*

 

Een talent voor bewondering

Cornelis Verhoeven − 18/01/00, 00:00

recensie Het was mij niet meteen duidelijk, waarom Wim Kayzer zijn nieuwe en indrukwekkend begonnen serie interviews met schrijvers en intellectuelen zo opgetuigd poetisch 'Van de Schoonheid en de Troost' heeft genoemd. Wil hij alleen een imponerende en overkoepelende titel geven aan die serie en zich niet binden aan de opgave een verband aan te wijzen tussen de esthetische ervaring en een manier waarop mensen troost zoeken tegen hun eventuele verdriet? Voorlopig vind ik meer ergernis dan troost in de geruststellende bariton die Kayzer aanslaat, als een dokter die je verzekert dat alles best in orde zal komen, als je maar toegeeft dat je diep in de put zit. Soms lijkt hij eerder bezig met een verhoor dan met een gesprek waar hij nog wat van kan leren.

De baanbrekende Engelse ethologe Jane Goodall, die in de derde aflevering, zondagavond laat op Nederland 3, aan het woord was, zei volgens Kayzer na afloop van het gesprek dat zij van zich zelf had opgekeken. Misschien had zij uit zich zelf minder lyrisch en stichtelijk willen praten. Haar imponerende deskundigheid ligt op het terrein van de studie van chimpansees. Haar ontdekkingen, op grond van pure belangstelling en geduldige waarneming, geven heel wat te denken, vooral over onze onwetendheid en onze vooroordelen. Er komt een hele geschiedenis van de verhouding mens en aap bij je op als je naar haar uiteenzettingen luistert. In de oudheid was de aap vooral een lelijk en dom dier. Zo zei Heraclitus: ,,Onder de mensen zal de meest wijze, met de god vergeleken, een aap blijken te zijn in schoonheid, wijsheid en al het andere.' In latere tijd was hij een lager wezen dat de mensen nadeed. In het perspectief van de evolutieleer is hij het dier waarvan mensen heten af te stammen. En omdat evolutie ook vooruitgang is, zijn we geneigd hem te zien als een achterlijk neefje dat niet eens in staat is ons na te apen.

Goodall opent een heel ander perspectief; zij kijkt niet alleen naar apen, maar laat ze ook naar haar kijken en haar hand vast houden. Dan blijkt de dierlijke nieuwsgierigheid niet altijd en uitsluitend in dienst te staan van biologische behoeften. Er komt vanuit een leven dat zo totaal anders lijkt dan het onze, ook een onverholen verbazing naar voren over het loutere bestaan. Als getuige hiervan en van de veelheid van vormen waarin het leven zich voordoet, komt zij tot de bevinding dat het bestaan van een mens te veel mogelijkheden biedt om het hele programma daarvan in één kortstondig leven af te wikkelen. Zij wekte niet de indruk onder dit inzicht gebukt te gaan of het geloof in een terugkeer als een doekje voor het bloeden te willen gebruiken.

Ik denk dat ik een paar instinctieve vooroordelen heb tegen Kayzer en zijn manier van vragen. Een groot deel ervan zal verdwijnen op het moment dat ik hem betrap op een talent voor bewondering. Nu deze fantastische vrouw dat niet in hem wakker kon roepen, begin ik te vermoeden dat hij van dit talent verstoken is.

mailIcon print |