*

 

Vlaamse duo Kommil Foo zoekt het beest in de mens

Bianca Bartels − 10/02/00, 00:00

opinie Mens: 'God, ik heb het moeilijk.' God: 'Ja dat weet ik, want ik heb u geschapen.' Mens: 'Nee, ik heb u bedacht.' God: 'Ik heb u zo geschapen opdat u mij zou bedenken.' Mens: 'Nee, ik heb bedacht dat u me zo geschapen heeft dat ik u zou bedenken.'

De typisch zotte logica van het Vlaamse duo Kommil Foo, in een een-tweetje tussen God en een sterveling. Zo gaat ook hun ultrasnelle versie van de evolutie, waarin één wezen muteert van een dinosaurus via een grotbewoner, Jezus, Asterix, Columbus, Hitler, John Lennon en Bill Clinton tot Mich Walschaerts, de ene helft van het duo Kommil Foo. ,,En wie is verantwoordelijk voor dit circus?''

Op zoek naar de al dan niet schepper van de mens geeft Kommil Foo het publiek in 'IJdele hoop' een kijkje in de hemelse keuken. Boven op een enorme metalen stellage met verschillende plateaus zijn de broers Raf en Mich als Vader God en Zoon Jezus druk aan het scheppen. Jute zakken met 'daarin' schapen, koeien en de Homo Erectus gooien ze letterlijk de zaal in, terwijl Mich als Jezus roept: 'Vermenigvuldigen!' Dat zal volgens de mannen wel lukken, omdat het lijf van een mens eigenlijk een zak 'goesting' is.

'Goesting' brengt de Vlaamse mannen op hun favoriete onderwerp. Grootse en meeslepende liefde en seks, maar ook en vaker teleurstellende opgedroogde relaties, onbereikbare liefdes en eindeloze verliefdheid. Losse scènes en heel veel tergend mooie liedjes ademen het gevoel van ijdele hoop uit. Met 'Ze houdt te veel van mij' door Raf, over een onmogelijke liefde waar hij tot bloedens toe in blijft geloven, als komisch hoogtepunt.

Kommil Foo gaat er in hun vierde programma weer helemaal voor. Met krachtige hese stemmen zingen ze intiem en uitbundig tegelijk hun moderne blues, zichzelf met hart en ziel begeleidend op toetsen, gitaar (Raf) en viool (Mich). Michs hele lijf is het ritme, elke spier in zijn lijf zingt en beweegt. Alsof hij niet drie dagen geleden uit het decor gevallen is en zijn enkelbanden scheurde, klautert hij met zijn gipsen voet en gevaar voor leven kronkelend over de hoge pijpen van het decor, terwijl hij gepijnigd zingt over liefdesverdriet.

Het beest in de mens dat - met scherpe tong - fluisterend gevaar brengt, blijkt de baas over de mens te zijn: onder meer bij een mannetje dat aanklopt bij het hart van zijn geliefde en op een nieuwe bewoner stuit die hem om de oren slaat en verwijt dat hij het hart ooit - gedwongen door het beest - geheel verwaarloosd heeft achtergelaten. Wie zo'n absurde dialoog weet te verzinnen, heeft het toch niet nodig in een andere scène letterlijk 'een lul' te spelen met als climax klaarkomen. Maar dat is gelukkig een van de weinige schoonheidsfoutjes van deze overweldigende theatermakers.

mailIcon print |