*

 

Improvisatie verrijkt opera

Kees Polling − 18/01/00, 00:00

recensie De laatste jaren leek het alsof het geïmproviseerde muziektheater niet meer bestond. Het maatschappijkritische muziektheater van Willem Breuker en de absurdistische, op dada en fluxus geënte variant van Misha Mengelberg en Wim T. Schippers lagen ver achter ons.

Hoewel de in ons land woonachtige Amerikaanse cellist Tristan Honsinger zijn 'Il Profumo dei Diavolo' een 'opera' noemt, ligt het werk onmiskenbaar in het verlengde van het geïmproviseerde muziektheater uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.

'Il Profumo dei Diavolo' (Het Duivels Parfum), dat zondag in première ging in het vrijwel uitverkochte Groninger Grand Theatre, heeft echter meer met Mengelberg dan met Breuker. Maar ondanks de absurdistische trekken is de opzet nadrukkelijk verhalend.

Om dat verhaal eruit te kunnen halen, dient de bezoeker wel een talenwonder te zijn. Een programma met libretto of samenvatting zou handig zijn; in Groningen ontbrak dat. Italiaans en Frans worden het meest gebezigd, maar er wordt ook in het Senegalees en Engels gezongen, terwijl ik in een door de Japanse sopraan Hiroko Masaki gezongen aria zelfs Japans meende te horen. Daarnaast spreekt altsaxofonist/fluitist Sean Bergin enkele teksten in het Nederlands. Maar dat die nou het werk verduidelijken.

'Il Profumo dei Diavolo' gaat over passie, liefde, jaloezie en verraad - ingrediënten die al eeuwenlang het genre opera bepalen. Het speelt zich af in en rond het parfumlaboratorium van een zekere Georgio Gucci. Een spion probeert achter het geheim van Gucci's parfum te komen. De verwikkelingen die daaruit voortkomen zijn zowel absurd als humoristisch.

Honsinger, die zelf het script en de muziek schreef, en regisseur Jan Ritsema schetsen deze gebeurtenissen door muziek, toneel en dans door elkaar te laten lopen. De zangsolisten -de eerder genoemde Masaki en de Senegalees Mola Sylla- worden bijgestaan door Honsinger en Bergin, die regelmatig over het podium wandelen en telefoongesprekken voeren.

De Japanse butoh-danseres Hisako Horikawa 'danst' ondertussen de uiteenlopende werkingen van het parfum: van traag en aards tot uitbundig en delirisch.

Sloeg de balans tussen de handeling en de muziek tijdens de try-out op zaterdagavond nog uit in het nadeel van de laatste, tijdens de première bleek de muziek een volwaardig en belangrijk onderdeel van de 'opera'. Honsinger schreef voor 'Il Profumo dei Diavolo' een aantal melodieën, lichtvoetig als Italiaanse volksliedjes en pakkend als Zuid Afrikaanse kwela's, die de musici volop mogelijkheden boden voor improvisatie. De cellist werd bijgestaan door Bergin, de Japanse trompettist Toshinori Kondo (die zijn instrument af en toe uiterst spaarzaam en doeltreffend elektronisch vervormde) en de Senegalezen Mola Sylla (duimpiano's) en Serigne Goeye (percussie).

Het fraaist waren de combinaties van muziek en zang waarin de (soms bizarre) elementen zodanig samenkwamen dat het publiek het gemis aan begrip niet voelde. Ingrediënten van die momenten vormden de voorbeeldige klassieke operazang van de Japanse sopraan; de krachtige Afrikaanse stemkunst van Sylla of diens Franse (westerse) uitstapjes; de bijna romantische deuntjes en sferische of hectische improvisaties. Je kon er hartelijk om lachen (zoals bij de mallotige tekst van Bergin, waarin hij als ober een menu met prei en aardappels aanbeveelt), gebiologeerd genieten van de intense zang van Masaki, of de trieste eenzaamheid voelen van de spastisch bewegende danseres.

Als Honsinger met 'Il Profumo dei Diavolo' iets aantoont, dan is het wel dat het geïmproviseerde muziektheater allesbehalve kan worden afgeschreven.

mailIcon print |