*

 

Aanpassen tot je erbij neervalt

GERTJAN VINCENT − 02/09/00, 00:00

recensie De hausse in de Amerikaanse literatuur van schrijvers die hun inspiratie putten uit hun gemengde culturele achtergrond is niet zo opmerkelijk als het lijkt. Welbeschouwd heeft bijna iedere Amerikaan zijn wortels in een andere cultuur. Soms moet je daarvoor enkele generaties teruggaan, maar uiteindelijk is Amerika natuurlijk het immigratieland bij uitstek, dat een magnetische aantrekkingskracht heeft gehad op mensen uit allerlei windstreken en culturen. Het moeizame proces van aanpassing aan een nieuwe omgeving en de conflicten die daaruit voortvloeien, zijn thema's die in tal van variaties aan het papier zijn toevertrouwd. Des te opvallender is het als een jonge schrijver erin slaagt dat onderwerp zo vorm te geven, dat je het gevoel hebt dat het nog niet eerder zo indringend is beschreven.

Chang-Rae Lee, die in 1965 in Seoul geboren werd en op 3-jarige leeftijd naar de Verenigde Staten emigreerde, debuteerde in 1995 met de roman 'Native Speaker'. Daarin beschrijft hij het leven van Henry Parks, een man die als enig Koreaans kind in een Amerikaans voorstadje is opgegroeid en voor wie het zich aanpassen, afstand houden en op zijn hoede zijn overlevingsstrategieën zijn geworden die hem goed van pas komen als hij als volwassene undercover-agent wordt. Maar het wereldje dat hij om zichzelf heen heeft opgebouwd blijkt toch niet bestand tegen de spanningen die het systematisch negeren van zijn ware identiteit met zich meebrengt.

In 'A Gesture Life', de vorig jaar verschenen opvolger van zijn met een zestal literaire prijzen bekroonde debuut, komt een vergelijkbare problematiek aan de orde. De hoofdpersoon in 'Een leven van gebaren', zoals de recente Nederlandse vertaling luidt, is Franklin 'Doc' Hata, een alom gerespecteerd inwoner van het slaperige voorstadje Bedley Run. Deze gepensioneerde middenstander, die zo'n dertig jaar een winkel in medische artikelen heeft gehad, is een toonbeeld van gelijkmatigheid. Iedere dag verloopt volgens hetzelfde ritme: 's ochtends koopt hij zijn krantje bij de plaatselijke kiosk, hij haalt zijn broodje kalkoenborst bij de delicatessenwinkel en thuisgekomen trekt hij een paar baantjes in zijn privé-zwembad in de achtertuin van zijn comfortabele in tudor-revival opgetrokken huis.

Maar omdat het verhaal vanuit het perspectief van Doc Hata is geschreven, komen we er al snel achter dat er zich een ondefinieerbare onrust van hem meester heeft gemaakt. De onberispelijke façade begint steeds diepere scheuren te vertonen naarmate de lezer meer te weten komt over deze modelburger. Hata is als Koreaans kind geadopteerd door een Japanse familie en heeft in de Tweede Wereldoorlog bij de medische troepen van het Japanse bezettingsleger in Burma gediend. Na de capitulatie is hij geëmigreerd naar Amerika en heeft hij zich rimpelloos aangepast aan de omgangsvormen van zijn nieuwe vaderland: ,,Zonder het zelfs maar te beseffen neemt men in de loop van zo'n tijd de eigenschappen van de omgeving over, de kleur en snit van de gangbare kleding, de manier van lopen en zelfs van spreken - die vriendelijke signalen van de voorbijgangers op de stoep, hun 'Hoe gaat het met u's' en 'Goeiendagen' en 'Hallo's'.

Om zich enigszins te voegen naar het ideaalbeeld van het doorsneegezin heeft hij Sunny, een 7-jarig Koreaanse weesje, geadopteerd, die van hem een keurige opvoeding krijgt met pianolessen en al. Maar als het meisje in haar puberteit komt en hem van alles begint te verwijten: ,,Het gaat je alleen om je reputatie in dit zeikerige shitdorp', begint hij ernstig aan zichzelf te twijfelen . Via flashbacks wordt de lezer geconfronteerd met Hata's verleden, dat hij vergeefs probeert te verdringen.

Tijdens de oorlog in Burma is hij belast met de medische controle van de 'vrijwilligsters', de troostmeisjes die geronseld werden om de soldaten wat afleiding te bezorgen. Hij raakte hevig verliefd op het Koreaanse troostmeisje Khutaeh, die zich niet wilde schikken in haar lot en als vergelding op een gruwelijke wijze om het leven werd gebracht. Die traumatische beelden contrasteren sterk met de beschrijvingen van de onberispelijke heer Hata die zijn baantjes in het zwembad trekt en geven tegelijkertijd een verklaring voor de bijna krampachtige manier waarop Hata zijn leven onder controle wil houden. Maar de verwijten van Sunny blijven in zijn hoofd nagalmen en herinneren hem aan de woorden, die kapitein Ono, zijn superieur in het Japanse leger, hem ooit toevoegde: ,,U kent geen inwendige bezetenheid, het leeft niet in u. Daarom faalt u tot op zekere hoogte steeds opnieuw.'

Dat gebrek aan passie breekt hem ook op in zijn relatie met de weduwe Mary Burns, die vergeefs probeert door zijn pantser heen te breken. Wat hem rest is de opdringerige aandacht van Liv Crawford, de plaatselijke makelaar, die haar oog op zijn huis heeft laten vallen. Deze 'geldbeluste engel', het type dat pluisjes van je kraag staat te plukken als ze tegen je praat, raast als een wervelwind door zijn bestaan en zorgt voor de humoristische toon in dit tragische verhaal.

Chang-Rae Lee demonstreert in deze roman opnieuw zijn enorme taalbeheersing. Hij laat Hata consequent spreken in volzinnen, die met allerlei bij- en tussenzinnen alle kanten uit lijken te meanderen, maar toch steeds keurig afgewikkeld worden: ,,Ik moet zeggen dat ik uit ervaring weet dat het optreden van mensen onder extreme omstandigheden soms onwelvoeglijk en zelfs choquerend kan zijn, en we moeten ons best doen op ieder moment te begrijpen wat iemands wezenlijke karakter is en wat klaarblijkelijk een anomalie is, een tijdelijke dwaling die maar beter kan worden vergeten in plaats van telkens weer te worden herkauwd, hetgeen weinig oplevert.' Ook op het niveau van de taal houdt Doc Hata alles onder controle en het lezen van dit soort uitgesponnen gedachten werkt op den duur onweerstaanbaar op je lachspieren. Lee heeft zich met deze roman moeiteloos uitgeschreven boven de middelmaat en is daarmee voor mij een van de verrassendste nieuwkomers in de recente Amerikaanse literatuur.

mailIcon print |