recensie Het Brabants Orkest bestaat vijftig jaar. In het kader van de feestelijkheden presenteert het orkest dit seizoen een paar bijzondere projecten. Afgelopen weekend stond Olivier Messiaens grootse tiendelige 'Turangalîla-symfonie' voor de eerste keer op de Brabantse lessenaars.
Messiaens gigantische opus werd zondagmiddag in de Tilburgse Concertzaal door chefdirigent Marc Soustrot met veel elan verdedigd.
De ongeveer vierhonder geconcentreerde, enthousiaste liefhebbers lieten zich vijfentachtig minuten lang onderdompelen in Messiaens betoverende klankwereld.
Een klankwereld die de componist ooit zelf omschreef als het equivalent van zonlicht dat door de glas in lood ramen van de üglise de la Sainte-Trinité te Parijs naar binnen viel. Messiaen was organist daar.
Deze theologische regenboog in muziek werd op een eigenzinnige manier ondersteund door het kleurenontwerp van de Tilburgse Concertzaal. Zacht tl-licht in paars, blauw, geel en groen langs de golvende wanden, hardere tl-kleuren aan het plafond.
Een goed-klinkende concertzaal is het in Tilburg, waar de akoestiek de overdonderende geluidsgolven, die Messiaen laat aanrollen, goed aankan. Voor dit project nodigde het Brabants Orkest twee bijzondere solisten uit: Jeanne Loriod, schoonzuster van de componist, bespeelde het elektronische instrument 'ondes martenot' (een voorloper van synthesizer, vernoemd naar de uitvinder) en Roger Muraro toonde zich achter de piano een overtuigend, virtuoze Messiaen-leerling. Direct in een lijn met de vleugel stonden links voor op het podium klokkenspel, celesta en vibrafoon. Een goed idee van dirigent Soustrot, die zodoende de aparte hoog-tingelende klanken die deze symfonie karakteriseren ook in beeld bracht.
Rechts naast de dirigent zat Loriod. Ontelbare malen al zal ze het stuk gespeeld hebben, maar nog steeds is er die bezieling. Zij stelde zich overigens heel bescheiden op, liet het joelend-klinkende instrument niet de overhand krijgen, maar voegde net dat speciale onwerkelijke randje aan het geluid toe. Dat sloot mooi aan bij de tederheid waarmee Soustrot en een fantastisch spelende klarinettist sommige passages opzetten. Die tederheid was er in overvloed in het 'Chant d'amour I' waar Soustrot een en ander prachtig in structuur plaatste.
Elders wist Soustrot het magnifiek spelende orkest op te poken tot enorme klankerupties. Net op tijd, als de decibellen té overdadig dreigden te worden, dekte Soustrot prachtig het geluid toe. Een schitterend voorbeeld daarvan was het slot van het gepassioneerde deel vijf 'Joie du sang des étoiles' dat door de dirigent naar een zinderende apotheose werd gevoerd. Soustrot gooide met de keuze voor dit veeleisende werk de vijftig-jarige in het diepe. Met gemak bleef de jubilaris drijven. Sterker nog: het was een prachtig staaltje kunstzwemmen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.