*

 

'Op zondag ging er een pruim achter de kiezen'

Haro Hielkema − 18/01/00, 00:00

recensie Hij was geen man waarvan er twaalf in een dozijn gaan. Hij was ook niet zomaar een 'opa', anders had Peter Verton zeker geen boekje over hem geschreven. Leendert van der Weele was zijn 'grootvader', en een heel bijzondere ook.

Die laatste vragen vormden de aanzet tot het boekje. Verton sprak met zijn moeder over haar vader. Hij ondervroeg zijn oude tantes. En hij had zijn eigen herinneringen en de briefwisseling met opa. Maar bovenal vond hij het verhaal van de vervlogen tijden in een uitvoerig verslag dat zijn grootvader op verzoek van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek in Wemeldinge had gemaakt over zijn ervaring van bijna een halve eeuw op de Zeeuwse wateren: over de garnalenvisserij, het oesterbedrijf, de mosselkwekerij, het redden van zeelieden, maar ook het bij nacht en ontij arresteren van mosselstropers.

Voor Verton is schrijven niet helemaal vreemd. In zijn tijd als inspecteur bij de Rotterdamse politie waren het rapporten en processen-verbaal, tijdens zijn studie sociologie werden het werkstukken, en na het vertrek met zijn gezin naar Curaçao was het een proefschrift over 'politieke dynamiek en dekolonisatie', ofwel 'de Nederlandse Antillen tussen autonomie en onafhankelijkheid'.

Daarna pas rolden er reisverhalen uit zijn pen, over Egypte en Latijns-Amerika. En nu heeft hij zijn drang om de wortels van zijn bestaan te zoeken de vrije hand gegeven, in 'Leendert van der Weele'.

Verton, die nu op Curaçao werkt als zelfstandig bestuursadviseur, wilde weten waar zijn grootvader zijn moed en kracht vandaan haalde. Hoe hij zijn drie tienerdochters opvoedde na het overlijden van zijn eerste vrouw (52). Hoe hij hertrouwde, met 'een jong ding' zoals ze in 'Bru' zeiden (het dorp Bruinisse). En hoe hij weer in de rol van vader en moeder trad voor zijn twee jongste dochtertjes, toen ook zijn tweede echtgenote (34) stierf.

,,Als je weet hoe hij dat alles heeft doorstaan, hoe hij twee wereldoorlogen heeft meegemaakt en twee maal zijn huis voor het water moest ontvluchten, wordt ook zichtbaar hoe je zelf gevormd bent. Voor mijn grootvader was de vraag 'wat doe je wel en wat doe je niet' heel belangrijk. Hij stond voor mij als een richting aanwijzer.''

In januari 1944 stond hij bij het gezin Verton in Bergen op Zoom op de stoep, met zijn tweede vrouw en hun dochtertje, geëvacueerd op last van de bezetters. Kort na de watersnood van 1953 herhaalde zich dat; toen trok de 71-jarige weduwnaar met z'n twee jonge kinderen bij hen in. In zijn jeugd bracht Peter veel vakanties door in Bruinisse. Schouwen-Duiveland was de plek waar hij altijd naartoe werd getrokken. ,,Dat had alles wat je jezelf zou wensen. Als ik wat ging bijverdienen, was het daar -in de landbouw. En altijd waren we bij opa.''

Zijn grootvader was anders dan die van andere jongens, vond hij. Krachtig, uitermate vastberaden. Als er A gezegd was, volgde B. Het gezegde 'recht door zee' was hem op het lijf geschreven. Opkomen voor je eigen club, niet bang zijn, wijsheid -die woorden tekende Verton op. Daarnaast was opa Leendert naar de buitenwereld toe een afstandelijke man. ,,Dat bracht zijn beroep met zich mee. 'Als opzichter moet ik vandaag iemand kunnen bekeuren die ik gisteren heb gegroet', zei hij altijd. Daarnaast had hij ook humor. In de brieven die hij naar mij op Curaçao schreef, stonden altijd een grap en een grol, maar ook levenslessen.''

Het levensverhaal over Leen van der Weele sluit aan bij de trend om boeken te schrijven over ouders en grootouders. Waarom wil Verton het buiten de familiekring brengen? ,,Dat was niet mijn eerste opzet. Pas toen anderen het verhaal lazen en het interessant vonden, kwam ik op het idee het uit te geven. Omdat het niet alleen over mijn grootvader gaat, maar mensen uit Zeeland er iets van vroeger in herkennen. Het lijkt alsof men tegenwoordig geen boodschap meer heeft aan wat ouderen te vertellen hebben. Ik vind dat niet terecht. Je kunt er toch wat van opsteken hoe men vroeger tegenover de dood of het geloof stond, hoe men met vreugde en verdriet omging. Dit is een voorbeeld van een familiegeschiedenis waarvan er nog wel meer geschreven zouden kunnen worden.''

Binnen de familie wordt wel eens gezegd dat Peter op zijn grootvader lijkt, omdat hij ook niet bang is om andere wegen in te slaan en een nieuwe richting op te zoeken. ,,Wel een mooie vergelijking.''

mailIcon print |