*

 

Prégardien is een wonder van een liedzanger

Peter van der Lint − 11/02/00, 00:00

recensie Wie in de wintermaand februari een vocaal festival organiseert, moet rekening houden met oprukkende griepvirussen en andere bronchiën-vijandige bacillen. Tot nu toe valt het in Amsterdam mee, maar countertenor Andreas Scholl moest maandag zijn recital met luitbegeleiding afzeggen.

Het publiek kreeg een vervangend barokconcert voorgeschoteld met bas Harry van der Kamp in de hoofdrol. In de overvolle Concertgebouw-agenda wordt gezocht naar een vervangende datum voor het Scholl-recital. Verwacht wordt dat Scholl voldoende genezen zal zijn om later samen met Barbara Bonney het geplande 'Stabat Mater' van Pergolesi uit te voeren.

Intussen is het vocale gebeuren in het Concertgebouw uitgegroeid tot een echt festival met de goede sfeer (zangers die elkaars recital bezoeken, mevrouw Elly Ameling in de zaal) van overdaad en keuzeperikelen. Zondagavond bijvoorbeeld was het moeilijk kiezen tussen het recital van tenor Christoph Prégardien in de kleine zaal en gedeelten uit Moessorgski's 'Boris Godoenov' met sterbas Sergei Alexashkin in de grote zaal. Dan maar allebei, al was het moeilijk om Prégardien in de pauze vaarwel te zeggen.

Samen met pianist Andreas Staier vormt Prégardien al jaren een zeer gelukkige combinatie wat liederen betreft. Vaak speelt Staier dan op een fortepiano maar zondagavond gebruikte hij een moderne concertvleugel, die hij gul en ruig liet klinken. Dat had gevolgen voor de balans; de anders zo subtiele zanger moest zijn stem regelmatig dicht in de buurt van heldentenor-klanken brengen. In Brahms enige liederencyclus 'Die schöne Magelone' was dat waarschijnlijk een bewuste keuze. De heroische teksten van Ludwig Tieck, gebaseerd op een dertiende-eeuwse ridderroman, vragen er als het ware om. De teksten - vaak nogal oubollig en lachwekkend - die Brahms niet becomponeerde werden door Prégardien tussen de liederen voorgedragen. Prégardien blijft een wonder van een liedzanger met een groot gevoel voor tekstinhoud en met een klinkende, zeer welluidende stem.

In de grote zaal leidde diezelfde avond Gennadi Rozhdestvenski het Residentie Orkest met na de pauze dus grote stukken uit 'Boris Godoenov' (complete tweede akte en het slot met de dood van Boris). De dirigent was uitermate sterk op dreef. Zijn zeer gedetailleerde bewegingen straalden rust en een complete beheersing van de partituur uit. Alexashkin was een droom-Boris met die echt Russische klank in de stem en met theatrale uithalen en geluiden als extra. Zo gezongen en gespeeld blijft de dood van Boris toch een van de allermooiste operascènes ooit gecomponeerd. Rondom de Rus stonden uitstekende zangers als Annett Andriessen, Marion van den Akker, Henk van Heijnsbergen (heel sonoor als de monnik Pimen) en Anne Grimm (een fantastische Xenia).

Woensdag gaf de Amerikaanse Dawn Upshaw haar tweede recital, nu in de tjokvolle kleine zaal. Haar programma, waarmee ze al een tijdje door de wereld toert en waarvan onlangs een live-opname uitkwam, is een eerbetoon aan de Franse mezzo-sopraan Jane Bathori, die aan het begin van de eeuw veel Franse componisten inspireerde tot het schrijven van liederen.

Veel van die liederen werden door Bathori ook in première gebracht, vaak met de componist aan de piano, maar vaker nog met Bathori zelf aan de toetsen. Upshaw bracht een mooi en breed overzicht, wat als nadeel had dat liederen uit hun cyclus en verband waren gerukt. Maar er zaten ook enkele complete cycli in het programma, zoals Ravels onverwoestbare 'Histoires naturelles', door Upshaw met gevoel voor show gebracht.

Het was moedig van de Amerikaanse een programma met Franse liederen te brengen. Hoe goed haar uitspraak van de taal ook is, je blijft horen dat het een bestudeerde taal is. Dat werd echt duidelijk toen ze de Engelstalige 'Five little songs' van Reynaldo Hahn zong. Hier was Upshaw helemaal in haar element omdat ze in haar moedertaal kon zingen. Niettemin een prachtige avond, subliem begeleid door pianist Jérome Ducros. Het dankbare publiek kreeg een leuke toespraak ('Dit concert hier in deze hal voor dit publiek is een cadeau') en een toegift: nu geen lied voor Bathori geschreven maar voor Upshaw zelf. Een apart slaapliedje van een jonge Argentijnse componist.

mailIcon print |