*

 

SARTRE KEERT TERUG UIT HET VOORGEBORCHTE

Door: redactie − 22/01/00, 00:00

recensie Twintig jaar is hij nu dood, en iedereen vond het wel rustig, want bij leven had hij genoeg lawaai gemaakt, en daar is hij opeens weer! In een 600 bladzijden tellend boek van de nouveau philosophe Bernard-Henri Lévy (BHL in Frankrijk), en dus ook in le nouvel Obstervateur, het linkse weekblad dat hij in 1964 hielp oprichten: 'Sartre keert terug uit het voorgeborchte'.

le nouvel Obs' was ook het blad dat het laatste grote interview met de oude radicaal had afgedrukt, een vele pagina's lange ondervraging door Benny Levy (in 1980 als Vrij Nederland-katern verschenen). ,,Sartre is terug,'' schrijft nu de hoofdredacteur Jean Daniel, ,,ook al heet zijn toneel uit de mode te zijn, ook al zijn zijn romans te didactisch, en weet niemand raad met zijn filosofie. Op de drempel van het nieuwe millennium bewijst herlezing van zijn werk hoezeer Sartre, in weerwil van zijn dubieuze politieke betrokkenheid, zijn legende verdient''.

Na die twijfelachtige lof concentreren de interviews en commentaren zich vooral op Sartre's politieke betrokkenheid. Zijn engagement maakte Sartre ook onder het stalinisme tot verbeten pleiter van het communisme, en het waren nu net de 'nieuwe filosofen' als BHL die het monsterverbond tussen de Franse intellectuelen en communisten in de jaren tachtig aan de kaak stelden. ,,Een treurige fellow traveller van de communistische partij,'' noemt BHL hem, maar in de veroordeling schuilt een zekere vertedering. ,,Concentratiekampen in de Sovjet-Unie?'' schrijft Jean Daniel. ,,Ongetwijfeld verschrikkelijk, en Sartre was net zo goed op de hoogte als een ander. Alleen had hij als onfeilbaar dogma aangenomen dat het kapitalisme het grootste gevaar vertegenwoordigde, en de rest was gewoon bijkomstig.'' Alle intellectuele coryfeeën die hun zegje over le monstre sacré mogen doen, zijn vergevingsgezind op dit punt. Behalve de schrijver Alain Finkielkraut. Hij kiest partij voor Sartre's vriend en rivaal Albert Camus (1913-1960) die zich niet door de communisten in de luren had laten leggen, en hij laat zich schamper uit over Sartre's streven naar menselijke broederschap: ,,Waarom zouden de mensen eendrachtig moeten denken en leven?'' Uit de literaire nalatenschap wordt in dit nummer niet veel gered, al ronkt BHL er op los dat Sartre ,,de laatste werkelijke filosofische onderneming is, de uiterste poging om zich van het hegelianisme te bevrijden''. Maar dat zegt meer over de stand van de filosofie in Frankrijk dan over Sartre's verdiensten.

De regisseur die besloten heeft 'Vuile handen' maar weer eens op de planken te zetten noemt het stuk 'kletserig'. Twee dingen herinnert bijna iedereen zich echter met weemoed: het autobiografische 'De woorden' (1963), waarin de schrijver zijn Werdegang van lelijk eendje tot woordkunstenaar chirurgisch ontleedde. En de al genoemde interviews in le nouvel Observateur van 1980 waaruit, volgens de grootspraak van BHL, 'een derde oeuvre' oprijst [na het filosofische en het politieke]. In de samenspraak met de joodse Benny Lévy toont Sartre een opmerkelijk zwak voor het joodse genie en voor de bijzondere betekenis van de jodenvervolging. Die uitzondering die hij op zijn marxistische geschiedsuitleg maakte, heeft hem ook de blijvende bewondering van Claude Lanzmann opgeleverd, auteur van de film 'Shoah' (1985).

WAT IK HET LIEFST DOE, VOLGENS KAVIAAR-LINKS

Het linkse blad l'Express werd al in 1953 opgericht door Jean-Jacques Servan-Schreiber, om tegenwicht te bieden aan de verrotte politiek van de Franse Vierde Republiek (1945-1959). In 1967 schreef Servan-Schreiber 'De Amerikaanse uitdaging' met het doel een Europees antwoord te bedenken op de Amerikaanse hegemonie in de wereld. Zijn journalistieke geesteskind wijdde deze week een nummer aan 'Geluk in Frankrijk'. ,,Zeker, er zijn stormen geweest, en de zwarte vloed omspoelt de kust. Toch zijn met de millenniumwisseling mannen en vrouwen de straat op gegaan om kaarsjes aan te steken en vuurwerk. Ze spreidden een kalm geluk ten toon dat al enkele maanden Frankrijk doortrekt, en dat de aandacht van buitenlandse waarnemers wekt.'' Waarna vijftien pagina's volgen met 'de genietingen van het lichaam', 'consumeren: uitgeven is weer net zo'n plezier als een ander', 'cultuur: nooit waren de culturele activiteiten zo veelvuldig', en 'de terugkeer tot het hedonisme op parttime-basis'. Men waant zich verdwaald in de voze wereld van Cosmopolitan. Het verschil is dat de elegante niemendalletjes in l'Express met een paar getallen worden geïllustreerd en door duizend en één socioloog aangeprezen. Ten tijde van Sartre nog bittere vijanden van het kapitalisme, zijn de sociale wetenschappers nu de hofnarren van Koning Klant geworden. En ook hier mag een spraakmakende elite natuurlijk in kleine kadertjes zijn of haar diepste geluksgevoelens aan het publiek meedelen. Voelen we ons niet gesterkt door de voormalige minister van cultuur Jack Lang die bekent: ,,Wat ik het liefst doe? Een fijne maaltijd met vrienden, een mooie wijn onder een goed gesprek...'' De Fransen hebben al lang een rake typering voor dat soort politici: la gauche caviar, kaviaar-links.

,,De eenentwintigste eeuw zal genieten, of zal niet zijn. Van een samenleving onder de tekenen van arbeid en nijverheid zijn wij overgegaan naar een Dionysische maatschappij,'' orakelt Michel Maffesoli, auteur van het boek 'De schaduw van Dionysus: bijdrage aan de sociologie van de orgie'. ,,De mensen zoeken in een object geen status meer, maar een persoonlijk onderscheid,'' weet een andere socioloog en ontwerper(!), ,,het verschil zit hem niet zozeer in het geld als in de gedeelde culturele waarden''. Bernard Cathelat, baas van een 'centrum voor geavanceerde communicatie', heeft het laatste woord: ,,De theorie die opgeld doet in het Amerikaanse management is de chaosofie. Wij moeten leren ons te ontplooien in de permanente chaos. Op zicht varen in een absoluut relativisme en in de permanente storm''.

Ja, als dat het Franse voorland is kijk je niet op een paar windhozen en schipbreuken meer of minder. Maar het is onthutsend om de journalistieke erfgenaam van het Franse kritische intellect zo de vlag te zien strijken voor het consumentisme. Nu de serieuze pers op de achterkant van de Citroën-reclames het einde van de geschiedenis verkondigt, bekruipt de lezer een groot heimwee naar de weerbarstige oude man die in mei 1968 malle linkse blaadjes stond uit te venten aan de fabriekspoorten.

mailIcon print |