recensie Blowen, avonturieren, afvallen, dromen, acteren, naakt in de duinen beesten naüpen, dat doen de zes personages in de verhalenbundel 'Balsem', – om anders te zijn. Niet eens zozeer anders dan anderen, maar anders dan zij in werkelijkheid zijn. Ze zijn ontevreden met zichzelf én met hun doorsneebestaan, dat bestaat uit televisie kijken, therapeuten bezoeken, knutselen, wandelen, boodschappen doen. Ze vluchten in hun dromen en fantasieën: de blowende, zappende kunstenaar Simon eet extra vlees om de zwarte teken te voeden die zich onder zijn huid genesteld hebben, een meisje wil zo mager zijn als een strohalm, een ander meisje zou in het circus willen dansen op de rug van een nijlpaard.
Marian Wolfert verbeeldt deze belevingswereld nogal eenvoudig, bijna banaal. Ze formuleert rechttoe rechtaan: "Ik zie dat ik in deze situatie degene moet zijn die de boel afremt en onder controle houdt. Simon is te ver heen. Maar zelf heb ik ook geen energie meer om wat dan ook onder controle te houden. Ik houd al drie maanden mezelf onder controle." Toch maakt ze de verlangens van deze jonge mensen wel voelbaar. De personages leven naar de beroemde regels uit het gedicht 'Het huwelijk' van Willem Elsschot: "tussen droom en daad / staan wetten in den weg en praktische bezwaren, / en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, / en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat".
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.