recensie ,,Onder de verklaring der vreemde woorden vond ik het woord 'optimist' tussen 'onanie' en 'oraal-erotisch' verklaard: iemand die het leven van de gunstigste zijde waardeert. Dat leek me de beste opstelling.''
Deze opstelling heeft Oscar van den Boogaard uitermate krachtig verwoord in 'Sensaties', een bundel autobiografische prozastukken die eerder verschenen in NRC Handelsblad, De Standaard der Letteren en Vrij Nederland. Hij treedt eruit naar voren als een man die tussen steden en avonturen heen en weer slingert, in snelle treinen reist, telkens nieuwe mensen ontmoet, het toeval op de hakken trapt dat hem in nogal wat jongensarmen drijft, van taxi naar Thalys rent, en in de haast een afspraak te halen aan een voorbijganger vraagt of hij zijn verhaal bij de uitgever in de bus doet.
In zijn niet te stuiten levenslust doet Van den Boogaard denken aan Marsman, de enige uitgesproken vitalist van de Nederlandse Letteren, die telkens opnieuw benadrukte dat de waarde van het leven verscholen lag in de dichtheid van de vitaliteit: 'Een sterk leven rechtvaardigt zichzelf'. Het was ook Marsman die de jongeling groots en meeslepend wilde laten leven, die adviseerde niet naar grijsaards te luisteren, maar vastberaden de deur uit te stappen, 'helder en zonder vrees'.
Dat doet Van den Boogaard, helder en zonder vrees reist hij van Brussel naar Rio de Janeiro, van Amsterdam naar Parijs. En overal ziet hij de lichtheid van het bestaan, waartegen hij lange tijd vocht, omdat hij dacht dat lichtheid een tekortkoming was. ,,Ik probeerde zwaar te doen. Ik trok zelfs cowboylaarzen aan. Maar een tante van mij zei dat ik op die laarzen zo verend liep dat ik op een dag nog mijn hoofd zou stoten aan de maan.'' Van den Boogaard wil leven als een goddelijke speerwerper - de letterlijke betekenis van zijn naam. ,,Ik ben trots op mijn naam. Ik werp vooruit. Ik zou het liefst zelf de speer willen zijn en sidderen in de lucht en nooit de aarde raken.''
Net als Marsman slaagt Van den Boogaard erin zijn vitalistische levenshouding om te zetten in vitaal, opzwepend proza, dat je onmogelijk met een rustig gemoed kunt lezen. In elk beschouwing, hoe kort ook, merk je dat hij het graan des levens omstookt tot de jenever van de literatuur - om nog een beeld van Marsman te gebruiken. Maar jenever dient in heel kleine glaasjes gedronken te worden, en als je te veel Van den Boogaard leest, slaat de euforie om in afkeer: wat bezielt de man zijn leven op tafel te leggen? Wat kan mij het schelen dat hij Connie Palmen leerde kennen voordat heel Nederland haar ontdekte. Wat interesseert mij zijn overbuurbuurjongen, die dit jaar zijn liefde vond, en maandenlang, slechts gekleed in een string, voor zijn spiegel bij het raam stond te dansen. De kans is groot dat deze ergernis komt door de bundeling van zijn stukken, die uitnodigt te veel achter elkaar te lezen; in kranten vol dorre, dode taal raak je niet snel overvoerd door vitalistisch proza. Maar het kan ook de vitalistische levenshouding zelf zijn, die zo overweldigend is dat zij het leven beperkt. ,,Als je rent zie je weer andere dingen'', schrijft Van den Boogaard. Juist gezegd, maar elke hardloper weet dat je blik na verloop van tijd, na, zeg tien kilometer, verengt tot de stenen waarop je je voeten moet zetten.
Marsman onderkende het gevaar van het vitalisme. In 1933 schreef hij een kort essay onder de titel 'De dood van het vitalisme'. Daarin stelt hij dat het vitalisme, als ideaal van een krachtige jeugd, een fase van zijn leven is geweest: ,,een wanhoopskreet, een leus van bezieling, een machtsspreuk, een toverwoord''.
Marsmans inzicht is serieus te nemen. Want als je leeft zoals Van Boogaard, 'altijd in transit', nooit langer dan een paar dagen op dezelfde plek, word je, zoals hij zelf perfect formuleert een 'toerist in de werkelijkheid'. ,,Het is onvermijdelijk, je hebt het gevoel dat je zweeft, plotseling sta je stil voor een boom (diezelfde boom waaronder je deze zomer een glas bier hebt gedronken), en zie je dat hij geen blaadjes meer heeft, tiens, denk je, wat is er met hem aan de hand, 'het is al bijna winter', zegt Jan, die verbaasd naast je staat, 'we zouden dit jaar toch een herfstwandeling maken!' roep ik uit, 'dan gaan we volgend jaar', zegt hij.''
De hardloper moet leren wandelen, de toerist moet leren blijven, anders voltrekt de overgang van jongeling naar grijsaard zich ongemerkt en ben je op een dag te mank voor een pittige herfstwandeling. En dan heb je toch wat kleuren gemist.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.