recensie De euro zwak? Alman Metten en Bart van Riel, schrijvers van het onlangs verschenen boek 'De keuzes van Maastricht' over de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie (Emu) zijn bijna verontwaardigd. Gezien de doelstellingen is de euro juist een succes. De inflatie is ,,historisch uniek laag en lager dan in de VS''. Dus hebben de Europeanen meer waar voor hun geld dan de Amerikanen. Bovendien is Europa bestand gebleken tegen de ernstige economische crises in Azië, Rusland en Latijns-Amerika.
De beslissing om Europa via de Emu minder kwetsbaar te maken voor mondiale valuta-onrust was juist. De unie kwam er ook veel eerder en met veel meer landen dan verwacht. De president van de Europese Centrale Bank voorspelde als president van De Nederlandsche Bank nog ,,een proces van heel lange adem. Dat maak ik in mijn ambtsperiode niet meer mee.'' Dat had hij mis. Maar de weg naar de Emu en de geboorte van de euro was wel hobbelig, menen oud-europarlementariër Metten en beleidsmedewerker voor de PvdA-eurodelegatie Van Riel.
Ze reconstrueerden het ontwikkelingsproces rond het Verdrag van Maastricht, waarin de Emu is vastgelegd. Dit verdrag was slechts ,,een wapenstilstand in de tegenstellingen die het probeerde te verzoenen''. Harde politieke gevechten die nog steeds doorwoekeren, concluderen ze. Ze zijn teleurgesteld in de herhaalde pogingen van Parijs om politieke greep te krijgen op het monetaire beleid en in de restrictieve politiek van de Europese Centrale Bank (ECB), die nog steeds riekt naar de Duitse Bundesbank.
Het tweetal geeft een prachtig inzicht hoe de Europese besluitvorming tot stand komt. Hoewel de weg naar de Emu al eerder was ingeslagen, werd ze pas zekerheid in Maastricht. Frankrijk en Duitsland, of liever gezegd de toenmalige president Mitterrand en bondskanselier Helmut Kohl, waren de onbetwiste hoofdrolspelers. Op de achtergrond speelde de val van de Berlijnse Muur. Kohl had internationale steun nodig voor de eenwording van Duitsland. Tegen de zin van de Bundesbank en niet zonder binnenlandse politieke risico's ging hij in op de eis van Frankrijk om de Emu onherroepelijk vast te leggen met een datum voor de derde, definitieve fase. ,,Het risico van een Duits isolement in Europa of een anti-Duitse stemming na de eenwording werd door hem kennelijk hoger ingeschat'', schrijven Metten en Van Riel.
De harde toetredingsvoorwaarden -die later echter flink rekbaar bleken-, de rol van de ECB en het Stabiliteitspact kwamen vooral uit de koker van de Duitsers, met Nederland in het kielzog. De auteurs illustreren hoe Duitsland en Nederland jarenlang probeerden de zwakke economische broeder Italië en eigenlijk ook de andere zuidelijke lidstaten buiten de deur te houden. Ze gingen uit van een kopgroepje van noordelijke lidstaten (Benelux, Duitsland, Frankrijk, Denemarken of Ierland). De opmerkingen van de minister van financiën Zalm over 'hysterische' pogingen van zuidelijke landen en spaghetti-eters om door te dringen tot de Emu kwamen dus niet uit de lucht vallen.
Uiteindelijk werden elf landen en daarna Griekenland toegelaten. Dat kwam door de inspanningen in die landen om orde op zaken te stellen in de overheidsfinanciën, de invloed van de financiële markten, maar ook door de verzwakking van de Duitsers als scherprechter, stellen Metten en Van Riel. Door de kosten van de eenwording liep het Duitse overheidstekort flink op. Anderen op de vingers tikken was er dus niet meer bij.
Als verbazingwekkende ontwikkeling signaleren de auteurs dat de economische poot van de Emu inmiddels meer vorm krijgt via het Europese werkgelegenheidsbeleid. Dat is zijn aanvankelijk vrijblijvende karakter aan het verliezen. Vooral de kleine lidstaten, met nieuwkomeling Zweden voorop, speelden hierin een belangrijke rol, evenals de groep van regeringsleiders, waarin de sociaal-democraten steeds meer de overhand kregen.
De auteurs zouden echter willen dat ook de ECB meer oog zou hebben voor werkgelegenheid en economische groei. Het uitgangspunt van Duisenberg en consorten dat de beste bijdrage van de bank aan groei en werkgelegenheid het stabiel houden van de prijzen is, vinden ze star. Vergeleken met de Amerikaanse collega's van de Fed stellen de Europese bankiers zich te restrictief op waardoor er weinig ruimte is voor ondersteuning van groei en werkgelegenheid. Net als de voormalige Bundesbank staat de ECB veel te snel op de monetaire rem, aldus de auteurs. Ze pleiten voor meer macro-economische coördinatie, een directe inflatiestrategie en meer openheid om de voorspelbaarheid van het ECB-beleid te vergroten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.