recensie 'Beleggen in aandelen geeft op langere termijn een beter rendement dan sparen.' Met deze kreet wordt de consument voortdurend aangespoord de geldstroom toch vooral richting de effectenbeurs te laten gaan. Een kleine nuancering lijkt echter op zijn plaats.
Wat namelijk niet wordt verteld, is dat een klein fiasco in de portefeuille, het op het eerste gezicht goed ogende beleggingsrendement in één klap teniet kan doen.
'Dat is het risico van het vak', luidt de reactie. Dat klopt. En het financieel verlies is eigenlijk ook niet het meest irritante. Dat is het hele verhaal rond zo'n tegenvallende belegging en de wijze waarop aandeelhouders worden behandeld. Het speelt van onvolledige berichtgeving tot 'zaken die niet deugen' en regels die met voeten worden getreden.
Zie bijvoorbeeld wat er gebeurt bij het beursgenoteerde automatiseringsbedrijf Baan. Zoals eenieder weet: Baan 'zit in de rode cijfers'. Aandeelhouders, die het lange tijd bijzonder goed florerende aandeel veelal kochten voor een bedrag tussen de 40 en 50 euro, zagen de koers de afgelopen maanden een vrijwel verticale vrijval maken.
En dat is niet leuk. Want: aandelen schijnen toch over een periode van 15 jaar een rendement van zeker 12 tot 15 procent op te leveren? Behalve dan als men enige vrijvallers als Baan in de portefeuille heeft.
Wat alleen bij insiders bekend was, en pas openbaar werd gemaakt op de niet voor pers toegankelijke aandeelhoudersvergadering van 29 juni, was dat Baan sinds januari van dit jaar met ruim veertig verschillende partijen heeft onderhandeld teneinde een zo aantrekkelijk mogelijk overnamebod te realiseren. Uiteindelijk bleek het bod van het Britse automatiseringsbedrijf Invensys het meest aantrekkelijk. Via Invensys, dat tot gisteren een belang van 58 procent heeft opgebouwd, kregen aandeelhouders de afgelopen week het verzoek om akkoord te gaan met een overnameprijs van 2,85 euro per aandeel. De consequentie van het niet-akkoord gaan zou zijn dat men wellicht een incourant aandeel, of erger: een aandeel in een failliet bedrijf, over zou houden.
Waarop moet de aandeelhouder zich bij het nemen van een dergelijk zware beslissing baseren? Heeft men geen adviseur voorhanden, dan is het eerste document waar men naar grijpt het jaarverslag. Echter: recente officiële, goedgekeurde jaarcijfers van Baan zijn niet beschikbaar en een jaarverslag ontbreekt. Het Baan-bestuur vroeg in de aandeelhoudersvergadering op 29 juni uitstel tot maximaal 30 november 2000 voor het vaststellen van de jaarrekening. Dit verzoek is opmerkelijk, zo meent Peter Paul de Vries, directeur van de VEB (Vereniging van Effecten Bezitters), omdat de -niet goedgekeurde- cijfers over 1999 reeds op 3 februari beschikbaar waren en omdat het bestuur meedeelde dat de definitieve cijfers niet zullen afwijken van de voorlopige.
Uiterlijk op 15 juli zou Baan een goedkeurende verklaring hebben van de accountants, zo meldde interim-bestuursvoorzitter Everaert. Dat dit precies twee dagen na het sluiten van de aanmeldingstermijn van het bod van Invensys is, is volgens hem toeval. Dus werden de cijfers over 1999 niet toegelicht, niet besproken en aandeelhouders hadden bij hun beslissing om al dan niet op het bod van Invensys in te gaan, geen goedgekeurde cijfers ter beschikking hebben.
Een andere belangrijke kwestie waaraan aandeelhouders houvast hebben bij hun keuze het aandeel al dan niet te behouden, is het minimale percentage waarbij Invensys zijn bod gestand zal doen. Ook daarover is onduidelijkheid. Invensys liet in eerste instantie weten dat dit bij 95 procent het geval zou zijn. Later werd 80 en 70 procent genoemd. Het vermoeden is zelfs dat gestanddoening al bij 60 procent zal plaatsvinden.
Is er georganiseerde oppositie? In welke mate hebben de aandeelhouders een gezamenlijke vuist gemaakt? Vrijwel niet. E. Sonneveldt heeft het initiatief genomen om met de oprichting van Baaninvestors een vorm van georganiseerde oppositie te bewerkstelligen. Sonneveldt, die beweert 20 procent van de aandeelhouders en een belang van 19,6 procent te vertegenwoordigen, is echter niet aanwezig op plaatsen waar hij nu juist wel moet zijn: zoals de aandeelhoudersvergadering. Bovendien heeft hij aandeelhouders steeds opgeroepen om de aandelen tot 12 juli vast te houden, tegen die tijd zouden de plannen van Baaninvestors bekend zijn. Tot op heden wacht men nog op zijn voorstellen.
Voor inlichtingen langs bij consumentenorganisaties? Woordvoerder S. Louw van de Consumentenbond liet weten dat zijn club, die overigens wel beschikt over een financiële advieslijn, niet de aangewezen plaats is voor dergelijke vragen. De VEB wellicht? In een artikel in het tijdschrift Effect (in het nummer van 8 juli) liet De Vries reeds weten dat Baan-beleggers een moeilijke beslissing dienden te nemen, die vaak niet op rationele gronden genomen zal worden. Hij adviseerde om te wachten tot het eind van de aanmeldingsperiode. Dat was, zo leek het althans, donderdag om drie uur. Inmiddels is de termijn verlengd.
En zo modderden duizenden kleine en grote Baan-aandeelhouders de afgelopen weken verder. Alhoewel officiële cijfers nog bekend moeten worden, blijken veel aandeelhouders inmiddels hun aandeel niet te hebben aangemeld. Ze blijven aandeelhouder en hopen zo te profiteren van een betere gang van zaken. Dit ook gezien de toezeggingen van Invensys-topman Yurko dat het bedrijf binnen een jaar uit de rode cijfers zal zijn. De Vries verwacht dat tussen de 70 en 90 procent van de aandelen zal worden aangemeld, waarna Invensys het bod gestand doet en de beursnotering behouden blijft.
Wat er ook gebeurt met de Baannotering, het eens zo grote vertrouwen in het bedrijf is voorgoed verdwenen. Dat geld zeker ook voor het vertrouwen in de oprichters en voormalige grootaandeelhouders, de broers Jan en Paul Baan. Zo bleek dat Baan Company in 1997 onder hun leiding een poging had gedaan om de nieuwe boekhoudregels van de Amerikaanse beurs te omzeilen. Baan hoopte hiermee niet verkochte software als omzet te kunnen boeken. Bovendien bleken de broers, via hun niet-beursgenoteerde onderneming Vanenburg Groep, de verkoop van een groot gedeelte van hun belang in Baan maandenlang te hebben verzwegen. Dit terwijl beleggers aan de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) dienen te melden als de grens van 10 procent aandelenbezit gepasseerd wordt. In geval van Vanenburg was dit vorig jaar al het geval. Het duurde een halfjaar voordat dit naar buiten kwam. Het is aan de STE om stappen te ondernemen. Is dat inmiddels gebeurd? Niemand die het weet. STE-woordvoerster Anita Berntsen laat weten aan een 'geheimhoudingsplicht' gebonden te zijn. Of er sowieso ooit actie wordt ondernomen tegen een dergelijke grove overschrijding van het STE-regelement? Ook daarover blijft de aandeelhouder tot op de dag van vandaag in het ongewisse.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.