en scheidsrechters wordt vriendelijk, maar vooral ook dringend verzocht het begin van de tweede helft nog even uit te stellen, omdat een reclameblok van de betrokken zender nog niet is afgelopen. Daarnaast is het aantal wedstrijden in de diverse Europese competities nog nooit zo groot geweest als in dit seizoen en mogen een paar 19-jarige snotneuzen als ideaal uitspreken op hun vijfentwintigste 'binnen' te willen zijn.
Voetbal blijft een mooi tijdverdrijf, passief en actief, maar sinds de eerste officiële profvoetbalwedstrijd op Nederlandse bodem (Alkmaar-Venlo op 14 augustus 1954) is er rond de 'belangrijkste bijzaak ter wereld' heel wat veranderd. En ofschoon de belangstelling voor het voetbal nog altijd ongeëvenaard groot lijkt, kan niet worden gezegd dat het spelletje er in de loop van die kleine halve eeuw leuker op geworden is. Te veel randverschijnselen zijn immers tot doel verheven en hebben het eigenlijke hoofdgerecht tot hors d'oeuvre gedegradeerd.
Ook Marcel Maassen wordt niet bepaald vrolijk van de recente ontwikkelingen in de voetbalsport. In 'Betaalde liefde' geeft hij een schets van de verwording van 'volkssport tot entertainmentindustie', zoals hij zijn boek als ondertitel meegeeft. Daarbij is weliswaar de Nederlandse situatie tot uitgangspunt gekozen, maar tevens worden de lezers meegenomen voor een kijkje over de grenzen.
Zijn boek is overigens niet echt opzienbarend, maar Maassen heeft een alleszins verdienstelijke poging gedaan een aantal zaken nog eens op een rij te zetten. Daarbij worden de verreikende invloed van voetbalmakelaars en sponsors, maar vooral tot op het bot corrupte sportorganisaties als de wereldvoetbalbond Fifa en het Internationaal Olympisch Comité flink gekapitteld, waarbij de auteur overigens stevig op het indertijd geruchtmakende boek 'De voetbalmaffia' van David Yallop leunt.
Een ander onderwerp dat Maassen na aan het hart ligt is het ontbreken van ook maar enige solidariteit in het (betaald) voetbal - of is die 'bedrijfstak' ook maar een afspiegeling van de maatschappij? De kloof tussen rijke verenigingen en de 'gewone' clubs zal alleen maar groter worden, in elk geval wanneer de bobo's van de grote clubs hun collega-voorzitters als kleine jongens in de hoek blijven zetten met opmerkingen als: ,,Iedereen moet zijn eigen broek ophouden. Als Haarlem het niet redt, dan redt Haarlem het maar niet'' (Ajax-directeur Kales).
Aan de andere kant is ook waar dat in internationaal opzicht Nederland aan het begin van de 21ste eeuw de boot dreigt te gaan missen. Nog nooit eerder hadden zich aan het begin van het seizoen zo veel Nederlandse clubs voor de Europese bekertoernooien weten te plaatsen - met een steeds groter wordend aantal deelnemers ook geen kunst! -, maar nog nooit werden 'wij' zo snel en massaal (bijna overal) uitgeschakeld.
De vraag daarbij is natuurlijk hoe het uiteindelijk al die Italiaanse, Spaanse en Engelse clubs met hun op drijfzand gebaseerde begrotingen zal vergaan. Anders gezegd: zal de commercie definitief over de sport zegevieren, of komt er ooit nog een kentering? Maassen vermeldt het niet expliciet, maar de rol van de consumenten, lees: de echte supporters, zal vermoedelijk cruciaal blijken. Wanneer die laatste getrouwen zich massaal afwenden zal, alle miljoenen aan sponsor- en tv-gelden ten spijt, het doek definitief vallen. Het is voor Kales c.s. te hopen dat dan iedereen zijn eigen broek kan ophouden. . .
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.