*

 

Heldenepos over 'slangenmens in een slangenkuil'

HANS GOSLINGA − 05/02/00, 00:00

recensie Ondanks het cliché poldermodel roept de ondertitel van het boek dat de (voormalige politieke) journalist Bert Steinmetz over Lubbers heeft geschreven, zekere verwachtingen op. Dat komt door het begrip peetvader, dat niet alleen de gunstige betekenis heeft van doopvader, maar ook de ongunstige van hoofd van een maffiafamilie. Is de auteur erin geslaagd een duistere, mogelijk zelfs schurkachtige, kant van de succesvolle politicus bloot te leggen? Was dat maar waar geweest, zou je achteraf bijna verzuchten, want daardoor zou er een menselijker en interessanter beeld van Lubbers zijn ontstaan.

In plaats daarvan bouwt Steinmetz het beeld op van een heldenfiguur, die min of meer buiten zijn wil voor grootse opgaven wordt geplaatst. Hij volbrengt die opgaven in een vijandige of ten minste onbegrijpende omgeving vervolgens op voorbeeldige wijze en vooral tot heil van het land. Het is een tikkeltje veel van het goede.

Een handicap voor de auteur was zonder twijfel dat er over de periode die hij beschrijft (1973 - 1994) al tal van boeken zijn geschreven. In het bijzonder geldt dat voor de wederwaardigheden van het CDA, dat precies in dit tijdvak zijn opkomst en neergang beleefde. Een nieuw licht op de altijd tamelijk ongrijpbaar gebleven figuur van Ruud Lubbers had aan die geschiedenis iets nieuws kunnen toevoegen.

Het boek is, hoewel met vaart geschreven, voornamelijk een hervertelling, die sterk door de optiek van Lubbers wordt bepaald. Steinmetz zegt in zijn nawoord ook openhartig, dat het verhaal van de oud-premier een belangrijke bron voor hem was. Hij ondervroeg hem in vijf lange sessies over zijn ervaringen en drijfveren. Maar hij sprak daarnaast nog met veertig andere politici die de afgelopen kwart eeuw in de politiek actief waren. Dat heeft niet geleid tot een wat afstandelijker kijk op de hoofdpersoon van het boek.

Ongerijmdheden en raadsels in de politieke loopbaan van Lubbers worden daardoor niet opgelost, maar van schijnbaar sluitende en ook nog positieve verklaringen voorzien. Dat geldt bijvoorbeeld voor diens telkens verspringende voorkeur tussen PvdA en VVD als coalitiepartner. Dat kan worden verklaard uit een machiavellistisch streven naar machtsbehoud, maar Steinmetz gooit het op de ongebonden houding van Lubbers, die later zelfs het karakter krijgt van 'een ultieme uitdaging'. Daarbij komt nog dat Lubbers steeds het landsbelang boven het partijbelang stelt. . .

Enigszins in tegenspraak daarmee lijkt de episode waarin Lubbers het als CDA-fractieleider (1978-1982) als zijn voornaamste taak ziet ter wille van de totstandkoming van het CDA het voor de overheidsfinanciën rampzalige kabinet-Van Agt /Wiegel overeind te houden. De auteur noemt zijn optreden in deze periode 'een adembenemend nummer van een slangenmens in een slangenkuil', om er meteen aan toe te voegen dat Lubbers het ervoer als 'zoveelste uitdaging van zijn geestkracht en inventiviteit'.

Het boek is zozeer vanuit het perspectief van Lubbers geschreven, dat het af en toe lijkt alsof er geen andere spelers op het toneel stonden en alsof hij overal de hand in had. Zelfs de val van het kabinet-Den Uyl schrijft hij op zijn conto. ,,Op het moment dat de minister van economische zaken geen voorstellen meer doet om problemen op te lossen, is het kabinet gevallen.'' Lubbers verbaast zich er nog over dat zijn afzijdigheid nooit aan Den Uyl is opgevallen.

Voorzover de andere spelers uit die periode uit de coulissen tevoorschijn komen, worden zij op slag wel een kopje kleiner gemaakt. Een van de hoofdstukken begint met de waarneming dat Ruud Lubbers het met zijn premier niet heeft getroffen. In Den Uyl raakte hij danig teleurgesteld, omdat de sociaal-democraat in zijn ogen, toen het erop aankwam, zijn kabinet ondergeschikt maakte aan het partijbelang.

Met Van Agt viel het ook al tegen. Steinmetz schrijft dat Lubbers een kleine vier jaar ,,al zijn energie en lenigheid van geest moest wijden aan de vrijwel onmogelijke dubbele opgave, het intact houden van zijn diepverdeelde fractie en het overeind houden van het wankele kabinet-Van Agt''. Maar, is de conclusie, het resultaat mocht er zijn. ,,Van Agts kabinet zat tot ieders opperste verbazing de rit uit en daardoor was tevens de totstandkoming van het CDA gered.'' Zo gaat het in dit heldenepos maar door.

mailIcon print |