*

 

Marthy Ehrlich blijkt meester van kleinste nuance

Kees Polling − 22/01/00, 00:00

recensie Composities van moderne jazz en geïmproviseerde muziek zijn vaak moeilijk uit het blote hoofd te leren. Geroutineerde musici gebruiken de bladmuziek echter alleen als houvast voor de moeilijkste passages. Het drukke geblader van het trio van Marthy Ehrlich (rieten), Mark Dresser (bas) en Andrew Cyrille (slagwerk) in het Bimhuis was daarom des te verwonderlijker.

Als er tijdens een optreden veelvuldig van blad gelezen wordt, wijst dat er meestal op dat er of geen repetities geweest zijn, of geen uitvoeringen, of dat enkele musici nieuw zijn. Maar bij dit trio gaan deze opties niet op.

Van de drie was het vooral Cyrille die zijn neus (op solo's en momenten van collectieve improvisatie na), voortdurend in de partituur stak. Ehrlich en Dresser beperkten zich tot composities van de ander. Eigen stukken waren in alle gevallen makkelijker.

Was hun muziek nou zo moeilijk? Lastig? Complex? Nee, hoewel makkelijk anders is. De stukken zaten alle goed in elkaar, en de wendingen waren weliswaar verrassend, maar niet onmogelijk. Datzelfde geldt voor de polyritmische inslag, die veel composities kenmerkte. Want Cyrille is een polyritmicus bij uitstek. Hij houdt ervan de maat te omspelen, te suggereren als het ware, en van meerdere ritmes een ingenieus muzikaal web te bouwen.

De enige mogelijke verklaring voor het drukke gelees donderdagavond is misschien dat zij zo drukbezet zijn, zo veelgevraagd en opgeëist door eigen tijdrovende en energie slurpende projecten, dat de repetities erbij in geschoten zijn.

Voor de muziek maakte dat gelukkig niet uit. De muziek ademde de spontaniteit die veel geïmproviseerde muziek kenmerkt - zelfs in de meest veeleisende delen. Die spontaniteit is ook eigen aan de drie musici, die ieder een meester zijn op hun instrumenten. Cyrille geldt al jaren als een van de grootsten van het slagwerk; Dresser bezit al evenzeer een toon om van te dromen en een ideeënrijkdom waar menige collega jaloers op is.

Ook Ehrlich is een talent. Maar van de drie geldt hij het meest als een 'musician's musician', een musicus die vooral in kleine kring zeer gewaardeerd wordt. In het Bim-huis liet hij horen dat hij beslist een groter publiek verdient. Als musicus -op klarinet en altsaxofoon liet hij een gave, soepele toon horen, waarmee hij de kleinste emotionele nuance kan overbrengen- en als componist. Stukken als 'View of point' en 'Point of view' waren ware meesterwerkjes.

mailIcon print |