recensie Halverwege 'De groene tijger', het debuut van Willem Frederik de Jonge, vertelt een geschiedenislerares aan een 2-havoklas over Srebrenica: het is een sterk betoog, een van de hoogtepunten van het boek. Maar de lerares verdwijnt uit het zicht als ze haar zegje gedaan heeft en over Srebrenica wordt niet meer gesproken.
In een roman zou zoiets storend kunnen werken. De Jonge noemt zijn boek dan ook geen roman, maar een 'tango', 'een levenslustig ritme, stuwend opwaarts', volgens een van de personages. De levens van de personages hebben wel iets van tango's, en de muziek speelt soms op de achtergrond mee, maar als etiket voor een boek is het betekenisloos. In een pretentieus opgezette roman als 'De groene tijger' ga je zoeken naar betekenis, maar je komt bedrogen uit. De plot -de toedracht van een moord- wordt weliswaar goed uitgewerkt en de personages zijn interessant. Maar hun Kerouac-achtige levenslust en tragiek worden onder woorden gebracht in een soms wat oubollig idioom, en vaak erg onbeholpen zinsconstructies: ,,Handen in de zakken van het ongesloten jek gaat hij, licht van een enkele lantaren, steegafwaarts en neemt dan een hoek, is in de straat van zaterdag laat: shoarmageur, een radio, 't is druk.''
Het boek zit vol met citaten en motto's, variërend van Mike Tyson tot Shakespeare. Als je de citaten achter elkaar zet, krijg je een goed beeld van 'De groene tijger'. Het suggereert grote verbanden en het daagt de lezer uit ze te zoeken, maar uiteindelijk heb je het idee dat je bedonderd wordt. Want De Jonge kan zijn roman een tango noemen en hem dichtmetselen met citaten, het resultaat is op enkele sterke passages na, een chaotisch en nietszeggend boek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.