recensie In de Vestdijkkring, opgericht op 2 februari 1972 en een jaar geleden op het nippertje van de ondergang gered, heeft altijd een zekere tweespalt geheerst inzake de invulling van het clubblad, de Vestdijkkroniek.
In de loop van de jaren werd die kroniek steeds meer het podium van de Vestdijkspecialisten, meer in het bijzonder de academisch geschoolden onder hen. Hun essays of studies waren natuurlijk van harte welkom, maar ze sloegen niet zo erg aan bij de Vestdijklezers uit de kring die meer van hun eigen leeservaring wilden uitgaan en daarvan verslag wilden doen. In de nieuwe Vestdijkkring en in de nieuwe Vestdijkkroniek zoals die nu onder voorzitterschap van biograaf Hans Visser voortbestaan, is het woord teruggegeven aan de liefhebbers, al krijg ik niet de indruk dat meer studieuze bijdragen per se gemeden worden. Het derde nummer, in de reeks nummer 92, geeft een indruk van Vestdijks relatie met Friesland, zoals die tot uitdrukking werd gebracht in 1998 in een tentoonstelling in het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum. Veel schitterende foto's van gebouwen, personen, documenten en handschriften en vertalingen van Sjoerd Leiker van gedichten van Vestdijk in het Fries. In een brief uit 1961 aan Leiker schrijft Vestdijk: ,,Friesch spreek ik geen woord, zoodat ik ook helaas uw vertalingen niet beoordelen Een interessant gesprek over Vestdijk en de mannen van Forum voert Visser met Max Nord. Die is al net zo weinig te spreken over het recente boek over Vestdijk en Frankrijk als René Marres in zijn stuk 'Pleegde Vestdijk literaire vadermoord op Du Perron?'. Piet Kralt bespreekt helder het sonnet 'Innsbruck' uit 'Kind van stad en land'. Als hommage aan de onlangs overleden J.J. Oversteegen herdrukt de kroniek een uitstekend stuk van zijn hand uit 1974 over het historische werk van Vestdijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.