opinie Dat het een schande is dat het stuk in Nederland nog niet is gespeeld, schrijft Koos Terpstra (artistiek leider Noord Nederlands Toneel) aan regisseuse Anny van Hoof. Hij doelt op 'Messen in Hennen' ('Knives in Hens', 1995), debuut van de Schotse schrijver David Harrower (1966), dat bij zijn gezelschap in première ging.
Via een bij de programmafolder gevoegde briefwisseling over de ontdekking van het stuk en over het verkrijgen van de rechten wordt het publiek duidelijk te verstaan gegeven, dat het iets heel bijzonders te wachten staat. Volgens acteur Xander Straat: ,,Een groots stuk dat je maar één keer in je leven tegenkomt.'' Dat lijkt me wat al te boud als je nog een heel theaterleven te gaan hebt, maar vooruit.
Het meest opvallend in de voorstelling zijn het taalgebruik en de vormgeving. De taal is sober en krachtig, zegt weinig, maar suggereert des te meer. Mede omdat het stuk zich in een boerengemeenschap afspeelt, dringt een vergelijking met het werk van een schrijver als Franz Xaver Kroetz zich op. Dezelfde korte zinnen als expressie van dezelfde simpele zielen. Maar waar bij Kroetz de stugheid vooral het effect van een aanklacht krijgt, klinkt in Harrowers taal eerder iets van poëzie door. De man, een ploeger, spreekt graag in vergelijkingen ('de maan is als een kaas') terwijl zijn jonge vrouw zoekt naar woorden voor dat wat ze ziet: ,,Hoe heet het wat de kruin van een boom doet in de wind?''
Vormgever Jan van Hoof heeft zich erdoor laten inspireren tot een toneelbeeld dat boerse knoestigheid fraai combineert met een grappig woordenspel: als speelvloer een stoer, massief ogend houten plateau met kloeke inhammen, erachter een papieren wand waardoorheen per scène woorden oplichten als plaats- en tijdsaanduiding. En toch laat deze 'Messen in Hennen', bij mij althans, geen blijvende indruk achter. Of het aan het stuk zelf, of aan spel en regie ligt is niet zomaar uit te maken. Wel krijg ik de indruk dat de regisseuse niet het stuk te lijf is gegaan, maar zich heeft laten leiden door de dichterlijke melodie van de tekst. Zij laat het spel fris en naïef met de korte zinnetjes meevlinderen. De naïviteit van de personages krijgt geen contouren, geen weerwerk. Nou ja, van de molenaar, de in het dorp gehate buitenstaander met boeken en een schrijfpen. Maar dat staat in de tekst.
Tussen de regels door wordt de verbeelding niet geprikkeld. Alsof Van Hoof dat zelf ook bedacht wordt opeens een droombeeld geensceneerd, een stijlbreuk, die eerder een invulling dan een prikkeling van de fantasie lijkt. In deze voorstelling is alles wat het is. Er is sprake van liefde en overspel, van lust en van moord. En zo is dat. Wat gebeurt, is ook zo weer voorbij. Alsof het de personages gewoon overkomt, alsof zij te dom zijn. Zo bevallig als bijvoorbeeld Tamar van den Dop de jonge boerendeerne speelt, straalt zij amper meer dan onnozelheid uit. Hoe makkelijk deze de benen spreidt, trekt bovendien de onderhuidse erotiek in het stuk te zeer in het vlak van het dierlijke instinct. Onderhoudend is de voorstelling tot op zekere hoogte. Of 'Messen in Hennen' meer is dan een achterhaald portret van het zogenaamd achterlijke boerenland, moet uit een andere enscenering blijken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.