recensie De filosofe Hannah Arendt (1906 – 1975) staat de laatste tijd volop in de belangstelling. Onlangs verscheen een aantal essays van haar, onder de titel 'Politiek in donkere tijden' (besproken in Trouw van 25 maart). Eerder al verscheen bij de Leuvense uitgeverij Peeters een bundel artikelen over haar politieke filosofie, `The Judge and the Spectator', met bijdragen van Arendt-kenners uit verschillende landen. Zij geven een veelzijdig overzicht van haar denkbeelden, soms vanuit een verrassende invalshoek. Samenstelster Joke Hermsen bijvoorbeeld maakt in haar eigen bijdrage een interessante vergelijking tussen Arendt en haar generatiegenote Simone Weil.
Hoewel de bundel handelt over Arendts politieke filosofie maken de bijdragen duidelijk dat deze filosofie is ingebed in een veel bredere benadering, die het hele menselijk bestaan omvat. Dat blijkt ook uit haar hoofdwerken, die in de bundel centraal staan: 'The Human Condition' (vert. Vita activa, 1994) en 'The life of the Mind', haar laatste werk, dat drie delen moest omvatten: over denken, willen en oordelen. Zij kon alleen de eerste twee delen voltooien.
Arendt wordt doorgaans als een politiek filosofe beschouwd, maar maakte zelf bezwaar tegen die typering, omdat volgens haar de traditionele politieke filosofie juist blijk gaf van minachting voor het politieke leven, in het algemeen voor het leven van mensen die handelen binnen het verband van de gemeenschap. Filosofen beschouwden hun eigen, beschouwelijke en als zodanig solitaire bestaan als superieur, in de eerste plaats Plato, bij wie de scheiding tussen het politieke en het contemplatieve leven, bios politicos en bios theorèticos, begon. Arendt verzette zich juist tegen deze rangorde en beoogde een filosofisch eerherstel voor het 'politieke leven' – in feite het leven zoals dat door haast alle mensen wordt geleid.
Deze tegenstelling tussen twee leefwijzen vormt de rode draad in een pasvertaalde studie van Jacques Taminiaux, 'Het Thracische dienstmeisje en de professionele denker'. Met het dienstmeisje wordt Hannah Arendt bedoeld, met de professionele denker Martin Heidegger. Taminiaux, die ook een bijdrage heeft geleverd aan de eerdergenoemde bundel en hoogleraar is aan de Franstalige universiteit van Leuven, heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar de wijsgerige verwantschap tussen beide filosofen, die in de jaren '20 van de vorige eeuw ook een liefdesaffaire hebben gehad, in de tijd dat de jonge Arendt bij Heidegger studeerde.
Wat de intellectuele relatie betreft, schrijft Taminiaux, was er louter sprake van eenrichtingsverkeer, maar dat betekent volgens hem niet dat Arendt eigenlijk een volgeling van Heidegger was. Zij ging juist steeds een kritische, en later ook ironische, discussie met diens werk aan, vanuit een heel onheideggeriaans uitgangspunt.
De grote tegenstelling tussen beide filosofen komt vooral tot uiting in het onderscheid tussen het politieke en het beschouwelijke leven. Dat laatste vormde ook voor Heidegger nog het ideaal, zoals Taminiaux overtuigend laat zien, aan de hand van Heideggers interpretaties van Plato en Aristoteles.
Arendt, die belangrijke werken heeft geschreven over het totalitarisme, verklaart Heideggers sympathie voor het nationaal- socialisme met deze voorkeur voor het beschouwelijke leven, die hem blind maakte voor de alledaagse realiteit van het politieke bestaan. Bij hem was sprake van beroepsdeformatie, schrijft ze in een passage die Taminiaux als motto voor zijn boek heeft gekozen: "De hang naar het tirannieke kan namelijk theoretisch bij vrijwel alle grote denkers worden aangetoond."
Immanuel Kant was volgens Arendt een uitzondering, en hij heeft dan ook grote invloed gehad op de laatste fase van haar denken. Tegenover de zelfinkeer en afzondering van het contemplatieve leven stelt zij de gemeenschappelijkheid en pluraliteit die de voorwaarden vormen voor het handelen in het bios politicos.
Misschien doet Taminiaux af en toe iets te veel zijn best om aan te tonen dat bepaalde denkbeelden van Arendt een reactie zijn op denkbeelden van Heidegger (want in feite noemt zij hem maar zelden). Maar dat doet niets af aan de grote waarde van zijn boek: juist door het contrast tussen beide filosofen te schetsen komen hun denkbeelden duidelijk, en soms op verrassende wijze, naar voren (Taminiaux' eigen voorkeur ligt duidelijk bij Arendt). Zijn diepgravende studie gaat, evenals de bundel over Arendt, het niveau van een algemene inleiding echter ver te boven, en vergt behoorlijk wat inspanning van de lezer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.