recensie Ruim vijfhonderd pagina's zijn doorgaans wel voldoende om iemands leven tot in details te beschrijven. Enkele jaren geleden verscheen van de hand van de Noorse schrijver Jan Kjaerstad 'De verleider'. Het is een omvangrijk eerbetoon aan Jonas Wergeland, de Noorse televisiemaker, die met zijn originele beeldtaal het land een culturele facelift gaf. Maar voor Kjaerstad was het kennelijk niet genoeg. Onlangs verscheen 'De veroveraar', niet zozeer het vervolg als wel de tegenhanger van 'De verleider'. Opnieuw worden we ingewijd in het leven van Wergeland, maar dit keer krijgen we een heel andere kijk op deze legendarische tv-icoon. Wat bezielt een schrijver tot een dergelijke reconstructie?
Het portret dat Kjaerstad met 'De verleider' van Jonas Wergeland schetst, is van meet af aan te veel met raadsels omgeven om voor een betrouwbare levensbeschrijving door te kunnen gaan. Zo is het verhaal gebaseerd op het manuscript van een biograaf die uitdrukkelijk anoniem wil blijven en krijgt de lezer de indruk dat het om een bewonderaar gaat: om iemand die eerder bijdraagt tot de mythevorming rond de coryfee dan dat hij de feiten voor zich laat spreken. Bovendien wordt het verhaal gepresenteerd als een op biografische feiten gebaseerde roman waarvan de waarheid door de lezer zelf wordt bepaald.
En dan is er natuurlijk de omstreden figuur van Wergeland zelf: op het toppunt van zijn roem ligt heel Noorwegen aan zijn voeten. Met zijn ambitieuze project 'Denk groot', een serie documentaires over kopstukken uit de Noorse politiek, wetenschap en cultuur slaagt hij erin de Noorse middelmatigheid en het gebrek aan fantasie te ontstijgen . Maar zijn succes wordt overschaduwd door een persoonlijke tragedie: als hij na een bezoek aan de wereldtentoonstelling in Sevilla thuiskomt, treft hij zijn vrouw dood aan.
In 'De verleider' wordt een standbeeld opgericht voor Wergeland; in 'De veroveraar' wordt dit standbeeld hardhandig van zijn sokkel getrokken. De verteller, die door de uitgeverij benaderd is om de 'definitieve Wergeland biografie' te schrijven, krijgt namelijk regelmatig bezoek van een mysterieuze, in het zwart geklede dame, die hem op de hoogte brengt van verhalen die nog niet eerder aan de publiciteit zijn prijsgegeven. Hoewel haar identiteit tot het laatst toe onduidelijk blijft, krijgt de lezer geleidelijk aan toch een zeker vermoeden, omdat haar informatie duidelijk gebaseerd is op contacten in de directe omgeving van de hoofdpersoon. In de openingsscène van 'De veroveraar' ontpopt de held van de Noorse mediawereld zich als een gefrustreerde echtgenoot, die in een aanval van woede zijn vrouw vermoordt als hij erachter is gekomen dat zij een verhouding heeft met zijn beste vriend.
Was het louter jaloezie die hem tot zijn daad dreef? Volgens de dame in het zwart was er iets fundamentelers aan de hand. Niet het feit dat hij zijn vrouw aan een andere man had verloren dreef hem tot waanzin, maar het verlies van zijn eigen illusie dat hij buitengewoon was. Hij realiseerde zich dat het niet zijn succes als tv-maker was dat hem bijzonder maakte, maar het feit dat hij zijn leven mocht delen met zo'n aparte persoonlijkheid als zijn vrouw: ,,Hij kon het niet verdragen eerst een heel volk te verleiden, te winnen, en dan toch mee te maken dat hij in zijn hemd stond, naakt en leeg voor zijn echtgenote stond, de vrouw van wie hij hield, de enige mens die hij echt wilde veroveren.'
Wergelands persoonlijke noodlot is op allerlei manieren verbonden met het land dat hij door zijn spraakmakende documentaires in de vaart der volkeren wil opstuwen. Zijn menselijk tekort is een metafoor voor de complexen waar Noorwegen onder gebukt gaat. Kjaerstad heeft kennelijk een moeizame haat-liefdeverhouding met zijn vaderland, dat in de tweede helft van de vorige eeuw de beschikking kreeg over rijke olievelden, die voor een ongekende welvaart zorgden. Dat maakte 'de blindedarm van Europa' in Kjaerstads ogen tot een natie van verwende kinderen, geboren toeschouwers op het wereldtoneel. De belangrijkste Noorse bijdrage aan de wereld en de samenleving is volgens hem de stressless-stoel, die in 1971 op de markt kwam: ,,Noorwegen is verworden tot een tweeduizend kilometer lange granieten tribune vol luie stoelen.'
