*

 

Koninklijke boegbeelden op het punt van tuimeling

Arend Evenhuis − 02/09/00, 00:00

opinie Doordat 'de afgelopen periode geen topseizoen' was, nomineerde de jury van het Theaterfestival minder voorstellingen dan voorgaande jaren: zes Vlaamse en vijf Nederlandse. Onder meer het koninginnendrama 'Maria Stuart' van het Antwerpse gezelschap De Roovers, dat vanavond en morgenavond in de Amsterdamse Transformatorzolder staat.

Ze keken er zelf wat vreemd van op. Het juryrapport van het Theaterfestival2000 meldt dat de Engelse en Schotse koninginnen Elisabeth en Maria Stuart 'in hun strijd tegen de mannen' handelen. Alsof Friedrich Schillers koningsdrama 'Maria Stuart' (1801) opeens tot een 'vrouwenstuk' is verworden. Het gaat onmiskenbaar om twee vrouwelijke personages, maar Sara de Bosschere als koningin Elisabeth en Sofie Sente als Maria Stuart woelen wel wat meer los dan een platte man/vrouw-tegenstelling.

Het Theaterfestival nomineerde 'Maria Stuart' van het Vlaamse gezelschap De Roovers vol lof. ,,Het lijkt of de mannen in deze voorstelling opzettelijk naar het tweede plan zijn geschoven. De strijd van de twee vrouwen is heel mooi. Het zijn prachtige rollen, goed dat ze niet verzuipen in het collectief. De mondkus van de vrouwen, die de één de ander geeft als vernedering, is heel sterk. Sara de Bosschere levert de prestatie van het jaar. Als Elisabeth haar Pyrrus-overwinning heeft behaald, zijn haar laatste woorden: 'O, is iedereen al weg? Dan ga ik ook af.' 'Wat flauw', denk je, maar in tweede instantie komt het inzicht: dit is een koningin die niet kan beslissen. Ze wordt lachwekkend. Ze eindigt als pop.'

De tengere en fragiel ogende Sara de Bosschere heeft inderdaad iets van een pop, maar dan met de scherpe contouren van een wajangpop of een verstijfde reuzensprinkhaan. Haar 'virgin queen' Elisabeth is een breekbaar meisje dat aanvankelijk niet tegen haar rivale lijkt opgewassen. Maar onder die naïef ogende aarzeling schuilt toornige opstandigheid alsof er een gekarteld mes blikkert. De Bosschere zet haar ogen vol furie, priemt met haar lange armen en vingers naar haar raadsheren, kromt rug en hoofd als een hyena die op het punt staat zijn prooi te verslinden. En laat ook de kunst van het crescenderen maar aan haar over: ,,Een bastaard noem je mij? - Rampzalige! / Dat ben ik maar, zolang jij leeft en ademt. / De twijfel aan mijn vorstelijke afkomst, / zal ik met jóuw verdelging meeverdelgen. / Zodra de Brit geen keus meer overblijft, / ben ik in 't wettig huwelijksbed geboren!'

Heel eenvoudig maar trefzeker verbeeld komen de tegenstrijdige karaktertrekken van koningin Elisabeth tevoorschijn als De Bosschere haar lichaam de zaal laat inhellen, zich met de armen achterwaarts aan haar raadsheren vastklampend. In één oogopslag staat daar het boegbeeld van het koninkrijk Engeland. Maar wel een boegbeeld dat op het punt van tuimeling staat.

De Roovers spelen het drama op een kale toneelvloer, met rafelige lappen zwarte stof als gordijn die later half afgebrande planken blijken te zijn. Nergens een kerker, kasteelbanier of troonzaal te bespeuren. Op de zijwanden lichten de schaduwen van de koninginnen vergroot en als in wederzijdse koortsdromen op.

Sofie Sente als de Schotse koningin zucht al vanaf het begin van het stuk in de kerker, en wordt letterlijk op haar plek verankerd met blokken steen op haar jurkzoom. De koninginnen zijn door elkaar en door de omstandigheden geboeid; borsten en buiken zijn met nylonkoord omwonden als waren ze galeiboeven. De Bosschere en Sente hebben minstens een halfuur nodig om zich na afloop uit hun touwen te bevrijden.

,,Allicht is het geen vrouwenstuk', zegt Sara de Bosschere, ,,het gaat om het brandpunt van macht.' ,,En de mannen', vult Sofie Sente aan, opereren eerst als groep aan het hof, dan als individuen.' Al ver voor hun toneelopleiding aan het Antwerpse conservatorium van Dora van der Groen, raakten zij verslingerd aan theater; op woensdagmiddagen speelden zij met vrienden in het gezelschap 'Kindervreugde'. De Bosschere: ,,Ingmar Bergman noemde levensdrift en levenslust de essentie van toneelspelers. Het heeft ook met melancholie te maken: je voelt dat de dag voorbijgaat, dat het donker wordt; op de een of andere manier wil je daar iets tegen doen. Grote gevoeligheid en een groot waarnemingsvermogen zijn ook kenmerken van grote toneelspelers. Met verhevigde momenten kun je je eigen observaties boven het dagelijkse leven optillen. Ook in andere kunstzinnige beroepen; ik vind het nog altijd jammer dat ik geen beeldhouwer of schrijver ben geworden.'

Net als geestverwante theatergezelschappen als Maatschappij Discordia en 't Barre Land regisseren de spelers van De Roovers zichzelf. ,,Het stuk zelf is de regisseur', weet De Bosschere, ,,dat bepaalt de toon en de taal. Het is altijd weer communicatie, die toeschouwer en speler het vermogen geeft om de banaliteit van menselijke verhoudingen te zien.'

Sente: ,,Wij werken als groep elke keer opnieuw als een chemisch proces. En daar ben ik dankbaar om.'

De Bosschere: ,,Hopelijk wordt onze werkwijze nooit een systeem, want dan is er geen verwondering meer. Maar al zou dat wel gebeuren, is er altijd wel weer een individu die de constallatie verandert.'

mailIcon print |