*

 

Intelligente producten moeten nog veel leren

LIESBETH DEN BESTEN − 18/11/00, 00:00

Hij was deze week uitgebreid in het nieuws, de screenfridge (of beeldschermkoelkast maar dat klinkt direct een stuk minder flitsend). De beeldschermkoelkast is de nieuwste loot aan de stam van het smart design (dit wordt helaas een stukje met erg veel Engelse woorden).

Het zat er al jaren aan te komen, beweren deskundigen, maar nu kunt u eindelijk behalve de melk ook het nieuws uit de koelkast halen. Het schijnt dé oplossing te zijn voor al die tweeverdienende, kinderrijke, druk-druk-drukke gezinnen. We hebben straks namelijk een internetaansluiting in de koelkast en alle berichtjes die het thuisfront daarop zet ('mam, de cola is op') kunnen we met een WAP-telefoon op ons werk, in de trein of waar dan ook oproepen - je moet er niet aan denken.

Pennen met handschriftherkenning, zelfdenkende stoffen en telefoons met stemherkenning - alle design moet tegenwoordig 'intelligent' zijn, maar hoeveel intelligente voorwerpen verdraagt een mens om zich heen en zijn intelligente voorwerpen wel werkelijk intelligent? Raken we van al deze voorwerpen niet overbelast, maken ze ons niet juist hopeloos afhankelijk, hulpeloos en 'dom'? Het zijn vragen die afgelopen dinsdag in Eindhoven op de Dag van het Ontwerp centraal stonden.

Op de gelijktijdige innovatie- en designmarkt kreeg je de indruk dat smart technology vooral het speeltje van de techneuten is. Enthousiast legden twee ontwerpers van een Philips branch design team uit, waar hun team de afgelopen drie jaar mee bezig geweest was: een koffietafel met touchscreen (een vingerscherm, dat reageert op aanraking met de vingertoppen) als tafelblad. Het witte kunststof pindabakje in het midden bleek de plek te zijn waar de gebruiker zijn 'geheugen' in de vorm van een plat schijfje, niet groter dan een mantelknoop, kan laden. Je stopt het dingetje zo in je zak om de opgeslagen informatie ergens anders, via een zelfde pindabakje, weer te kunnen lezen. Zo'n koffietafel zou bijvoorbeeld een buurtfunctie kunnen hebben, als een soort digitaal buurt-informatiecentrum. In plaats van klaverjassen kunnen buurtbewoners straks knopen in een pindabakje gaan gooien.

Het is allemaal mogelijk in de nabije toekomst maar moet alles wat mogelijk is ook gemaakt worden? Dat is een wezenlijke vraag waar ontwerpers en techneuten geen antwoord op hebben. Tijdens het BNO-debat op de Dag van het Ontwerp heerste een tamelijk sceptische en pessimistische sfeer. Terwijl het ene panellid verzuchtte dat smart products hem dom maken (Gert Staal), verklaarde een volgende spreker dat het allemaal heel complex is maar dat er geen weg terug is (John Thackara), waarna de derde spreker het doodvonnis velde: het zit in ons DNA, we willen onderzoeken, nieuwe dingen uitvinden, dat is al vanaf het begin van de mensheid zo maar het zal onze dood worden (Eugene Bay).

Gelukkig hebben de ontwerpers ook al weer een oplossing voor dit digi-pessimisme bedacht. John Lippinkhof (Philips Design) vertelde in een lezing, over 'Het huis van de nabije toekomst', waarin de producten intelligenter en kleiner worden en zelfs helemaal zullen verdwijnen. De nieuwe technologie leidt niet tot een stroom nieuwe producten maar juist tot producten die naadloos opgaan in de huiselijke sfeer. Bijvoorbeeld de boekcomputer, die de maat heeft van een boek, op een boekenplank wordt geplaatst en daar wordt opgeladen en aangevuld. Omdat binnen afzienbare tijd televisietoestellen platte schermen worden, en geluidsboxen even plat zijn, zal het huis van de toekomst meer lijken op het huis van vroeger dan op het huis van nu met zijn overdaad aan audio- en andere apparatuur. Een paar geruststellende plaatjes sloten dit nabije-toekomstscenario af.

Design en technology beheersen ons dagelijks leven nu al en het is moeilijk om je eraan te onttrekken maar of de nieuwe 'smart' producten nou echt zo intelligent zijn valt te betwisten. Intelligent in software-termen betekent vooral dat het ontwerp nog handiger inspeelt op de - vermeende - behoeften van de gebruiker. Gaat er echter iets kapot, dan weet niemand meer hoe en of het gerepareerd kan worden.

Daarom is smart design nu vooral nog fun en misschien moet dat maar zo blijven. Hoe meer het onze dagelijkse handelingen gaat overnemen en beïnvloeden, hoe kwetsbaarder we worden (stel je voor dat de Wap-verbinding met je koelkast straks verbroken is, wat moet je dan?). Of, zoals Willem de Ridder in de paneldiscussie stelde, kennen wij één probleem waar we veel energie in gestopt hebben, dat opgelost is?

De zaal en het panel moesten hem het antwoord schuldig blijven.

mailIcon print |