*

 

Juist op de openbare school moet ruimte zijn voor gebed

Mohamed Rabbae − 27/01/00, 00:00

recensie Een paar weken geleden heeft het Calandlyceum in Amsterdam geweigerd moslimleerlingen een leeg lokaal ter beschikking te stellen voor hun gebedsoefening tijdens de lunchpauze. De rector van de school meent dat honorering van het verzoek van de leerlingen in strijd is met het openbare karakter van de school.

,,Betreffende deze situatie bestaat er beleidsvrijheid waarin het bevoegd gezag zelf bepaalde keuzen moet maken'', zegt staatssecretaris Adelmund daarover. Ze stelt dat er ,,geen belemmering is als het bevoegd gezag van een school een leeg lokaal beschikbaar zou willen stellen om een gebed te verrichten''.

Volgens de staatssecretaris handelt het Calandlyceum conform de wet. Dat is de vraag. Het openbaar onderwijs heeft immers al heel lang de taak om ook onderdak te bieden aan leerlingen die in hun directe omgeving geen school vinden die aansluit bij hun eigen levens- of wereldbeschouwing. Omdat Amsterdam op dit moment niet over een islamitische middelbare school beschikt, hadden de moslimleerlingen van het Calandlyceum een betere behandeling verdiend.

Het lyceum heeft een zeer minimalistische interpretatie van de wet gehanteerd. In artikel 44 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs staat: ,,Het onderwijs aan openbare scholen wordt gegeven met eerbiediging van ieders geloofs- en levensovertuiging''. Om die reden juist wordt het openbaar onderwijs beschouwd als de ontmoetingsplaats bij uitstek voor verschillende culturen en geestelijke stromingen. Neutraliteit van het openbaar onderwijs kan in mijn visie nooit betekenen dat leerlingen op school geen ruimte wordt geboden voor het beleven en praktiseren van die stromingen en culturen. Alleen bij een actieve beleving van de verscheidenheid aan religies en culturen krijgt de wederzijdse eerbiediging haar volle betekenis. Want zonder confrontatie is respect en tolerantie inhoudloos en dus gratuit.

Het Calandlyceum hanteert een passieve en defensieve definitie van het begrip neutraliteit, wat leidt tot een geestelijke en culturele verarming van het openbaar onderwijs. Het ontneemt de leerlingen een kans om zich voor te bereiden op hun rol, positie en houding in een inmiddels pluriforme samenleving.

Niet in de neutrale maar in de pluriforme school zal het openbaar onderwijs zijn toekomst en meerwaarde moeten vinden. In deze pluriforme school maken de leerlingen kennis met elkaars schrijvers, dichters, filosofen en geestelijke stromingen. Een eigen 'stilte-centrum' zou daar op zijn plaats zijn.

Die openheid vraagt eveneens om een open benadering van de ouders. Zij moeten weten dat het in contact brengen van hun kinderen met anderen via bovengenoemde invulling van de openbare school, niet leidt tot een levensbeschouwelijke verbijzondering van hun school. Want inderdaad, zoals oud-minister Van Kemenade reeds een kwart eeuw geleden stelde: de openbare school verliest haar essentiële betekenis als zij een levensbeschouwelijke of gezindteschool wordt. Maar dat is evenzeer het geval als een openbare school zogenaamd neutraal wordt en haar leerlingen niet met waarden en visies op mens en maatschappij in contact brengt.

mailIcon print |