*

 

Liefde tussen Siameze koning en gouvernante bloeit weer op

Jann Ruyters − 03/02/00, 00:00

recensie De Britse weduwe Anna Leonowens ging in 1862 naar Siam om er de 58 kinderen van de verlichte koning Mongkut (monnik, boeddhistisch geleerde en geïnteresseerd in westerse wetenschap), zijn 23 vrouwen en 42 concubines Engels te leren.

Ze stelde haar reis op schrift en de botsing tussen West en Oost, man en vrouw, volwassene en kind, bleek voldoende enerverend voor alweer vier speelfilms, waarvan 'The king and I' met Yul Brynner en Deborah Kerr uit 1956 de beroemdste is. In werkelijkheid zal Leonowens de koning misschien een paar keer ontmoet hebben, maar in de romantische verbeelding is een gouvernante pas een goede gouvernante als zij ook de vader van haar pupillen een lesje leert en dus hebben Leonowens aantekeningen geleid tot vier verschillende versies van gesublimeerde liefde tussen koning en weduwe. In 'Anna and the king' zien we Jodie Foster terug na een pauze van twee jaar (waarin ze zwanger was en beviel van zoon Charles) en de actrice oogt ongemakkelijk in de hooggesloten 19de eeuwse jurken. Eerder dan onafhankelijk en vrijgevochten is Fosters Leonowens kleintjes en preuts tegenover de exotische Schwung van de Siameze koning. Er is veel geld gestopt (70 miljoen dollar) in kleding, olifanten en paleis, het laatste opgericht in Maleisiƫ, omdat de Thaise autoriteiten niet blij bleken met alweer een 'koning en ik' waarin een westerse vrouw de Siameze barbarij in banen moet lijden. Hong-Kong-actie-ster Chow Yun-Fat is de eerste Aziatische acteur die de koning speelt en hij doet dat adequaat maar weinig opzienbarend. En er is spektakel, alleen eerder lachwekkend dan imponerend.

mailIcon print |