recensie 'Historisch' was het concert van de band Grandaddy twee jaar terug in Utrecht, volgens zanger Jason Lytle. ,,We waren die keer zo dronken, dat we ons waarschijnlijk niet eens verontschuldigd hebben.'' Met Nederlandse collega's van Daryll Ann en Caesar onder het publiek, maakte Grandaddy uit het Amerikaanse Modesto zondag in het Utrechtse poppodium Tivoli ruimschoots goed wat toen mis ging.
Gitarist Jim Fairchild zou wat uiterlijk betreft eventueel kunnen hockeyen bij Bloemendaal, maar verder oogt Grandaddy vooral als een band vol bebaarde tuinmannen, die contact met het publiek schuwen. Met achter zich een stoïcijnse, wat verwilderde drummer, tuurt ook zanger Jason Lytle het liefst naar de toetsenborden voor zich.
Hoewel Lytle zich zondag minder achter gitaar en toetsenborden verstopte dan gebruikelijk, vertelde hij zo weinig mogelijk, niets dus, over de nummers. Hoe vaak je ze ook hoort, de songs van het dit jaar verschenen album 'The sophtware slump' blijven bijzonder. Lytle vreest echter dat muziek zijn kern ('het ongrijpbare') verliest zodra je erover spreekt.
Wie dat ongrijpbare desondanks wil benoemen, moet het vooral zoeken in het prachtig overlopen van bliebjes, zoefjes en harde, basale gitaarakkoorden, de plotselinge tempowisselingen en rare wendingen, en het wat ijle stemgeluid van de zanger. Elke scherpe bocht, elk stukje chaos krijgt zijn eigen plekje in nummers als 'Hewlett's daughter' en 'He's simple, he's dump, he's the pilot', waarvoor de band veel naar geestverwanten als Pavement en Flaming Lips luistert.
Op het achterdoek werden windmolens geprojecteerd, rondmalend in verschillende tempo's, terwijl door de lucht getekende schapen zweefden. Zo is het ook met de muziek: elk onderdeel volgt zijn eigen hartslag: gitaarpartijen kunnen plotseling losbarsten, een tweede stem zuigt zomaar de eerste op, en ondertussen vlinderen geluidjes vrolijk rond. Soms komt alles samen, maar meestal ook niet.
Grandaddy speelde een rustiger selectie uit het repertoire dan op het Lowlands-festival. Soms dreigde het concert daardoor wat stil te vallen, maar meestal wist de band de kleine gaatjes trefzeker op te vullen. Het soms wat onstuimige werk van 'Under the western freeway' laat zich prima vermengen met het dromerige 'The sophtware slump', zo bleek ook toen het openingsnummer van dat eerste album plots overging in het geweldige slotnummer van de opvolger. In 'Non Phenomenal Lineage' krijgt een werknemer te horen dat de testresultaten binnen zijn. Hij bleef achter bij gemiddelde score, en hoeft dus niet meer terug te komen. In het vastgeplakte 'So you'll aim for the sky' vertelde Lytle wat een werkloze in zo'n geval te doen staat: word lichter en zweef gewoon weg, 'Fly away, far away, far from pain', net als de getekende schapen in Grandaddy's windmolenpark.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.