recensie De nieuwe verhalenbundel van Toon Tellegen, geen kinder- of jeugdboek, maar voor alle leeftijden, begint met een lang gedicht, waarin hij als kind met zijn moeder en zijn grootvader in de trein zit. Als de conducteur langskomt om de kaartjes te knippen en vraagt waarheen de reis gaat, zegt de grootvader: 'Naar Pavlovsk' en zegt het kind: 'Naar Oostvoorne'. Deze twee verschillende bestemmingen, die natuurlijk niet met elkaar te rijmen zijn, laten zien dat de grootvader en zijn kleinkind in twee verschillende werelden leven.
In de verhalen die na dit gedicht volgen, zal de Russische wereld in heel haar vreemdheid aan de orde komen. Tellegens grootvader, geboren in 1875 en gestorven in 1955, is in 1918 vanuit Sint-Petersburg naar Nederland gevlucht, waar hij als vertegenwoordiger in snoepjes de kost heeft verdiend. Zijn kleinzoon moet veel om hem gegeven hebben en is in elk geval door de verhalen die hij het kind vertelde, geworden tot de schrijver die hij is. In het kinderboekenweekgeschenk 'Mijn avonturen door V. Swchwrm' laat Tellegen het jongetje bij het ziekbed van zijn grootvader staan, die graag nog zou willen weten, zo zegt hij zachtjes, hoe het verder met zijn kleinkind zal gaan. 'Ik word schrijver' reageert de jongen en de grootvader knikt dan instemmend.
Van zijn grootvader heeft Tellegen de fantasie, of liever gezegd de verbeeldingskracht geleerd en bovendien de uitdrukkingskracht van woorden. Hij stelt het in deze bundel verhalen zo voor dat zijn grootvader telkens een verhaal vertelt, dat hij zich herinnert ademloos beluisterd te hebben als kind. In de eerste zin van elk verhaal komt het woord 'grootvader' voor: ,,Mijn grootvader hield van de namen van de Russische steden.' ,,Mijn grootvader hield van het woord tergen.' ,,Mijn grootvader vertelde over een bonthandelaar die een feest gaf.' Daarmee worden deze verhalen een hommage aan het verteltalent van de grootvader, maar het blijft een feit dat het de schrijver Tellegen is die ze vertelt. Ik denk dat het toeschrijven van de verhalen aan de grootvader eerder een vormkwestie is (zoals de verhalen in 'Twee oude vrouwtjes' altijd op gang kwamen door iets over 'twee oude vrouwtjes' te vertellen).
Het doet er weinig toe hoe groot het aandeel van wie is, het komt er alleen op aan hoe het verhaal is geformuleerd en dat is, zoals altijd bij Tellegen, subliem. De beste manier om dat te ervaren, is ze hardop aan iemand voor te lezen. Dan hoor je hoe ze klinken als een klok en dat ook zelfs verhalen over het vertellen uitermate vertellend kunnen zijn. Zoals over die bonthandelaar die een feest gaf: iedereen moest stipt op tijd zijn en was dat ook, maar de gastheer ontbrak. De eigenaar van het restaurant werd wanhopig, naarmate de tijd verstreek en het eten verpieterde. Ten slotte besloten de ongeduldige gasten dan maar met het eten te beginnen. Juist op dat moment kwam de gastheer binnen, die buiten zichzelf van woede raakte toen hij zag dat men niet op hem had gewacht. Hij gooide de tafel omver en zijn gasten dropen beschaamd af. De slotalinea heeft de allure van een gedicht, een gedicht van Tellegen wel te verstaan:
,,'Alleen God mag ongeduldig zijn', mompelde mijn grootvader. En ik zag, zoals altijd wanneer hij God noemde, God voor me, met een verhit gezicht, achter een vluchtende menigte aanhollend. 'Liefde, vlug!' riep hij ongeduldig. 'Schiet op! Heb elkaar lief!' Met één vuist dreigend in de lucht, struikelend, en ten slotte vallend, in de modder, met zijn gezicht voorover. De vluchtende menigte ontkwam, zonder dat ook maar één iemand een ander liefhad.'
In Rusland, zo lijkt het wel, is alles anders. De werkelijkheid is een sprookje, het gewone wordt overdreven, wonderen of raadsels zijn er legio, in mensen kunnen zich veranderingen voltrekken die hen buiten de orde plaatsen. Een familielid van grootvader trouwt, blijft van zijn werk weg, verkoopt zijn goederen, stuurt zijn vrouw het huis uit en verdrinkt zich in de Neva. Omdat een hond de tsaar in zijn been heeft gebeten, wordt hij niet alleen opgehangen, maar moeten alle honden uit het Rijk bijeengedreven worden, 13 miljoen. Ze worden uitgehongerd ingezet om de Zweden te verdrijven. Iemand sluit zich plotseling op in een kast en jammert dat hij bang is voor onweer, terwijl er van geen onweer sprake is. Iemand anders slaat met zijn vuist op tafel, zijn vijand verwensend, die, zo blijkt later, precies op dat moment doodvalt. ,,Er liep ook wel eens iets goed af', zei grootmoeder, toen zij op het eind van een verhaal binnenkwam.
De bundel staat boordevol merkwaardige geschiedenissen, die allemaal een echt Russische geest ademen. De grootvader was een sombere man, met een metafysisch wereldbeeld. Hij schreef ook gedichten, in het Russisch, die zonder uitzondering 'over God, de hemel en de dood' gingen. De meeste verhalen die hij vertelt, eindigen met een zucht. Zijn heimwee en verlangen naar Rusland moet groot zijn geweest. Rusland is in dit boek bij uitstek het land van de verbeelding.
Eenmaal in zijn leven, zo lezen we in het slotverhaal, is de grootvader in de steppe geweest, als twaalfjarig jongetje, met zijn vader. Het was een overweldigende ervaring en heel zijn leven verlangde hij ernaar. ,,Als er een hiernamaals is dan moet het een steppe zijn.' De kleinzoon nu: ,,Sinds die ochtend in de kerstvakantie in de donkere achterkamer van het hoge rode huis aan de Haagweg in Leiden heb ik eenzelfde verlangen naar de steppe als mijn grootvader: het is een groter, aanhoudender en sterker verlangen dan welk ander verlangen ook.'
De grootvader heeft de basis gelegd voor Tellegens schrijverschap. Zo lees ik tenminste deze verhalen ook: als een eerbetoon aan hun leermeester.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.