*

 

Altijd licht slapen, nooit iemand vertrouwen

NANDA ROEP − 22/01/00, 00:00

recensie Anton van der Kolk situeert zijn verhalen in achterstandsgebieden, waar opgroeiende kinderen problemen tegenkomen die de meesten van ons niet kennen. Er heersen armoede, analfabetisme en lichamelijke gebreken die vaak met een simpel, westers medicijn verholpen zouden kunnen worden. Zijn nieuwe boek 'Brieven aan de rattenhemel' gaat over straatkinderen, zoals die in Latijns-Amerika leven.

Er zijn verschillende redenen aan te wijzen waardoor kinderen op straat komen te staan. Sommige kinderen zijn buitenechtelijk en worden door door hun moeder verstoten.

Hoofdpersoon Gabi was tien toen zijn alcoholistische vader zich doodreed, waarna Gabi en zijn moeder in armoede vervielen. Hoewel zijn moeder in een café ging werken, moest ook Gabi proberen geld te verdienen.

Wat doe je in zo'n geval? In eerste instantie ga je nootjes en chips verkopen, of liedjes zingen in de bus. Maar dat brengt te weinig op, dus probeer je het met auto's wassen bij de stoplichten. Uiteindelijk beland je in het criminele circuit, besteel je toeristen en het liefst ook winkeliers. Voor de laatsten moet je uitkijken, want sommigen bewaren geweren achter hun toonbank, waarmee ze gericht schieten zodra je binnenkomt.

De afstand tussen Gabi's oude, schoolgaande leventje en het leven op straat wordt zo groot, dat het contact met zijn verdrietige moeder eerst vervaagt en dan verdwijnt. Politie en winkeliers verklaren hem vogelvrij, en zo wordt hij uiteindelijke een 'straatrat'.

Van der Kolk heeft Latijns-Amerika, vooral Costa Rica, regelmatig bezocht en schrijft met de zekere hand van iemand die weet waarover hij het heeft. Geen overbodige uitleg, geen belerende moraal, geen medelijden, maar de rauwe realiteit. Je voelt de hitte drukken in de Calle Mayor, de hoofdstraat van de stad die niet bij naam wordt genoemd. Je voelt hoe uit alle richtingen gevaar dreigt, maar ook hoe je je redelijk veilig kunt wanen zonder onoplettend te worden: altijd licht slapen en nooit iemand vertrouwen.

'Brieven aan de rattenhemel' is geschreven in de ik-vorm. Dit stelt Van der Kolk in staat de erbarmelijke leefomstandigheden te noemen, en tegelijkertijd te beschrijven hoe de jongens zich eronder voelen. Zielig voelen ze zich niet, wel opgejaagd.

De wetten van de straat zijn even simpel als onmogelijk: vertrouw niemand, maar sluit je altijd aan bij een groep voor bescherming. Dat Gabi vriendschap sluit met Ricardo is uitzonderlijk. Ricardo houdt van Gabi omdat hij hem kan vertrouwen, ,,en omdat je een sukkel bent die mijn rotstreken pikt'. Gabi is Ricardo's vriend omdat deze 'rotstreken' hem leren hoe hij kan overleven op straat.

Maar dan worden ze in hun slaap overvallen door andere straatratten die zijn 'overgelopen' en als informanten voor de politie werken. Met stokslagen wordt Ricardo vermoord, terwijl hij Gabi probeert te beschermen.

'Brieven aan de rattenhemel' begint met Gabi's verdriet en ongeloof over de moord op zijn beste vriend. Gabi, vijftien jaar oud, schrijft zijn gevoelens van zich af in een aantal brieven aan Ricardo, die hij daadwerkelijk op de post doet. Adres: de rattenhemel. De moord is het begin van vertwijfeling bij Gabi, die ertoe zal leiden dat hij het straatleven vaarwel wil zeggen. Of dat laatste hem zal lukken, mogen de lezers zelf bedenken.

De opbouw van het boek heeft tot gevolg dat vragen over bijvoorbeeld Gabi's achtergrond vrij laat worden beantwoord. Ook krijg je direct te maken met veel namen van de andere 'straatratten', wat het in het begin lastig maakt de jongens uit elkaar te houden.

Voordeel van de opbouw is de directe spanning die de beschrijving van de moord oproept. Aan de andere kant gaan eventuele gevoelens van medeleven met Gabi verloren, omdat je de precieze aard en omvang van zijn verdriet nog niet kunt begrijpen.

Als niemand van Ricardo's familie hem komt identificeren, zal hij worden begraven onder een andere naam. Dat wil Gabi voorkomen, want: ,,Als je met een vreemde naam wordt begraven, ben je iemand die nooit heeft bestaan.' Daarom gaat hij op zoek naar de familie van Ricardo: een broer die ook straatrat is, een zus die zich prostitueert, een moeder die in een krottenwijk woont.

De kern van het verhaal is stevig, sfeervol en krachtig, maar toch blijft er het gevoel dat er iets mist... Maar wat? Dat Gabi wel een moeder heeft, maar haar niet ziet, blijft wat zweven tussen logisch en onwaarschijnlijk. Tenslotte houdt zij van hem en is zij de eerste die Gabi opzoekt na Ricardo's dood. Kansen op een beter leven wil Gabi niet grijpen, hij gelooft er niet meer in. Pas als zijn beste vriend is gestorven, ziet hij dat deze manier van leven nergens toe leidt.

Misschien had Van der Kolk verder moeten gaan; misschien had hij uitgebreider moeten beschrijven wat ertoe leidde dat Gabi al zijn hoop verloor. Hoe Gabi zich bijvoorbeeld na de dood van zijn vader aan zijn verdrietige moeder ging ergeren, zich in de steek gelaten voelde en niet meer naar huis terugkeerde. In dat geval hadden we het verhaal completer meebeleefd. En dan was 'Brieven aan de rattenhemel' bovendien een dikker boek geworden, wat een bijkomend voordeel was geweest.

mailIcon print |