recensie De gebouwen van de middeleeuwse abdij van de Norbertijnen, in het hart van Middelburg, zijn in de Tweede Wereldoorlog platgebombardeerd maar later weer keurig netjes opgebouwd. Van buiten middeleeuws, van binnen hypermodern, licht, strak. Het Zeeuwse provinciehuis is er gevestigd. Maar ook het Roosevelt Study Center (RSC), een instituut dat is opgericht in 1986 voor de bestudering van de Amerikaanse geschiedenis.
Hans Krabbendam die als wetenschappelijk medewerker is verbonden aan het RSC, vertelt dat het plan voor het instituut ontstond in 1982, op de honderdste geboortedag van Franklin D. Roosevelt, de Amerikaanse president wiens voorouders afkomstig zijn uit Zeeland. In 1982 werd ook het 200-jarig bestaan gevierd van de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en de VS, die zich juist toen, als gevolg van de kruisrakettendiscussie in Nederland, op een dieptepunt bevonden. ,,Hoe slechter de onderlinge verstandhouding tussen beide landen'', zegt Krabbendam, ,,des te beter floreert de amerikanistiek''.
Krabbendam vertelt dat Franklin Roosevelt de eerste Amerikaanse president was die de documentatie van zijn beleid onderbracht in een presidentiële bibliotheek. ,,Sindsdien doet elke president dat. Clinton is al druk bezig fondsen te werven.''
Het RSC heeft zowel de documentatie van het presidentschap van de republikein Theodor ('Teddy') Roosevelt (1901-1909), als van de democraat Franklin D. Roosevelt (1932-1945) wiens vrouw Eleanor een nichtje en die zelf een heel verre achterneef van Theodor was.
Maar het RSC is inmiddels veel meer dan een familiebibliotheek. Het is met ruim drie miljoen documenten over de geschiedenis van Amerika op microfilm uitzonderlijk goed toegerust. De bibliotheek wordt geraadpleegd door amerikanisten uit Nederland, maar ook uit België en zelfs uit Duitsland, Engeland en Frankrijk.
De Abdijkerk in Middelburg is ook het decor voor de tweejaarlijkse uitreiking van de F.D. Roosevelt Four Freedoms Award, genoemd naar de vier door Roosevelt gepropageerde vrijheden: de vrijheid van meningsuiting en godsdienst en de vrijwaring van vrees en gebrek. De onderscheiding wordt eens in de twee jaar bij toerbeurt in Nederland en de VS toegekend. In Nederland is de eer onder meer te beurt gevallen aan prinses Juliana die zeer goed bevriend was met de Roosevelts (haar dochter Margriet was petekind van Eleanor Roosevelt), en aan W.A. Visser 't Hooft (1900-1985), stuwende kracht achter de totstandkoming van de Wereldraad van kerken en eerste secretaris-generaal van die raad.
Namens het RSC heeft Hans Krabbendam de redactie gevoerd van een onlangs verschenen bundel opstellen over de verschillende houding in de VS en Nederland inzake morele kwesties. Krabbendam heeft geconstateerd dat Amerikaanse toeristen vaak verbaasd zijn over wat zij zien als morele ontsporingen in Nederland: het gedogen van de handel in soft drugs, de opheffing van het bordeelverbod, de recente legalisering van euthanasie, het homohuwelijk. Andersom ergeren Nederlanders zich vaak aan het uitgesproken moralisme in de propaganda rond de Amerikaanse verkiezingen.
Hoe komt het dat twee naties die beide een calvinistische achtergrond hebben en van oudsher sterk de nadruk leggen op zelfbeheersing en op de verantwoordelijkheid van de overheid voor de morele opvoeding van achtergestelde bevolkingsgroepen, in moreel opzicht zo sterk zijn gaan verschillen?
Krabbendam wijst erop dat Nederland en de VS in de jaren zestig een culturele revolutie hebben doorgemaakt die was gericht tegen de traditionele Victoriaanse moraal en tegen het gezag. Maar de uitkomst van die culturele revolutie was in beide landen zeer verschillend. Anders dan in Nederland, heeft ze in de VS geleid tot een hernieuwde opkomst van de conservatieve beweging die opnieuw de christelijke moraal van Amerika beklemtoonde. ,,In de VS beseft men nog steeds vrij sterk een protestants-christelijke natie te zijn.''
