recensie Met 'Onmetelijke rijkdom' heeft de Nigeriaanse schrijver Ben Okri de trilogie voltooid waarvan 'De hongerende weg', in 1991 bekroond met de Booker Prize, de ouverture was. Opnieuw wordt de lezer ondergedompeld in een universum dat spot met alle wetten van de logica.
Wie de conventionele begrippen van de verhaalanalyse op deze roman loslaat, staat al snel met lege handen. Het lineaire tijdsconcept kan direct de prullenbak in en van een helder plot is al helemaal geen sprake.
Tussen het eerste hoofdstuk, waarin de vader van Azaro, het geestenkind, gearresteerd wordt wegens de moord op de timmerman, en het slot van de roman aan de vooravond van de verkiezingen die 'het lot van de ongeboren natie zouden bezegelen', vinden talrijke gebeurtenissen plaats die op een of andere manier te maken hebben met het centrale idee dat de wereld steeds opnieuw gedroomd moet worden.
Alle 118 (!) hoofdstukken zijn evenzovele pogingen om het proces van de creatieve transformatie te realiseren. Net als op de schilderijen van James Ensor is er sprake van een maskerade waarbij niemand is wie hij lijkt te zijn. Net wanneer je meent enig zicht te krijgen op de personages, ondergaan ze een metamorfose, waardoor je verwachtingspatroon als een kaartenhuis in elkaar zakt.
Okri is een schrijver die zijn lezers graag scherp houdt: mensen moeten leren bewuster om zich heen te kijken en zich niet in slaap laten sussen door de comfortabele zekerheid van een redelijk niveau van materiële welvaart.
Zonder in prekerigheid te vervallen, verweeft Okri in zijn verhaal verwijzingen naar de signalen van een mensenwereld die in een verstoord evenwicht met de natuur terecht is gekomen: de extreme droogte, de vervuiling, gevaarlijke straling, de desastreuze gevolgen van grootscheepse boskap.
Maar Okri's ambities reiken verder. De Afrikaanse werkelijkheid is slechts één stukje in de grote legpuzzel van het mensdom. Het complete beeld, zoals de schepper dat in den beginne voor ogen heeft gehad, zal zich pas openbaren ,,als alle volkeren op aarde elkaar ontmoeten, van elkaar leren en elkaar liefhebben'', zoals de Goeverneur- Generaal, de verpersoonlijking van de koloniale overheersing, in een zeldzaam moment van bezieling in zijn memoires noteert.
Pas dan kunnen wij iets gewaarworden van ,,de muziek van onze collectieve ziel, of van onze oneindige mogelijkheden, onze onmetelijke rijkdommen''. Het stimuleren van dat bewustwordingsproces is de inzet van Okri's schrijven.
In de essaybundel 'Een vorm van vrijheid' schreef hij: ,,De wereld is een slagveld van mythologieën en dromen. Wie zijn huis tot chaos en wanorde laat vervallen, verdient het door de stilten van vergeten geschiedenissen te worden overspoeld.''
Dat er in Okri's trilogie een 'mathematische progressie zit, vanaf de eerste zin tot aan de allerlaatste', zoals hij in een interview beweerde, lijkt me wat overtrokken. Als er enige logica aan ten grondslag ligt, is dat wel een heel particuliere, want de wirwar van losse hoofdstukjes, verdeeld over acht boeken binnen een en dezelfde roman, suggereert eerder een magische kabbalistische ordening dan een rationele structuur.
Maar misschien heeft het ook te maken met wat Okri in een van zijn aforismen noteert: ,,Alle grote verhalen zijn raadsels''.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.