*

 

KIOSK

DOOR SAMUEL DE LANGE − 18/11/00, 00:00

recensie AFRIKA'S DEMOCRATIE KAN BETER BURGERLIJK WORDEN

'Hoezo democratie in Afrika?' vraagt de voorpublicatie van de Utrechtse cultureel antropoloog Emanuel de Kadt kortaf. Sinds een tiental jaren, na het mislukken van zoveel ontwikkelingsprogramma's, is de roep om 'goed bestuur' in Afrika steeds sterker geworden. Maar tegen die organisatorische remedie verzet zich het 'patrimoniale karakter' van de Afrikaanse politieke structuur, volgens de Kadt: ,,Persoonlijke banden tussen prominente figuren en hun volgelingen hebben meer invloed op de gang van zaken dan de formele procedures van het politieke bestel.' Achter dit wat dure begrip voor vriendjespolitiek schuilen vuige praktijken als van Robert Mugabe, die sinds 1980 in Zimbabwe 14 maal de grondwet liet wijzigen, om het onderste uit zijn presidentschap te halen. Eénpartij-staten en dictaturen mogen op hun retour zijn, maar corruptie en machtsmisbruik zijn nog altijd aan de orde van de dag in Afrika. De toerekening daarvan aan de koloniale erfenis wijst de Kadt trouwens van de hand. Bij verkiezingen wordt vaker vals gespeeld dan niet, en in het beste geval garandeert een correcte gang van zaken nog geen rechtsstaat of openbare verantwoordingsplicht. Formele procedures zijn wel noodzakelijk maar niet voldoende (cursivering van de Kadt) voor de vestiging van een democratisch bestel. De staat is in Afrika een van de weinige werkgevers, en dus is politieke macht direct met welstand verbonden. Machthebbers verdelen hun gunsten onder hun vriendjes, en dat betekent maar al te vaak ook de stammen of etnische groepen waartoe zij behoren. De Kadt weerspreekt ook de veelgehoorde linkse beschuldiging als zouden etnische conflicten tot de koloniale nalatenschap behoren. Tegenstellingen bestonden al voor de komst van de blanke man. ,,Het zoeken is naar een institutionele vorm die inclusiviteit bevordert, en die er voor kan zorgen dat de minderheid niet automatisch wordt uitgesloten.' Er moet aan een burgerlijke maatschappij gewerkt worden, maar ,,ook hier geldt dat de tijden van verandering rijp moeten zijn, dat democratie niet geforceerd kan worden, en dat nation building tijd kost - in Europa heeft het eeuwen in beslag genomen'. De Kadt ziet weinig heil in de basis-democratie van dorpsoudsten die door romantische volkenkundigen wel wordt aanbevolen, en blindvaren op de Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO) raadt hij ook af: enclaves van goed gedrag moeten het niet gaan opnemen tegen Afrikaanse staatsinstellingen. Veel meer goede raad dan geduld heeft hij de ontwikkelingsdeskundigen van de PvdA eigenlijk niet te bieden. ,,Uiteindelijk zou het eenvoudiger zijn om slecht bestuur als negatief criterium te hanteren dan om goed bestuur als een voorwaarde te hanteren. Het is makkelijker te herkennen wat slecht bestuur is dan te bepalen of je een specifieke situatie als goed bestuur kunt aanmerken.' De terloopse aanbeveling om lokaal Afrikaans bestuur vanuit het westen te gaan ondersteunen lijkt me een werkgelegenheidplan voor cultureel antropologen, en in strijd met wat de Kadt eerder over het isolement van de NGO's zei.

BOLKESTEIN: HULP VERSTIKT HULPVERSLAAFD CONTINENT

Tussen de proeven van schone letteren in Hollands Maandblad is een artikel van Frits Bolkestein te vinden dat grote overeenkomst met het betoog van de Kadt vertoont, maar fermer van toon is. 'Verstikkende hulp' heet het, en merkwaardig genoeg schrijft de liberaal veel meer dan de socialist Afrika's onfortuinlijke staat aan het Westen toe: ,,Soms lijkt het wel alsof Afrika de afgelopen veertig jaar voor veel Europeanen vooral een proeftuin was voor goedbedoelde experimenten'. Langdurige hulp en de gelijktijdige marginalisering van het continent in het wereldhandelssysteem hebben Afrika op het verkeerde been gezet. Een land als Tanzania heeft een 'hulpverslaving' opgelopen, en zou zonder bijstand onmiddellijk economisch instorten. Dit terwijl het continent rijk aan grondstoffen is en over goede landbouwgrond beschikt. Die paradox wijdt Bolkestein aan, jawel, slecht bestuur. In het artikel overziet hij verschillende plannen van aanpak die na de onafhankelijkheid op Afrika zijn losgelaten, van industriële opbouw tot ondersteuning van de landbouw. Maar steeds weer sneefden goede bedoelingen op zieke bestuurders. Er hebben zich roofstaten ontwikkeld, waarin een elite land en volk als privébezit beschouwt. De liberaal roept om een overheid: ,,Misschien heeft het derhalve als ontwikkelingssamenwerking meer zin ergens een effectief bestuurlijk apparaat op te zetten en onder scherp toezicht tijdelijk te financieren dan projecten te organiseren in een land waar de staat deel van het probleem is geworden'. Bolkestein vindt dat de westerse hulp van zijn bevoogdend karakter af moet, maar als dit geen voorstel tot regelrechte kolonisatie is... Ondanks de flinke taal is ook bij Bolkestein te lezen dat vooruitgang in Afrika geen rechte lijn is, en dat ,,het misschien beter is bescheiden te blijven over de kansen ontwikkeling in Afrika tot stand te brengen'. De goede bedoelingen met Afrika van de socialist én de liberaal verbergen maar ternauwernood hun beider fatalisme.

KOE EN VROUW IN AFRIKA KUNNEN KUDDE NIET LEIDEN

In het huisorgaan van de afdeling Ontwikkelingssamenwerking van Buitenlandse Zaken, Internationale Samenwerking, onderzoekt Ineke van Kessel de deelneming van vrouwen aan het politieke proces in Afrika. Daar zijn een paar gunstige uitzonderingen bij, zoals het nieuwe Zuid-Afrika, maar de afzijdigheid van vrouwen in de meeste landen van het hele maatschappelijk leven, wettigt de titel die er boven haar artikel staat: 'Een koe kan de kudde niet leiden'. Dat Namibische spreekwoord geeft volgens van Kessel goed aan hoe de opvattingen over de participatie van vrouwen in Afrika liggen. Het artikel gaat vergezeld van een grote hoeveelheid vindplaatsen op Internet over het onderwerp.

mailIcon print |