recensie Het was de bedoeling dat Benjamin Britten zes suites voor cello solo componeerde, naar het voorbeeld van Bach. Het werden er slechts drie, maar in schoonheid en zeggingskracht komen ze dicht in de buurt van die van Bach. Nog sterker dan bij de suites van Bach valt op hoeveel klank en muzikaal verhaal er uit een solo-instrument te halen valt. Brittens suites praten, dansen, huilen en denken na, soms in kale melodielijnen, soms in fugatische passages.
Het vergt veel van een cellist om deze stukken op een begrijpelijke manier over te brengen. Daar is meer voor nodig dan de noten op het juiste moment spelen. Het vergt een innerlijke overtuiging en veel inzicht in de structuur van deze rapsodische werken. De Noorse cellist Truls Mürk is geen man die je meteen bij de strot grijpt, zoals Pieter Wispelwey in deze werken doet. Het drama keert zich bij hem meer naar binnen. Dat maakt zijn aanpak niet minder interessant en zijn spel niet minder mooi. Met name in langzame stukken creëert Mürk aangrijpende momenten, zonder ooit in sentimentaliteit te vervallen. Zijn Passacaglia aan het einde van de derde suite lijkt zich in een ijle droomwereld af te spelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.