*

 

Een boek dat het hele leven verandert

T. VAN DEEL − 08/01/00, 00:00

recensie ,,Op een dag las ik een boek en mijn hele leven veranderde.'' Dit is de eerste zin van de roman 'Het nieuwe leven' van de Turkse schrijver Orhan Pamuk (1952). Toen het boek in 1994 verscheen, werden er in korte tijd tweehonderdduizend exemplaren van verkocht en kreeg de schrijver voortdurend de vraag voorgelegd door welk boek het leven van zijn hoofdpersoon zo radicaal veranderd werd. Het antwoord is eenvoudig: door het boek zelf.

De roman gaat niet alleen over een boek dat iemands leven verandert, maar is zelf dat boek. Alles wat erin staat, slaat terug op de hoofdpersoon, die dan ook niet voor niets over het boek dat hij leest, zegt dat het net lijkt ,,alsof het boek mijn eigen verhaal vertelt''.

Zo is het ook en tegen het eind wordt deze vicieuze constructie nog eens herhaald door de schrijver van het boek, de oom van de hoofdpersoon, die lang geleden aan de kleine jongen heeft beloofd, dat hij op een dag een boek zou schrijven waarin hij 'jouw verhaal' ging vertellen.

In dat boek zijn lezer en hoofdpersoon vanaf de eerste zin beland. Ook het leven van de lezer wordt verondersteld veranderd te zijn door het lezen van het boek en dat is het natuurlijk ook, want het lezen van 'Het nieuwe leven' verandert ons leven in het verhaal van de woorden, de tekst gaat voor de duur van onze lectuur ons bestaan bepalen. Pamuk thematiseert in feite een leeservaring die algemeen gedeeld wordt: dat romans iets doen, teweegbrengen, veranderen in het leven van de lezer.

Boeken die over het schrijven zelf gaan, hebben de reputatie academisch en saai te zijn, bestemd voor een klein en gespecialiseerd publiek. In Turkije, en ook elders in de wereld, waar Pamuk in vertaling veel succes heeft, dacht men over 'Het nieuwe leven' blijkbaar niet in deze termen. Dat is begrijpelijk, want de roman is allesbehalve theoretisch en heeft eerder iets filmisch, het verhaal is een zoektocht en kan gelezen worden als een detective.

Met weglating van veel dat nu juist de verbluffende rijkdom en gecompliceerdheid ervan uitmaakt, kan het verhaal aanvankelijk een liefdesgeschiedenis genoemd worden. Op het boek dat het leven van de hoofdpersoon verandert, attendeert hem een medestudente op wie hij verliefd raakt. Zij wijst hem ook op het gevaar dat het boek met zich meebrengt, het is volgens haar niet onmogelijk dat wie zich al te zeer met het boek inlaat, dit met de dood moet bekopen. Haar vriend, van wie zij het boek heeft gekregen, zou al vermoord zijn.

Hier begint de speurtocht naar de achtergronden. Getweeën trekken zij in autobussen door het land en uiteindelijk komen zij terecht bij de vader van de vermoorde vriend, die een heel netwerk blijkt te hebben van detectives en huurmoordenaars, die iedereen opsporen die het boek heeft gelezen.

Het noodlottige boek, dat de dood van zijn zoon heeft veroorzaakt, moet in de personen van de lezers het zwijgen opgelegd worden.

Door een gelukkige verwisseling van identiteiten, na een busongeluk, worden de hoofdpersoon en zijn meisje niet herkend als lezers van het boek.

In het archief van deze vader, die het grote complot tegen het boek coördineert, komt hij erachter dat hij zelf het product is van een complot van het meisje en haar vriend, die beiden besloten hadden hem het boek door te geven.

,,'Het toeval dat ik vol geluk tegemoet trad en met liefde omarmde, en dat ik aanzag voor het ware leven, was slechts de constructie, de fictie van een ander,' zei ik als bedrogen held tegen mezelf.'' Door een dergelijke formulering benadrukt Pamuk het fictionele karakter van zijn roman.

