*

 

De beeldend kunstenaar wint het van de regisseur

David Sneek − 03/02/00, 00:00

recensie Nadat de Japanse regisseur Takeshi Kitano in 1994 na een motorongeluk gedwongen was om lange tijd te revalideren, besloot hij de verveling te verdrijven door te gaan schilderen. Tevreden met het resultaat liet hij zijn fantasierijke schilderijen -van bijvoorbeeld vreemde dieren met bloemen in plaats van ogen- in zijn succesvolle misdaadfilm 'Hana-bi' zien.

Groot bleek het contrast tussen Kitano de schilder en Kitano de filmmaker; sober waren zijn filmbeelden, overdadig en felgekleurd zijn naïeve schilderijen.

En nu Kitano terug is met 'Kikujiro' zou je kunnen zeggen dat de beeldend kunstenaar het van de regisseur heeft gewonnen. Weliswaar nemen de schilderijen een minder prominente plaats in, maar de camera heeft hun vrolijke, uitbundige stijl overgenomen.

En ook het verhaal, een soort fotoalbum waarbij elke nieuwe episode met een schilderij of een tableau vivant wordt ingeleid, heeft dezelfde sprookjesachtige naïviteit. Het ouderloze jongetje Masao dat denkt het adres van zijn moeder te hebben gevonden en naar haar op zoek gaat, wordt op zijn reis vergezeld van de nietsnut Kikujiro, uiteraard gespeeld door Kitano zelf. Een paar scènes, met een kinderlokker en met wat kermisexploitanten die boos zijn over een door Kikujiro ontvreemde teddybeer, herinneren nog aan de harde scènes uit 'Sonatine' en 'Hana-bi', maar door Kitano's laconieke humor blijft 'Kikujiro' ook hier een geschikte kinderfilm.

Toch dacht Takeshi naar eigen zeggen bij het maken van 'Kikujiro' voortdurend aan 'Hana-bi': hij wilde er zeker van zijn dat hij iets totaal anders zou maken. Het is een wending die misschien het best vergeleken kan worden met David Lynch' recente 'The straight story'; Lynch doorbrak eveneens alle verwachtingen, liet zijn complexe, surrealistische thrillers achter zich en koos voor een eenvoudig, lineair en ontroerend verhaal.

Als voorbeeld voor 'Kikujiro' noemt Kitano 'The wizard of Oz' (ook een favoriet van Lynch, gezien de vele citaten in met name 'Wild at heart') en zeker in de tweede helft van de film vindt 'Kikujiro' de toon van dit klassieke sprookje. Wanneer Masao na de mislukte zoektocht ontroostbaar is, steelt Kikujiro een belletje in de vorm van een engel voor hem. Net zoals het klikken van de schoentjes in 'The wizard of Oz' een goede fee kan laten verschijnen, zou het rinkelen van het belletje het jongetje kunnen troosten. Masao rinkelt maar er gebeurt niets.

Of toch? 'Kikujiro' verandert geleidelijk van stijl. De dromen nemen de overhand, het wordt nu echt vakantie. Het maakt niet meer uit dat Kikujiro en Masao al dagen rondzwerven zonder geld of onderdak, ze vermaken zich zorgeloos met kinderspelletjes en de Hell's Angels die toevallig langskomen. Kitano is de leider van een privé-circus dat alles doet om Masao af te leiden en aan het lachen te maken.

En toen werd het ook voor regisseur Takeshi Kitano zomervakantie: het is alsof hij zijn scenario helemaal vergeten was en op de set alleen nog maar zichzelf wilde vermaken. Zijn acteurs, stuk voor stuk bevriende dansers en komieken, liet hij verkleden en opmaken als achtereenvolgens een vis, een octopus, een marsmannetje en een meloen. Zoals de voormalige yakuza Kikujiro denkt dat de magische krachten van een belletje genoeg zijn om Masao te troosten, zo lijkt Kitano, die toch eerder bloedige gangsterfilms met ingewikkelde flashback-structuur maakte, opeens te geloven dat kinderlijke slapstick voldoende is om zijn publiek te bekoren. En dat is nog waar ook.

mailIcon print |