recensie Nazaat Hitlers ijzerbaron leidt biotechnisch bedrijf
Behalve een interview met Schwab heeft Die Zeit een stuk over de biotechniek in Duitsland, die wankelende farmaceutische reuzen als Bayer & Co weer nieuwe impulsen geeft. Die opleving is een van de zegeningen van de globalisering, meent de schrijver van het artikel 'Afscheid van de hond'. De gedurfde combinatie van gentechniek en software maken de oude scheikundige proeven met geneesmiddelen op honden overbodig. Ook hebben de Duitsers hun naoorlogse schroom voor onderzoek naar het menselijke erfgoed eindelijk laten varen. We vernemen met belangstelling dat een nazaat van Hitlers ijzerbaron Gustav Krupp von Bohlen und Halbach nu aan het hoofd van zo'n biotechnisch bedrijf staat.
Er zijn betere argumenten voor de economische globalisering te bedenken dan het groeiend fortuin van een telg uit een geslacht van oorlogswinstmakers. Klaus Schwab noemt er een paar: 'De Wereldhandelsorganisatie is een van de weinige instellingen die wereldwijde regels heeft voorgeschreven, en op de naleving toezicht gehouden. En uitgerekend tegen die organisatie richten zich de protesten! Wij hebben meer wereldwijde regels nodig, vanwege de grensoverschrijdende investeringen. We hebben een wereldmilieubureau nodig. Het Internationale Monetaire Fonds moet de globale financiële architectuur verder ontwikkelen. De Internationale Arbeidsorganisatie moet een wereldwijd apparaat voor arbeidsnormen in het leven roepen. Het probleem ligt eerder bij de staten dan bij de ondernemingen. De staten moeten een deel van hun soevereiniteit afstaan.' Het geweten achter die regelgeving moet volgens Schwab Internet zijn, zoals ook de kennisachterstand van de Derde Wereld op Internet zal worden ingelopen. Men staat versteld: een ordelijke en welvarende wereldsamenleving waar tot nu landen en volkerenbonden lijf en goed voor veil hadden, rijst ineens bijna eigener beweging uit de grond. De nieuwe economie aan de wieg van het werelddorp. Deze verlichte entrepreneur zal het anarchisme van de elektronische wizkids en de regelzucht van de oude politici in goede banen van het welbegrepen eigenbelang leiden. Het corporatisme, de overwinning van de economie op de politiek, nu niet in nationaal verband zoals de fascisten preekten, maar op wereldschaal krijgt een herkansing.
Zakenman en vakbond tegen onbeschoft imperialisme
Jay Mazur, voorzitter van de Amerikaanse vakvereniging van naaldwerkers en textielarbeiders, ventileert in Foreign Affairs zijn wantrouwen in de goede voornemens van het internationale ondernemerschap. Aan Seattle ontleent hij de optimistische teneur van zijn stuk: 'Het tijdperk van handelsconferenties waarop knusse elites hun uiteenlopende belangen achter gesloten deuren tegen elkaar afwogen, is voorbij.' Maar het gezamenlijk verzet van vakbonden, milieuactivisten en boeren tegen het grootkapitaal staat nog een harde dobber te wachten. De zwarte zijde van de economische globalisering wordt breed uitgemeten. Mazur waarschuwt voor een groeiende onevenwichtigheid in de wereld tussen publieke en particuliere belangen, tussen geconcentreerde rijkdom en algemene verpaupering. Deregulering heeft overal verschrikkelijke gevolgen gehad: 'Rusland, ooit een industriële natie, is weer een ruileconomie geworden; en in de Verenigde Staten heeft de loonkloof een omvang bereikt die sinds de late negentiende eeuw niet meer gehaald is: een gemiddelde stafmedewerker verdient 416 maal meer dan een arbeider.' Ook het milieu heeft onder deze ongebreidelde verzakelijking te lijden. Maar vereende krachten kunnen ook multinationals tot de orde roepen, zoals een geslaagde internationale staking in 1997 tegen de United Parcel Service heeft laten zien. De International Brotherhood of Teamsters, de transportbond, in een heldenrol. 'Verbonden door computer, telefoon en fax, onderzoek en planning uitwisselend, aangemoedigd door regelmatig persoonlijk contact, zal de vakbeweging onverbiddelijk zijn stempel op de wereldeconomie zetten.' De lezer moet wel denken aan een schaduworganisatie naast de ondernemers, en Mazur zal hem niet tegenspreken. Maar daarin schuilt ook het gevaar: een vakbeweging, een elite van arbeiders, die voor de executives niet wil onderdoen. Net zo bewogen door hebzucht als hun tegenstanders hebben vakbonden in Amerika - maar daar niet alleen - deals gesloten met de boven- en de onderwereld van het zakenleven. Juist de 'teamsters' hebben jarenlang uit de hand van de mafia gegeten. Op beide pleitbezorgers voor een nieuwe economische ordening, Schwab en Mazur, rust de verdenking dat de vos de passie preekt.
De lust om zich schouderophalend van dit bedenkelijk internationalisme af te keren vergaat de lezer echter als hij in dezelfde Foreign Affairs het artikel 'Een Republikeins buitenlandbeleid' leest van een adviseur van achtereenvolgens Reagan en Bush. Robert Zoellick trompettert alvast: 'Een eerste taak voor de nieuwe president zal zijn om steun te winnen voor een strategie die de wereld klaarmaakt voor de bescherming en bevordering van Amerikaanse belangen en waarden in de volgende halve eeuw.' Misschien helpt tegen dit onbeschofte imperialisme een herenakkoord tussen de chique zakenman en de toffe vakbondsleider.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.