*

 

De hartstocht voor een pathologische leugenaar

ODILE JANSEN − 09/12/00, 00:00

recensie ,,Het leven heeft me een prachtig geschenk gegeven en alles ontnomen...' schrijft Eszter op de eerste bladzijde van 'De erfenis van Eszter' (1938), Sándor Márai's roman over een verloren liefde. Minutieus reconstrueert Eszter, de hoofdpersoon, daarin de dag waarop ze haar vroegere geliefde Lajos voor het laatst ontmoette en hem haar enige bezit, haar huis en tuin, schonk. Drie jaar lang heeft ze deze melancholische terugblik, deze aan zichzelf opgelegde taak uitgesteld. Aan het eind daarvan begrijpen we ook waarom. Want in het verhaal dat Mária deze vijfenveertigjarige vrouw laat vertellen, wordt de som opgemaakt van een onvervulde hartstocht.

In Eszters geobsedeerde zelfanalyse speelt het verlies van Lajos een allesbepalende rol. Of het daarbij om een reëel liefdesverlies gaat of om een geliefde die ze nooit echt bezeten heeft, blijft een open vraag. Even onduidelijk blijft de betekenis van het offer dat Eszter brengt aan deze Lajos, een charmante ladenlichter en pathologische leugenaar. Márai's speurtocht naar Eszters motieven voor haar 'martelaarschap' houdt het karakter van een voorlopig onderzoek.

In Márai's archeologie van Eszters verleden is al herkenbaar wat zijn roman 'Gloed' (1942) tot een literair meesterstuk maakte. Deze schitterende roman over twee oude vrienden en rivalen in de liefde leidde in 1999 tot de herontdekking van de in vergetelheid geraakte Hongaarse schrijver. Niet alleen de thematiek, maar ook de thrillerachtige structuur van 'De erfenis van Eszter' herhaalde hij in 'Gloed'. Ongetwijfeld is 'Gloed' complexer en geraffineerder dan zijn nu vertaalde, maar vroegere roman. Daar staat tegenover dat deze liefdesgeschiedenis wranger en indringender is. Want het gaat hier om een liefde die tot zelfdestructie leidt. Eszter buigt voor de 'wet van de hartstocht' die totale overgave dicteert en gepersonificeerd wordt door Lajos. Die wordt ten slotte tot een 'vijand' aan wie ze niet kan ontkomen.

Maar is die vijand Lajos, of Eszters verlangen zelf? Eszter is misschien minder een gevangene van Lajos, dan van wat hij voor haar symboliseert. Lajos is namelijk een leeg, karakterloos personage dat daarom uitstekend functioneert als projectiescherm voor alle andere romanfiguren, ook voor Eszter. Voor haar vertegenwoordigt hij de spanning en het gevaar die ze in het gewone leven mist. Hij is een geboren acteur, die zich presenteert als man van de wereld, en die van alles een spel en een drama maakt.

De toneelmetaforen in deze roman benadrukken de rollen die Eszter en Lajos in het verhaal vervullen. Wanneer Lajos na tweeëntwintig jaar terugkomt, gedraagt hij zich als schmierende acteur die iedereen inpakt, hoewel zijn gebaartjes langzamerhand wel bekend zijn. Hij speelt dat hij Eszter terug wil winnen, en ensceneert daartoe een huwelijksaanzoek, in gezelschap nota bene van zijn 'circustroep': zijn twee volwassen kinderen, zijn huishoudster-minnares en haar zoon en zelfs een chow-chow. Eszter is de verdoofde toeschouwster van deze door Lajos opgevoerde show.

Wat op die dag in scène wordt gezet, bezit alle kenmerken van een melodrama. Want in de confrontatie tussen de twee vroegere geliefden, het hoogtepunt van de roman, herhaalt zich het 'verraad' van Lajos van twintig jaar geleden. In een serie monologen wordt de tragiek van een misgelopen liefde onthuld. Want Lajos, die eerst Eszter het hof had gemaakt en daarna Vilma, stuurde haar kort voor zijn huwelijk met Vilma drie liefdesbrieven. In deze brieven, die haar jaloerse zus achterhield, en die haar dus nooit bereikten, vroeg Lajos Eszter om met hem weg te lopen. Voor die mislukte ontsnappingspoging presenteert hij haar twintig jaar later een absurde rekening. In een vernuftig geconstrueerd betoog over de 'wet van de hartstocht', die vrouwen zelfopoffering oplegt, doet Lajos een appèl op Eszters liefde. Door de schenking van haar erfenis krijgt ze de kans om haar gemiste 'levenstaak' alsnog te vervullen.

Met Eszters welwillende reactie op dit dwingende verzoek, waarmee de roman begon, sluit ook haar kroniek af. Maar waarom zwicht ze voor Lajos verwijten? Dat blijft raadselachtig. Betekent haar totale overgave een compensatie voor het verlies van Lajos, een wond die Eszter als het ware met woorden omzwachtelt in haar verhaal? Aan dit raadsel ontleent 'De erfenis van Eszter' haar intrigerende karakter als een dubbelzinnige waarschuwing tegen een al te menselijk verlangen naar grenzeloosheid in de liefde.

mailIcon print |