Hoewel Wergeland al op vijftienjarige leeftijd tot het verpletterende inzicht komt dat hij niet -zoals hij aanvankelijk dacht- het talent bezit om iets nieuws te scheppen, maar moet leren leven met zijn middelmatigheid, verzet hij zich toch met verve tegen zijn noodlot. Op de vleugels van het nieuwe medium televisie ontwikkelt hij zich tot een programmamaker die met behulp van handige montagetechnieken en onverwachte camera-instellingen de suggestie van iets nieuws weet te creëren. Zo slaagt hij erin het imago van diverse internationaal beroemde landgenoten van een stoflaag te ontdoen en dankzij een originele en verfrissende invalshoek het nationale zelfbewustzijn op te krikken. De volksaard speelt hem daarbij in de kaart, want het Noorse volk is volgens de schrijver praktisch voor de televisie geschapen: het medium past natuurlijk perfect bij een land dat zo in de periferie ligt, dat het gewend is de gebeurtenissen vanaf veilige afstand te bekijken.
Met 'De veroveraar' levert Kjaerstad een indrukwekkend bewijs voor zijn stelling dat je verhalen kunt beschouwen als het DNA in de mens: verander de samenstelling en je krijgt een ander leven. Daarom combineert Kjaerstad er lustig op los. Hij is een meester in het oproepen van een keten van associaties en dat geeft zijn romans bijna per definitie een dubbele gelaagdheid: tussen de regels van de spannende detective ('Rand'), de hagiografie ('De verleider') of de mysterieuze schaduwbiografie ('De veroveraar') wemelt het van de verwijzingen en dat maakt hem -net als Wergeland, die de kijkers met zijn beeldtaal probeert in te kapselen- tot een handige manipulator, die de lezer van de ene verbazing in de andere kan doen vallen. De verwijzingen naar tal van prominente Noorse persoonlijkheden en de concrete historische werkelijkheid zijn zó overtuigend beschreven, dat je geneigd bent de verteller op zijn woord te geloven, maar op de keper beschouwd is Jonas Wergeland net zo fictief als zijn befaamde documentaires.
Van enige chronologie is in Kjaerstads boeken geen sprake. Dat is niet alleen het gevolg van het feit dat de auteur de gewoonte heeft om gelijktijdig aan het begin, het middenstuk en het slot van zijn romans te werken, maar ook van zijn opvatting dat die ogenschijnlijke fragmentatie een afspiegeling is van de complexe werkelijkheid . Zo wordt het lezen van 'De veroveraar' een ontdekkingsreis met als leidraad de vragen die steeds opnieuw aan het begin van een nieuw hoofdstuk opduiken: 'Hoe word je een veroveraar?' en 'Kun je een leven veranderen door het te vertellen?'. De lezer -nieuwsgierig naar het antwoord- laat zich gewillig meevoeren op het zoveelste zijspoor of dwaalspoor in de hoop dat hij dit keer de juiste route door het verhaal te pakken heeft.
Geraffineerd is de manier waarop Kjaerstad de uiteenlopende verhalen met elkaar verbindt door een subtiele onderstroom van leidmotieven, die op de meest onverwachte momenten opduiken en de gebeurtenissen in een verrassend perspectief plaatsen. Wergeland koestert bijvoorbeeld als kind de broche van zijn moeder, een zilveren sieraad, bedekt met een ingewikkeld vlechtpatroon. Dat beeld keert terug als hij in het bos geconfronterd wordt met een kluwen adders, die als een ornament in elkaar verstrengeld zitten. Wanneer hij met zijn tante het vikingschip-museum Bygdéi bezoekt, zijn het niet de boten die grote indruk op hem maken, maar een vitrine waarin een van de stijlen met dierenkoppen uit de Osebergvondst te bewonderen is. In het houtsnijwerk onderscheidt hij vier zwanen, die samen de kop van een draak vormen. Door dat vlechtpatroon thuis keer op keer te kopiëren komt hij tot het inzicht dat uit al die nabootsingen plotseling iets eigenzinnigs en origineels kan ontstaan, een gedachte die ook ten grondslag zal liggen aan zijn latere tv-documentaires.
Kun je een leven veranderen door het opnieuw te vertellen? Met 'De verleider' en 'De veroveraar' geeft Kjaerstad een overtuigend antwoord op die vraag. Want als je na ruim duizend pagina's de beide biografieën dichtslaat is de persoon van Wergeland nog even raadselachtig als daarvoor en zou je niet gek staan te kijken als een volgende biograaf op basis van nog onbekend materiaal het levensverhaal van Wergeland in een totaal ander daglicht stelde. Daarmee laat Kjaerstad zich kennen als een literaire veroveraar, een schrijver die de grenzen van zijn kleine taalgebied overstijgt en de Noorse literatuur internationaal op de kaart zet. Had Jonas Wergeland werkelijk bestaan, dan was Kjaerstad beslist in aanmerking gekomen voor een van zijn documentaires.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.