De speelsheid, het superieure gemak waarmee in 'Het nieuwe leven' gejongleerd wordt met de handeling, de successieve ontraadselingen van het boek als boek die dat tot gevolg heeft, maken de roman spannend en doortrapt.

Hier is een schrijver bezig die het erfgoed van Borges, Nabokov, Calvino en Eco, om maar enkele labyrintische groten te noemen, in zijn zak heeft en persoonlijk heeft verwerkt. De roman noemt hij ergens 'het moderne speelgoed' en 'die grootste uitvinding van de westerse beschaving', maar hij voegt er wel aan toe dat hij nog altijd niet goed weet 'hoe ik me in dat buitenlandse speeltuig moet bewegen'.

Dat is natuurlijk onzin, want in elk geval Pamuk is een virtuoos, maar het zegt anderzijds iets over de Turkse schrijver, die zich op de grens van het Westen en het Oosten voelt opereren.

Die Turkse positie komt in de roman herhaaldelijk ter sprake en dan vooral wat de westerse invloed betreft, die de Turkse identiteit dreigt te ondermijnen en fundamentalistische reacties oproept. De vader bijvoorbeeld, die zich tegen het boek verzet, rekent zich tot de partij der Nostalgisten, die node ziet hoe allerlei mooie oude dingen verdwijnen en ze voor de ondergang behoedt door ze op geheime plaatsen te verbergen.

Het is niet zo dat Pamuk deze westerse invloeden afwijst, maar hij ziet wel wat ze op het platteland in Anatolië, ver van Istanbul, teweegbrengen. In een interview in Vrij Nederland (23-12-1995) zei hij hierover en over 'Het nieuwe leven':

,,Ik heb het boek geschreven als een visionaire on the road-roman. Je zit in bussen, je kijkt naar video's, je stopt bij McDonald's, terwijl je door provincieplaatsen en over B-wegen rijdt, zie je de agressieve symbolen en reclames van de consumptiemaatschappij. En je ziet de mensen, hun haat, hun erbarmelijke levensomstandigheden, hun machteloze woede. Ze vangen via de televisie een glimp op van dat andere leven ver weg. Het geeft voedsel aan de Turkse paranoia er niet bij te horen, je denkt aan een Amerikaanse samenzwering. Dát verdriet en die machteloosheid heb ik willen vastleggen in Het nieuwe leven.''

Tenslotte blijkt het boek dat het leven van de hoofpersoon verandert, geschreven te zijn door zijn oom, onder pseudoniem, en wel op basis van talloze andere boeken. Hij neemt wat boeken mee uit het nog resterende bibliotheekje van zijn gestorven oom en ziet dat het boek 'aan alle boeken van de wereld is ontsproten'.

Dit besef, dat elk nieuw boek een herschrijving is van (alle) andere, is niet typisch voor Pamuk, maar hij laat het altijd wel duidelijk aanwezig zijn in wat hij schrijft. Zijn hommages aan de schrijvers die hem zijn voorgegaan, springen in het oog. Zo is het madeleine-koekje van Proust, dat alle herinneringen aan de verloren tijd op gang bracht, bij Pamuk in 'Het nieuwe leven' een ouderwetse Turkse karamel die aan de basis ligt van het boek.

De reis die in deze roman wordt ondernomen is een zoektocht naar het einde van de roman, naar de dood. De doodsobsessie van de hoofdfiguur is niets anders dan een verlangen naar het eind van zijn verhaal.

,,Uit het boek, uit boeken, sijpelde de dood het leven binnen'', staat ergens en die notie heeft Pamuk, naast vele andere kwesties, tot inzet van de roman gemaakt. Een roman die zo rijk is aan details en gebeurtenissen dat één lezing in het geheel niet volstaat hem naar waarde te schatten.

mailIcon print |