*

 

KIOSK

Samuel de Lange − 08/01/00, 00:00

recensie EEN TOTAAL ANDERE EEUW VOLGENS HELMUT SCHMIDT

De inhoudsopgave van het artikel van Helmut Schmidt (1918) in Die Zeit laat al zien dat de voormalige bondskanselier niet bang is voor wat hooi op zijn vork. De eerste vier kolommen van zijn artikel voert Schmidt ons mee in een vogelvlucht door de eeuwen waarin het klimaat, de wereldbevolking, de verstedelijking en de technische vooruitgang aan dramatische veranderingen onderhevig zijn. ,,Vandaag is het bruikbare aardoppervlak per mens tot zo'n 4% van het lapje grond ingekrompen dat de mensen ten tijde van Jezus van Nazareth ter beschikking stond.' Het netto resultaat -opwarming van de aarde, overbevolking, geweldige verschillen in welvaart en de globalisering van economie en techniek- stelt de toekomst voor zulke enorme vraagstukken dat Helmut Schmidt zijn stuk de titel 'Een totaal andere eeuw' heeft meegegeven. Die voorspelling, meent hij in het begin, laat geen plaats voor optimisme of pessimisme; aan het einde van zijn artikel maant hij ons allen tot de 'realistische analyse' waarvan hij in Die Zeit een proeve heeft gegeven.

De vragen die Schmidt stelt laten zich niet zonder enige grootspraak formuleren, want het zijn inderdaad grote problemen. Hoe kan de bevolkingsexplosie ingedamd worden, hoe kan het broeikaseffect gekeerd worden, moeten lokale en regionale oorlogen voortaan door de Verenigde Naties opgelost worden (en wat als een supermacht dan zijn veto uitspreekt?), hoe kan de wapenhandel bedwongen worden, en hoe kan een botsing tussen beschavingen, vooral tussen islam en christendom, vermeden worden?

De hoop dat ontwikkelingshulp conflicten uit de wereld zou helpen is de laatste jaren kleiner geworden, en Schmidt acht het waarschijnlijk dat de ontwikkelingslanden tot lang na de 21ste eeuw tegen een veel geringere beloning zullen moeten werken dan Amerika, Europa en Japan. Om ontwikkelingshulp weer tot een instrument van de emancipatie te maken stelt Schmidt twee krasse maatregelen voor: al die landen die het geld gebruiken om hun wapenarsenaal uit te breiden moeten van hulp worden uitgesloten, en hetzelfde geldt voor landen die zich niet inspannen de bevolkingsgroei in te tomen. De supermachten die aangewezen zijn om deze eeuw in veiliger water te loodsen zijn Amerika en China. Daarbij moet Rusland, in weerwil van al zijn achterwaartse bewegingen, niet vergeten worden, al was het maar vanwege zijn nucleaire vermogen.

Maar het is duidelijk dat Schmidt vooral een belangrijke rol voor een Verenigd Europa wenst. Afzonderlijk mag zelfs een machtig land als Duitsland niet genoeg gewicht in de schaal leggen, merkt hij fijntjes op, maar een gemeenschappelijk optreden van de Europese landen zou grote indruk maken op het wereldtoneel. Het is in Europa's eigen belang ,,de druk van de overbevolking in de zuidelijke en zuidoostelijke omgeving het hoofd te bieden, evenals de te verwachten problemen in de wereld met de energievoorziening, en de nu al acute problemen van een globale economie'. Tenslotte pleit Schmidt voor respect en tolerantie jegens andere culturen, en speciaal de islam. We moeten niet de vergissing begaan terroristische uitwassen met een beschaving te verwisselen, vindt hij. Na de strenge voorwaarden die de schrijver aan ontwikkelingshulp heeft verbonden, maakt deze aanbeveling een nogal vrijblijvende indruk. Dat geldt natuurlijk ook voor de slotzin die ons 'moed voor de toekomst' toewenst.

CLINTON IS EEN PRESIDENT IN VREDE EN OVERVLOED

In The New York Review of Books bespreekt de journalist Lars-Erik Nelson drie boeken over president Clinton. Onder de titel 'Clinton en zijn vijanden' neemt Nelson Clinton in bescherming tegen zijn critici die Amerika en zijn president veel meer macht toekennen dan zij bezitten, en zodoende alle tekortkomingen aan onwil wijten. Nelson beijvert zich de marges aan te wijzen waarbinnen een supermacht en zijn leider moeten manoeuvreren, en men zou wensen dat Schmidt zijn waarschuwingen had gelezen voor hij zijn lijst met goede voornemens voor de wereld in het algemeen, en Europa in het bijzonder, had opgesteld. De Duitse Macher van weleer (kanselier van 1974-1982) zou er enige bescheidenheid over beleidsmakers van kunnen opsteken.

Clinton had bij zijn binnenlandse politiek rekening te houden met een vaak vijandige volksvertegenwoordiging, en in het buitenland met een nog veel grotere argwaan. Dat betekent niet dat Clinton zichzelf het werk makkelijk heeft gemaakt. Zijn escapades met 'Jennifer, Paula, Cathy en Monica' hebben hem geen goed gedaan, en zijn wetsvoorstellen waren niet altijd even tactisch. Nelson rekent daartoe ook Clintons poging het Amerikaanse leger van zijn homofobie te bevrijden. Misschien hadden met wat 'realistische analyse' zijn hervormingsvoorstellen op het gebied van belasting, wapenbezit en gezondheid, een grotere kans van slagen gehad. Maar men moet niet vergeten dat van meet af aan Clintons tegenstanders een nietsontziende campagne hebben gevoerd om de president onderuit te halen. Zo beschouwd is hij nog wonderwel overeind gebleven. Het verwijt dat Clinton in de Balkan en elders in de wereld niet krachtdadig genoeg is opgetreden houdt geen rekening met de naijver van Amerika's bondgenoten, en de haat van zijn vijanden. En zo is, besluit Nelson, Clinton uiteindelijk de president van de jonge Amerikaanse gezinnen geworden, wier belangen hij thuis, op school en op het werk met een hoop gelegenheidswetgeving beschermd heeft. ,,Gewone mensen zullen zich hem waarschijnlijk herinneren als een mens met betreurenswaardige fouten, maar ook als een redelijk goede president, want zijn bewind was voor de Amerikanen een tijd van vrede en overvloed.' Hoe welgemeend ook, die verdiensten klinken wel heel mager voor een Amerikaanse president op de drempel van 'een totaal andere eeuw'.

mailIcon print |