*

 

Poesjkins laatste ontmoeting met een oude vriend in Armenië

Antoine Verbij − 08/01/00, 00:00

recensie Wat moeten dichters en denkers met de oorlog? Wanneer er heden ten dage een oorlog uitbreekt, slaat onder onze intellectuelen de twijfel toe. Moet de dichter zijn stem verheffen of er juist beschaamd het zwijgen toe doen?

Vroeger lag dat wel anders. Natuurlijk was je als schrijver geboeid door de oorlog, door de officieren die geschiedenis maakten, door het strijden en lijden van soldaten op het slagveld. In de trossen van oprukkende legers waren altijd wel dichters te vinden. En meer nog: onder de generaals was menig geletterd man, die de pauzes tussen de gevechten gaarne gebruikte voor een verheffend onderhoud met de intellectuelen onder de manschappen.

Voorbeelden daarvan vinden we in Poesjkins 'Reis naar Erzurum'. De dichter reisde in 1829 het Russische leger achterna dat op de grens van Armenië en Turkije met de Turken slag leverde. De Russische poëet was zelfs niet te beroerd om met de blanke sabel de legers van de tsaar te helpen Erzurum te veroveren, een stad in het noordoosten van Turkije. Tegelijkertijd is zijn reis een weerzien met oude vrienden: intellectuele officieren die, vanwege hun deelname aan de mislukte dekabristenopstand in 1825, naar het front waren verbannen.

Eén vriend had hij er niet verwacht te treffen. Onderweg in Armenië komt hem een kar tegemoet, getrokken door twee ossen. De kar blijkt zijn vriend Gribojedov te vervoeren, diplomaat en toneelschrijver. Gribojedov was net als Poesjkin iemand die het zielloze salonleven in Petersburg graag verruilde voor opwindender omgevingen. Omdat ook hij verdacht werd van banden met de dekabristen, zond de tsaar hem naar de Russische ambassade in Teheran.

mailIcon print |