Een ander verschil is dat de Amerikanen een civil religion kennen: zij voelen zich samengebonden door de Constitutie die aan de basis ligt van de Amerikaanse staat. ,,De grondwet heeft voor Nederlanders niet diezelfde fundamentele betekenis, die is flexibel, kan na enige discussie worden aangepast.'' Niemand kent hem ook' zegt Krabbendam die dit ooit eens getoetst heeft bij gemeenteambtenaren. ,,Amerikanen kunnen grote delen van hun Constitutie uit het hoofd opzeggen.''
De term civil religion wordt niet voor niets gebruikt. ,,In de VS is het geloof wijdverbreid dat God een speciale bedoeling heeft met Amerika, dat hij Amerika een unieke rol laat spelen in de wereld en dat Gods wil kan worden gekend uit het democratisch proces: vox Dei, vox populi. Je hoort altijd dat 90 procent van de Amerikanen gelooft in God. Maar dat is niet zozeer een persoonlijk geloof in de God van de Bijbel. Het is het geloof in een hogere macht die Amerika geweldige dingen laat doen. Dat godsgeloof is een onderdeel van het Amerikaan-zijn, de kern van de Amerikaanse samenleving. Als je daar bent op 4 juli, op Onafhankelijkheidsdag, en je hoort al die religieuze taal: God bless you, God bless America. Dat ergert Europeanen meestal.''
De morele debatten worden in de VS veel feller gevoerd dan in West-Europa. Krabbendam wijst op de strijdlustige terminologie: War on poverty. War on crime. War on drugs. Hij zoekt naar een verklaring voor het militante fundamentalisme in de VS: ,,Het heeft ermee te maken dat in Europa de traditie weliswaar hoog staat aangeschreven, maar toch ook wel mag veranderen. Traditie wordt dynamisch opgevat. Daaraan zie je de invloed van de Romantiek die de nadruk legt op historische, organische, voortdurende ontwikkeling. De intellectuele grondslagen van het Amerikaanse staatsbestel zijn geïnspireerd door het rationalistische Verlichtingsdenken dat sterk denkt in onderscheidingen, in abstracte, rationele categorieën. Daardoor denken Amerikanen veel meer dan Europeanen in zwart-wit, in goed en kwaad, in God en de duivel.''
,,Je ziet het aan de opwekkingsbeweging in Amerika: hier en nu neem je een beslissing voor Jezus; je bent born again of niet. Hele duidelijke categorieën. Je ziet het aan het onderscheiden van zeven periodes in de geschiedenis, waarin een strijd tussen goed en kwaad wordt gevoerd. Je hebt de periode van de schepping, de periode van de aartsvaders, de periode van Israël. Er is verschil van mening over de periode waarin we nu leven: de laatste of de één na laatste. Maar het punt is dat die periodes streng van elkaar zijn afgebakend, ze staan niet in het onderlinge verband van een historische ontwikkeling.''
Het rigide, vaak fanatieke denken in tegenstellingen dat de VS eigen is, verklaart Krabbendam ook uit het ontbreken van een centraal debat op dat uitgestrekte continent. ,,Het land is zo groot dat allerlei minderheden en sektes in afzondering kunnen leven, zich kunnen onttrekken aan het publieke discours. Je hoeft je geen onderdeel van het geheel te voelen. Daardoor komen ze ook zo gemakkelijk tot een primitivisme, tot een terugkeer naar de zuivere vorm, naar de tijd van de founding fathers bijvoorbeeld, niet erg historisch gedacht overigens.''
Krabbendam denkt dat de felheid van het morele debat in Amerika uiteindelijk ook voortvloeit uit de veel grotere waardering in de Amerikaanse cultuur dan in de Nederlandse voor strijd, onderlinge wedijver, concurrentie. ,,Geweld maakt in Amerika veel meer dan in Nederland deel uit van de samenleving. Het wordt ook veel gemakkelijker geaccepteerd. Stille tochten tegen zinloos geweld kan ik me in de VS eigenlijk niet goed voorstellen.''
Hans Krabbendam, Hans-Martien ten Napel (Eds.), Regulating morality. A comparison of the role of the state in mastering the mores in the Netherlands and the United States, Antwerpen/Apeldoorn, Maklu, 2000, 232 blz., fl72,75
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.