*

 

Die goeie ouwe tijd

Yoram Stein − 05/12/00, 00:00

recensie ,,Vroeger was het beter' en ,,de wereld wordt steeds gekker'. Het zijn uitspraken die je verwacht als je op een vrije donderdagmiddag in een stadsparkje naast een gepensioneerde gaat zitten. Maar wie vanavond op de Ikon afstemt, krijgt daar een portret voorgeschoteld van een jonge man die traditie en conservatisme in ere wil herstellen.

Alles moet tegenwoordig steeds anders, zegt de 'jonge filosoof' Florentijn van Rootselaar. We kiezen steeds maar voor iets nieuws en vergeten zo de waarde van alles dat een lange geschiedenis achter zich heeft. Een pleidooi waarbij je menig grootouder al instemmend ziet knikken, maar dat filosofisch niet al te veel benen in de aarde heeft. Want naar welke 'goede ouwe tijd' moeten we terugverlangen? Naar de negentiende eeuw of naar de Middeleeuwen? En hoe kunnen we terug?

Het zijn vooral deze vragen die niet beantwoord worden. Van Rootselaar is meer een zoeker dan een filosoof met uitgewerkte analyses van de cultuur. Hij stelt alleen vragen. Soms is dat al genoeg, maar in de documentaire komt het allemaal een beetje mager uit de verf. Van Rootselaar spreekt over een verlangen naar rust. Weemoedig wandelt hij door het bos. In een dorpscafé spreekt hij met een oude man. Dan staat hij weer in de disco of in een internetcafé. Zo wordt duidelijk gemaakt dat we voor de Vooruitgang een prijs betalen.

We zien hem achter zijn computer typen, terwijl zijn stem volzinnen produceert over een op hol geslagen wereld, waar hij als filosoof weliswaar deel van uitmaakt, maar waar hij zich ook van 'vervreemd' voelt.

Dit gevoel van vervreemding wordt visueel gemaakt door de hoofdpersoon te volgen op zijn tocht langs allerlei nieuwe bedrijven die naast hun produkten ook een bepaalde lifestyle promoten. Zo begint de film met beelden van een Amsterdamse club, waarin jong en oud op Romeinse wijze (liggend) tafelen. En zo zien we ook een etalegebedrijf met postmoderne kerstparafernalia, een reizende kapper die knipt op de werkplek en een café waar het elke dag carnaval is.

Het moet illustreren hoe in het kapitalistische Walhalla van het jaar 2000 elk menselijk verlangen commercieel wordt uitgebuit.

In verzet tegen deze tijdgeest is de geportretteerde eigenlijk helemaal niet conservatief. Hij vindt het leuk om kritisch te blijven tegenover het kapitalisme, zegt hij. Stiekem verlangt hij dus nog steeds naar iets nieuws.

mailIcon print |